Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 243
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt verslag/rapport (pagina 3).

Omstreeks 1938-1939 (gezien de referentie naar omzetcijfers uit 1938).

Origineel

Getypt verslag/rapport (pagina 3). Omstreeks 1938-1939 (gezien de referentie naar omzetcijfers uit 1938). -3-

marktkooplieden en venters. In aantal zyn de winkeliers, die by de veiling koopen, veel geringer dan de marktkooplieden en de venters. Volgens den Algemeenen Ventersbond koopt het overgroote gedeelte der venters by de grossiers, daar dit minder tyd vereischt, dan koopen op de veiling, terwyl bovendien op crediet kan worden gekocht, hetgeen by de veiling niet het geval is. De Marktbond "Mercurius" meent, dat meer marktkooplieden by grossiers dan by de veiling koopen, terwyl de Federatie van kleinhandelaren het aantal winkeliers, dat by de veiling koopt, op 10% schat.

Omzet v.d.veiling. De bruto-omzet van deveiling bedraagt aan groente en fruit ten hoogste f 500.000 per jaar, terwyl daartegenover de bruto-omzet van de op de Centrale Markt gevestigde grossiers in die artikelen, ± 200 in aantal, ongeveer f 12.000.000,- per jaar bedraagt. De gemiddelde jaarlyksche omzet per groente- en fruitgrossier bedraagt dus ± f 60.000,-, zoodat de veiling evenveel omzet als ruim 8 van de op de Centrale Markt gevestigde groente en fruit-grossiers.

De opbrengst der veiling van aardappelen, groente en fruit bedroeg in 1938 ± 4½% van de geschatte waarde / van den marktaanvoer. Ten einde de omzet der veiling met dien der grossiers te kunnen vergelyken, dient de waarde van den totalen marktaanvoer in de eerste plaats te worden verminderd met de geschatte waarde van de door de markttuinders in hetzelfde tydsverloop op de Centrale Markt aangevoerde producten. In den omzet der grossiers is echter ook begrepen een bedrag aan buitenlandsch fruit (zuidvruchten e.d.), dat nimmer ter veiling wordt verkocht. De verhouding tusschen den omzet der veiling en dien der grossiers voor de producten, die beiden verkoopen, n.l. de binnenlandsche producten, is derhalve, rekening houdend met het vorenstaande, ongeveer 1 : 13. De veiling verkoopt dus ± 7% van de bedoelde producten.

Het aantal koopers van groente en fruit, dat dagelyks de markt bezoekt, is gemiddeld 1500. De veiling wordt dagelyks door gemiddeld 150 koopers van groente en fruit bezocht, die natuurlijk niet steeds allen als zoodanig optreden en die bovendien niet al hun producten by de veiling koopen.

Werkwyze grossiers. De grossiers koopen voor eigen rekening en risico hun waren in, en wel voornamelyk op de coöperatieve veilingen in de productiecentra. De waren worden door hen op de Centrale Markt aan dezelfde kleinhandelaren verkocht, die ook als koopers van de veiling optreden. De prys, die de grossiers ~~xxx~~ trachten voor hun goed te maken, wordt bepaald door den inkoopsprys, die de grossiers zelf voor het product moeten betalen, vermeerderd met hun bedryfskosten en zoo mogelyk met ondernemerswinst. Doordat zeer veel grossiers op de markt gevestigd zyn, bewerkt de onderlinge concurrentie, dat een zeker algemeen op de markt /

[Kanttekeningen in de marge:]
* (Bij tweede alinea): Omzet v.d.veiling.
* (Bij derde alinea): ∠pag.5 nota Weth.
* (Bij vijfde alinea): Werkwyze grossiers.
* (Onderaan): ∠ pag.6 nota Weth. * Kern van de tekst: Dit document beschrijft de concurrentiepositie van de veiling ten opzichte van de particuliere grossiers op een centrale markt. De grossiers domineren de markt volledig: hun gezamenlijke omzet is 24 keer groter dan die van de veiling (f 12 miljoen vs. f 0,5 miljoen).
* Economische argumenten: De tekst legt uit waarom kopers (venters en winkeliers) de voorkeur geven aan grossiers boven de veiling:
1. Tijdbesparing: Direct kopen bij de grossier gaat sneller dan het veilproces.
2. Krediet: Grossiers bieden de mogelijkheid om op rekening te kopen, wat bij de veiling niet kan.
3. Assortiment: Grossiers verkopen ook buitenlands fruit (zuidvruchten) dat niet op de lokale veiling komt.
* Statistiek: Slechts 10% van de winkeliers koopt bij de veiling. Van de 1500 dagelijkse marktbezoekers bezoeken er slechts 150 de veiling.
* Handgeschreven annotaties: De aantekeningen "nota Weth." (Nota Wethouder) suggereren dat dit een ambtelijk stuk is dat diende als voorbereiding voor beleid of een besluit van het college van B&W. Dit document stamt uit de late jaren '30 en betreft zeer waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat). In deze periode vond een voortdurende strijd plaats tussen de publieke marktfunctie (de veiling) en de private handel (de grossiers).

De referentie naar "1938" plaatst het document vlak voor de Tweede Wereldoorlog, een tijd waarin de distributie van levensmiddelen sterk gereguleerd was maar ook onderhevig aan hevige concurrentie. De "Algemeenen Ventersbond" en Marktbond "Mercurius" waren belangrijke belangenorganisaties voor respectievelijk de straathandelaren en de marktkooplieden in die tijd. De tekst geeft een uniek inkijkje in de structuur van de voedseldistributie in een grote Nederlandse stad in het interbellum.

Samenvatting

  • Kern van de tekst: Dit document beschrijft de concurrentiepositie van de veiling ten opzichte van de particuliere grossiers op een centrale markt. De grossiers domineren de markt volledig: hun gezamenlijke omzet is 24 keer groter dan die van de veiling (f 12 miljoen vs. f 0,5 miljoen).
  • Economische argumenten: De tekst legt uit waarom kopers (venters en winkeliers) de voorkeur geven aan grossiers boven de veiling:
    1. Tijdbesparing: Direct kopen bij de grossier gaat sneller dan het veilproces.
    2. Krediet: Grossiers bieden de mogelijkheid om op rekening te kopen, wat bij de veiling niet kan.
    3. Assortiment: Grossiers verkopen ook buitenlands fruit (zuidvruchten) dat niet op de lokale veiling komt.
  • Statistiek: Slechts 10% van de winkeliers koopt bij de veiling. Van de 1500 dagelijkse marktbezoekers bezoeken er slechts 150 de veiling.
  • Handgeschreven annotaties: De aantekeningen "nota Weth." (Nota Wethouder) suggereren dat dit een ambtelijk stuk is dat diende als voorbereiding voor beleid of een besluit van het college van B&W.

Historische Context

Dit document stamt uit de late jaren '30 en betreft zeer waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat). In deze periode vond een voortdurende strijd plaats tussen de publieke marktfunctie (de veiling) en de private handel (de grossiers).

De referentie naar "1938" plaatst het document vlak voor de Tweede Wereldoorlog, een tijd waarin de distributie van levensmiddelen sterk gereguleerd was maar ook onderhevig aan hevige concurrentie. De "Algemeenen Ventersbond" en Marktbond "Mercurius" waren belangrijke belangenorganisaties voor respectievelijk de straathandelaren en de marktkooplieden in die tijd. De tekst geeft een uniek inkijkje in de structuur van de voedseldistributie in een grote Nederlandse stad in het interbellum.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6