Administratief bijblad/notitieformulier (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad/notitieformulier (Alg. Zaken Model No. 14). [Stempel linksboven:]
B I J B L A D V A N :
M. No. 53/41/1 193 9
DOORGEZONDEN: 13/5
[Handgeschreven tekst rechtsboven:]
oproepen brief terug
15/5 39
16/5/39 [paraph]
[In rood potlood:] 53/41/2
[Midden:]
Bedoeling is met een tankbootje
gasolie aan de schippers etc. te verkoopen
en daarom G.B. kaart te nemen.
20/5 39
[paraph]
[Onder:]
kan G.B. kaart krijgen
VS 22/5 39
opbergen
12/6 39
VS
[Rechtsonder:]
10/6 '39 aan J.J.P. Dijksman G.B. kaart 92
uitgereikt [paraph]
[Voetnoot:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een intern administratief "bijblad" dat de voortgang van een dossier bijhoudt. De kern van de zaak is een verzoek van (vermoedelijk) de heer J.J.P. Dijksman om een zogenaamde "G.B. kaart" te verkrijgen. De motivatie hiervoor is commercieel: hij wil met een klein tankvaartuig gasolie verkopen aan schippers.
De administratieve keten is als volgt:
1. 13 mei: Dossier wordt doorgezonden.
2. 15-16 mei: Instructie om een eerdere brief terug te roepen.
3. 20 mei: Vaststelling van de bedoeling van de aanvraag.
4. 22 mei: Besluit dat de kaart verstrekt mag worden ("kan G.B. kaart krijgen").
5. 10 juni: Feitelijke uitreiking van kaart nummer 92 aan J.J.P. Dijksman.
6. 12 juni: Dossier wordt gearchiveerd ("opbergen"). Het document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode van mobilisatie en toenemende overheidsbemoeienis was de distributie en verkoop van brandstoffen (zoals gasolie) strikt gereguleerd. De term "G.B. kaart" verwijst in deze context zeer waarschijnlijk naar een document in het kader van de Grens-Bewaking of een specifieke vergunning van het Bureau voor de Rijksinspectie van de brandstofvoorziening. Gezien de maritieme context (schippers, tankbootje) was een dergelijke kaart noodzakelijk om legaal brandstof te mogen bunkeren of verhandelen in de Nederlandse wateren.
Samenvatting
Dit document is een intern administratief "bijblad" dat de voortgang van een dossier bijhoudt. De kern van de zaak is een verzoek van (vermoedelijk) de heer J.J.P. Dijksman om een zogenaamde "G.B. kaart" te verkrijgen. De motivatie hiervoor is commercieel: hij wil met een klein tankvaartuig gasolie verkopen aan schippers.
De administratieve keten is als volgt:
1. 13 mei: Dossier wordt doorgezonden.
2. 15-16 mei: Instructie om een eerdere brief terug te roepen.
3. 20 mei: Vaststelling van de bedoeling van de aanvraag.
4. 22 mei: Besluit dat de kaart verstrekt mag worden ("kan G.B. kaart krijgen").
5. 10 juni: Feitelijke uitreiking van kaart nummer 92 aan J.J.P. Dijksman.
6. 12 juni: Dossier wordt gearchiveerd ("opbergen").
Historische Context
Het document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode van mobilisatie en toenemende overheidsbemoeienis was de distributie en verkoop van brandstoffen (zoals gasolie) strikt gereguleerd. De term "G.B. kaart" verwijst in deze context zeer waarschijnlijk naar een document in het kader van de Grens-Bewaking of een specifieke vergunning van het Bureau voor de Rijksinspectie van de brandstofvoorziening. Gezien de maritieme context (schippers, tankbootje) was een dergelijke kaart noodzakelijk om legaal brandstof te mogen bunkeren of verhandelen in de Nederlandse wateren.