Getypte brief/nota (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief/nota (doorslag of kopie). 4 juli 1939. No. 781 L.M. -1937- -2- 4 Juli 1939.
die in het voortbestaan der veiling wel degelijk hun belang zien.
Burgemeester en Wethouders achten het mitsdien ongewenscht
de thans bestaande veiling op te heffen. Zij zullen echter krach-
tig blijven bevorderen de ontwikkeling van een groothandelsveiling
op de Centrale Markt. Bovendien zijn zij van oordeel, dat hunner-
zijds zooveel mogelijk getracht moet worden eventueele fouten, die
de bestaande kleinhandelsveiling aankleven, tegen te gaan.
Ten slotte deel ik U mede, dat de directie der kleinhandels-
veiling op de Centrale Markt aan Burgemeester en Wethouders heeft
toegezegd aanstelling van een keurmeester ter controleering van
soort en kwaliteit der ter veiling aangeboden goederen, in welwil-
lende overweging te zullen nemen.
[Handgeschreven in de kantlijn links bij bovenstaande alinea:] 1 t/m 9 {
VM
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
(get.) F. VAN MEURS
- Ten slotte deel ik U mede, dat ik aan de verschillende
groepen, die op de Centrale Markt komen, heb medegedeeld, dat U hebt
toegezegd de aanstelling van een keurmeester ter controleering van
soort en kwaliteit der ter veiling aangeboden goederen in welwillen-
de overweging te zullen nemen. Het document is een officieel schrijven van het college van Burgemeester en Wethouders, specifiek ondertekend door Wethouder F. van Meurs. De kern van de tekst betreft het besluit om een bestaande kleinhandelsveiling op de Centrale Markt niet op te heffen vanwege de belangen van betrokkenen, maar tegelijkertijd de ontwikkeling van een groothandelsveiling krachtig te stimuleren. Een belangrijk verbeterpunt dat wordt genoemd, is de aanstelling van een keurmeester om de kwaliteit van de aangeboden goederen te waarborgen. De tekst onder punt 10 herhaalt deze toezegging als mededeling aan de verschillende belangengroepen op de markt. Dit document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam, gezien de betrokken wethouder) was het logistieke hart van de voedselvoorziening. F. van Meurs was in die periode inderdaad wethouder in Amsterdam. Het document illustreert de spanning tussen de gevestigde kleinhandel en de opkomende groothandel in een tijd waarin efficiëntie en kwaliteitscontrole in de voedselketen steeds belangrijker werden. De vermelding van "fouten die de kleinhandelsveiling aankleven" duidt op eerdere klachten of onregelmatigheden die de overheid trachtte te reguleren.