Brief (handgeschreven op gelinieerd papier)
Origineel
Brief (handgeschreven op gelinieerd papier) Nº 53/33 M 1939 25/5 H. Breurse
Mijnheer
De eenigste dag in de week
dat wij bonafide bloemenhan-
delaars iets kunnen verdienen
is de Zaterdag. En wat voor 'n
Zaterdag, dan zie je de
Voddenkoopman de Haring-
koopman de Vischkoopman
enz. enz. met bloemen
lopen die geven de handel
voor een appel en een ei
Controleurs zie je op Zaterdag
niet, wel zie je Controleurs
op het veilingterrein 3 of 4
dan de Controle in elk
kantoortje als je naar
binnen komt 5 of 6 man
lopen te wandelen of
fietsen op het terrein maar
Controle op Zaterdag hoo
maar. Hoe komen die mensen
op het terrein? heel gemakke-
lijk ze gaan gewoon met
hun handel uit elken dag
maar zorgen dat ze een
Z.O.Z. 53 De schrijver van de brief beklaagt zich over de oneerlijke concurrentie op zaterdagen in de bloemenhandel. De kern van het probleem is dat kooplieden uit andere sectoren (zoals voddenmannen en visboeren) op zaterdag bloemen gaan verkopen tegen afbraakprijzen ("voor een appel en een ei"), waardoor de legitieme ("bonafide") bloemenhandelaren hun broodwinning in gevaar zien komen.
De brief bevat een felle kritiek op het handhavingsbeleid. De schrijver merkt op dat er op doordeweekse dagen overal controleurs aanwezig zijn op het veilingterrein — soms wel 5 of 6 man die "lopen te wandelen of fietsen" — maar dat er op de cruciale zaterdag geen enkele controle is ("hoo maar"). De schrijver suggereert dat de illegale handelaren zich heel eenvoudig toegang verschaffen tot het terrein onder het mom van hun dagelijkse handel. Dit document stamt uit mei 1939, een periode van economische spanning vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In de jaren '30 was er sprake van strikte regulering in de handel om de gevestigde middenstand te beschermen tegen 'beunhazerij'. Het bloemenveilingwezen in Nederland was (en is) een streng gereguleerde sector.
Dergelijke klaagschriften werden vaak gericht aan het marktwezen, de directie van een veiling of het gemeentebestuur. De afkorting "Z.O.Z." (Zie Omzijde) onderaan geeft aan dat het een fragment is van een langere brief. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers en hun roep om overheidsingrijpen in het vooroorlogse Nederland. H. Breurse Marktwezen
Samenvatting
De schrijver van de brief beklaagt zich over de oneerlijke concurrentie op zaterdagen in de bloemenhandel. De kern van het probleem is dat kooplieden uit andere sectoren (zoals voddenmannen en visboeren) op zaterdag bloemen gaan verkopen tegen afbraakprijzen ("voor een appel en een ei"), waardoor de legitieme ("bonafide") bloemenhandelaren hun broodwinning in gevaar zien komen.
De brief bevat een felle kritiek op het handhavingsbeleid. De schrijver merkt op dat er op doordeweekse dagen overal controleurs aanwezig zijn op het veilingterrein — soms wel 5 of 6 man die "lopen te wandelen of fietsen" — maar dat er op de cruciale zaterdag geen enkele controle is ("hoo maar"). De schrijver suggereert dat de illegale handelaren zich heel eenvoudig toegang verschaffen tot het terrein onder het mom van hun dagelijkse handel.
Historische Context
Dit document stamt uit mei 1939, een periode van economische spanning vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In de jaren '30 was er sprake van strikte regulering in de handel om de gevestigde middenstand te beschermen tegen 'beunhazerij'. Het bloemenveilingwezen in Nederland was (en is) een streng gereguleerde sector.
Dergelijke klaagschriften werden vaak gericht aan het marktwezen, de directie van een veiling of het gemeentebestuur. De afkorting "Z.O.Z." (Zie Omzijde) onderaan geeft aan dat het een fragment is van een langere brief. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers en hun roep om overheidsingrijpen in het vooroorlogse Nederland.