Getypte brief of rapportage (pagina 1, hoewel de tekst midden in een zin lijkt te beginnen).
Origineel
Getypte brief of rapportage (pagina 1, hoewel de tekst midden in een zin lijkt te beginnen). 7 september 1939 (gezien de "9." aan het eind van de datumregel en de referentie naar de "huidige oorlogsomstandigheden"). Onbekend (mogelijk directie van Marcanti of een adviserend orgaan). 1 7 September 9.
55/3/8 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
ongetwijfeld onvoldoende is, dringend geboden. Er zullen dus
groote uitgaven voor meubilair enz. moeten worden gedaan, wes-
halve de meergenoemde directie een jaarlijksche afschrijving van
ten minste ƒ 3.000,- in de komende vijf jaren noodzakelijk acht.
Dit is dan ± ƒ 2.000,- minder dan de tot nu toe geboekte afschrij-
vingen, weshalve, in verband met de bovenvermelde cijfers van
1938, een pachtsom van ƒ 26.500,- in theorie berekend kan worden
(ƒ 20.000,- + ƒ 2.500,- winst + ƒ 2.000,- rente + ƒ 2.000,- ver-
minderde afschrijving). Tusschen dat bedrag en de geboden pacht-
som van ƒ 22.500,- ligt een marge van ƒ 4.000,- welke noodzakelijk
wordt geacht voor salarisverhooging van het personeel, dat thans
beslist onvoldoende betaald wordt en dat dikwijls veel te lange
werktijden heeft, weshalve ook uitbreiding van het personeel niet
kan worden voorkomen. Voorts dient een deel van laatstgenoemd
bedrag van ƒ 4.000,- te worden gereserveerd voor allerlei risico’s,
die uiteraard in de huidige tijdsomstandigheden zeer groot zijn.
Wat de personeelsbezetting betreft, werd, met betrek-
king tot de directie nog opgemerkt, dat het bedrijf van "Marcanti"
dagelijks gedurende ± 18 uren geopend is, zoodat twee directeuren,
die elkaar aflossen, zeer zeker noodig zijn; dat een directie van
drie personen in de begrooting werd opgenomen, vindt zijn oorzaak
in de omstandigheid, dat een der directeuren sedert geruimen tijd
ernstig ziek is en een (vrij geringe) uitkeering uit de zaak
ontvangt. Bovendien wordt aanstelling van een bedrijfsleider over-
wogen (wiens salaris men onder de kosten der directie begrijpt),
opdat de directeuren meer tijd beschikbaar krijgen voor de acqui-
sitie, hetgeen noodzakelijk is voor het zalen-verhuurbedrijf van
"Marcanti".
Bij de geheele bovenstaande redeneering is nog geen ge-
waag gemaakt van de huidige oorlogs-omstandigheden. "Marcanti"
heeft het standpunt ingenomen, dat de invloed daarvan op het be-
drijfsleven niet kan worden voorspeld, zoodat daarmede ook bij de
vaststelling van het contract geen rekening kan worden gehouden;
reeds thans zijn evenwel een aantal gemaakte afspraken voor zaal-
verhuring, in verband met den oorlogstoestand opgezegd. Dit document betreft een zakelijke verantwoording over de exploitatie van "Marcanti" in Amsterdam. De kernpunten zijn:
* Financiën: Er is een noodzaak voor investeringen in meubilair en een aanpassing van de afschrijvingssystematiek. Er wordt gerekend met een theoretische pachtsom van ƒ 26.500,-, terwijl er ƒ 22.500,- geboden wordt.
* Personeel: Er wordt gepleit voor een loonsverhoging van ƒ 4.000,- (totaalbedrag) voor het personeel vanwege onderbetaling en overwerk.
* Directievoering: Marcanti hanteert een 18-urige werkdag. Er zijn drie directeuren begroot, waarvan één langdurig ziek is. Men overweegt een bedrijfsleider aan te stellen om de directeuren te ontlasten voor acquisitiewerkzaamheden.
* Onzekerheid: De brief eindigt met de constatering dat de oorlogstoestand zorgt voor annuleringen en onvoorspelbaarheid, wat het vastleggen van langdurige contracten bemoeilijkt. Het document is gedateerd op 7 september 1939, slechts enkele dagen na de Duitse inval in Polen (1 september) en de oorlogsverklaringen van Groot-Brittannië en Frankrijk (3 september). Hoewel Nederland op dat moment neutraal was, heerste er grote economische onzekerheid door de mobilisatie en internationale spanningen.
"Marcanti" (de Marktkantine) aan de Jan van Galenstraat was destijds een belangrijk sociaal en zakelijk centrum voor de handelaren van de nabijgelegen Centrale Markthallen. De bemoeienis van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" suggereert dat de gemeente Amsterdam als eigenaar of toezichthouder direct betrokken was bij de exploitatie en de pachtvoorwaarden van het pand. De genoemde bedragen en de zorgen over personeelswelzijn geven een zeldzaam inkijkje in de bedrijfsvoering aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog in Nederland.