Brief of rekest (pagina 2 van een langer schrijven).
Origineel
Brief of rekest (pagina 2 van een langer schrijven). 2
Kaart van het choukterrein
hebben die koin joen en alles
man krijgen. Waarom niet
elk kwartje is er een, van
ons vleesch en bloed
Toen ik plotseling op 15
November opgenomen ben
in het N.I.Z en me vrouw
op mijn staanplaats me
handel wou verkoopen
toen kwam meneer de
Controleur en bekeurden
mijn vrouw 4 gulden of
4 dagen van dit humone
mensch ik geef U in over=
weging geef u ze 6 dagen
in de week vrij dan wor=
den ze niet moe, of
Controle zoo het behoort
1 dag ik U ventvergunning
of u staanplaatsvergunning
even zien bij het in gaan
op het choukterrein dat is
niet zoo bezwarent
ZOZ * Schrifttype: Een vlot, enigszins ongeoefend cursief handschrift in potlood.
* Spelling en Grammatica: De schrijver hanteert een fonetische en soms gebrekkige spelling (bijv. "choukterrein" voor schouwburgterrein, "humone" voor humane, "bekeurden" in plaats van bekeurde, "bezwarent"). Er is sprake van Amsterdams/volks taalgebruik ("me vrouw", "me handel").
* Kerninhoud: De schrijver beklaagt zich over een boete die zijn vrouw heeft gekregen. Terwijl de schrijver was opgenomen in het ziekenhuis (N.I.Z.), nam zijn vrouw zijn staanplaats op de markt/het terrein over. Een controleur gaf haar een boete van 4 gulden (of 4 dagen hechtenis). De schrijver doet een sarcastisch of wanhopig voorstel aan de autoriteiten om de controle efficiënter te maken (controle bij de ingang) in plaats van hardwerkende mensen te bekeuren.
* N.I.Z.: Deze afkorting staat zeer waarschijnlijk voor het Nederlands-Israëlitisch Ziekenhuis aan de Nieuwe Keizersgracht in Amsterdam. Dit plaatst het document in een Joodse context, waarschijnlijk in het Amsterdam van voor of aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.
* ZOZ: "Zie Om Zijde", wat aangeeft dat de brief op de achterkant doorloopt. Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de sociaaleconomische strijd van kleine handelaren (mogelijk marktkooplieden) in Amsterdam. De verwijzing naar het N.I.Z. is historisch significant; het ziekenhuis was een spil in de Joodse gemeenschap. De tekst ademt een sfeer van armoede en frustratie tegenover de bureaucratie ("elk kwartje is er een"). In een tijd waarin sociale zekerheid beperkt was, betekende de ziekte van de kostwinner (de opname in het N.I.Z.) een directe bedreiging voor het gezinsinkomen. Dat de overheid vervolgens de echtgenote beboet die de handel probeert voort te zetten, wordt door de schrijver als diep onrechtvaardig ervaren. De term "choukterrein" verwijst waarschijnlijk naar het Schouwburgterrein, een plek waar in Amsterdam vaker markten of kermissen werden gehouden.