Getypte rapportage of ambtelijke nota (pagina 2 van een groter geheel).
Origineel
Getypte rapportage of ambtelijke nota (pagina 2 van een groter geheel). Vermoedelijk midden jaren 30 (gezien de verwijzing naar de Landbouwcrisiswet van 1933). -2-
veilingen van zuidvruchten deden houden.
De veiling ontvangt goederen in commissie van haar zen-
ders en verkoopt deze by afslag (door middel van electrische
veilingklokken). De koopers moeten den koopprys contant betalen
vermeerderd met 3% veilingkosten. Aan de zenders keert de
veiling den koopprys uit, verminderd met 7½% commissie en met
de eventueele verdere onkosten (vracht, huur van emballage enz.)
Zy draagt dus geen risico by het verkoopen. De veiling ver-
koopt tegen pryzen die uitsluitend worden bepaald door het toe-
vallige aanbod en de toevallige vraag van den dag, en wel tegen
/pag.3 elken/prys, behoudens de krachtens de Landbouwcrisiswet gestel-
nota Weth. de beperking, dat rechtstreeks van de kweekers afkomstige goe-
deren niet beneden een voor elk product bepaalden, zeer laag
liggenden, minimum-prys mogen worden verkocht. Wordt deze laat-
ste niet opgebracht, dan moeten bedoelde goederen worden ver-
nietigd, terwyl de kweeker den prys uit het Landbouwcrisis-
fonds ontvangt.
De veiling verkrygt volgens haar eigen opgave ± 80%
van de ter veiling aangevoerde groente en fruit en ± 70% van
de aldaar aangevoerde aardappelen, rechtstreeks van producen-
ten. De veiling verkoopt alleen in de zomermaanden een hoeveel-
heid aardappelen van eenige beteekenis. Buitelnadsch fruit
verkoopt zy in het geheel niet.
Zenders v.d.veiling. De zenders van de veiling zyn te onderscheiden in:
a. kweekers, die hun zelf geteelde producten door middel van
de veiling verkoopen;
b. handelaren, die hun op de veilingen in de productiecentra
gekochte producten door middel van de veiling op de Centrale
Markt van de hand doen.
De onder a. bedoelde categorie is in verband met de
bovengenoemde Landbouwcrisiswet niet vry haar goederen te ver-
koopen op de wyze die zy wenscht. Zy mag dit alleen doen door
bemiddeling van een door de officieele crisis-instantie, de Ne-
derlandsche Groenten- en Fruitcentrale "erkende veiling", by
welke zy is "aangesloten". In het algemeen zyn "erkende vei-
lingen" de in de productieventra gevestigde coöperaties van
kweekers. De veiling op de Centrale Markt is echter ook erkend,
zoodat kweekers zich by haar mogen aansluiten. Voor zoover zy
reeds elders aangesloten zyn, staat het hun niet vry zonder
/ toestemming/ van de Groenten- en Fruitcentrale van veiling te
pag.4 nota veranderen. Die toestemming wordt slechts zelden gegeven. De
Weth. vryheid van de handelaren, die als zenders van de veiling op-
treden, wordt niet door wettelyke maatregelen beperkt. Ieder-
een, die alszoodanig erkend is, kan als handelaar in binnen-
landsche gewassen van den tuinbouw optreden.
Koopers v.d.veiling. De koopers van de veiling zyn dezelfde als degenen, die
als zoodanig op de Centrale Markt optreden, n.l. winkeliers, Deze pagina beschrijft het economische model van de veiling:
* Financieel: De veiling werkt op commissiebasis (3% voor de koper, 7,5% voor de zender) en draagt zelf geen verkooprisico.
* Marktmechanisme: Hoewel prijzen worden bepaald door vraag en aanbod, is er een harde bodemprijs ingesteld door de overheid. Producten die onder deze prijs dreigen te vallen, worden vernietigd (doorgedraaid) om de markt niet te overspoelen, waarbij de kweker een vergoeding krijgt uit een crisisfonds.
* Regulering: Er is een strikt onderscheid tussen kwekers en handelaren. Kwekers zijn gebonden aan "erkende veilingen" en kunnen niet zomaar overstappen, wat wijst op een strak geleide economie in de landbouwsector tijdens deze periode.
* Logistiek: De veiling richt zich bijna uitsluitend op binnenlandse producten, met een sterke focus op rechtstreekse aanvoer van producenten. Het document dateert uit de tijd van de Grote Depressie in de jaren 30. Om de Nederlandse landbouw en tuinbouw te beschermen tegen de catastrofale prijsdalingen, voerde de regering-Colijn de Landbouwcrisiswet (1933) in. De in de tekst genoemde Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) was het uitvoerende orgaan dat toezicht hield op de productiebeperking en prijsvorming.
De verwijzing naar de "Centrale Markt" en de "Wethouder" (Weth.) in de kantlijn suggereert dat dit document betrekking heeft op de situatie in een grote stad, zeer waarschijnlijk Amsterdam, waar de Centrale Markthal een cruciale rol speelde in de voedseldistributie. De notities wijzen op een ambtelijke voorbereiding van een beleidsstuk of besluitvorming door het college van B&W.