Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 258
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke nota of brief (doorslag).

21 januari (jaar onbekend, vermoedelijk circa 1918-1920).

Origineel

Getypte ambtelijke nota of brief (doorslag). 21 januari (jaar onbekend, vermoedelijk circa 1918-1920). 1 21 Januari 9
59/2/3 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen

sorteering aan de koopers op de veiling kan worden geboden:
de kweekers, die op de veiling inzenden, verbouwen niet alle
benoodigde producten;
III. het verbieden van koopen en verkoopen in de
veiling door veilingpersoneel en het verbieden van andere
manipulaties, die de pryszetting in de veiling beïnvloeden:
overwogen zal worden, of en in hoeverre het koopen en ver-
koopen door veilingpersoneel kan worden tegengegaan; het
wordt echter niet onbehoorlyk geacht, omdat het openlyk p
plaatsvindt; men blyft het noodzakelyk achten, dat de vei-
ling actief meewerkt aan de bevordering van een behoorlyk
pryspeil; het belang der zenders vordert dit en het gebeurt
ook elders.

           Ik ben van meening, dat dient te worden afgewacht,

of de veilingsdirectie een keurmeester zal aanstellen en of
het koopen en verkoopen door eigen personeel zal worden be-
perkt. Voor de goede orde wys ik erop, dat deze beide onder-
werpen, belangen van de koopers op de veiling (winkeliers en
venters) betreffen, terwyl het geheele onderzoek naar het
veilingsvraagstuk is ingesteld op aandringen der grossiers,
die door de veiling worden geschaad. Zy hebben alleen belang
by het sub II behandelde onderwerp: het weren van den zender-
handelaar. Ik ben met de veilingsdirectie van meening, dat
dit voor de veiling uit een zakelyk oogpunt onmogelyk is.
Zou men by een nieuwe overeenkomst het laatstbe-
doelde punt – en eventueel ook de beide andere – contractu-
eel willen regelen, dan is dit in principe uiteraard moge-
lyk. Het zal dan echter de vraag zyn, of de huidige exploi-
tante, op die condities het contract zal willen verlengen en,
indien zy dat al wil, zal zy ongetwyfeld, op grond van het
groote financieele nadeel dat zy zou lyden door het verbod
van zenders-handelaren – en wellicht ook door het verbod
van actief meewerken aan de prysvorming – een aanmerkelyk
lageren pachtprys willen betalen. (Zelfs de binnenlandsche
appelen en druiven, die door handelaren – vooral door de im- * Inhoud: De tekst bespreekt interne strubbelingen en ethische kwesties bij de Amsterdamse veilingen. De auteur adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen over drie hoofdpunten:
1. Handel door personeel: Het feit dat veilingpersoneel zelf koopt en verkoopt. De auteur vindt dit niet per se "onbehoorlyk" omdat het openlijk gebeurt.
2. Prijsvorming: De veiling grijpt actief in om een "behoorlyk pryspeil" te garanderen, wat gunstig is voor de zenders (kwekers).
3. Zenders-handelaren: Grossiers klagen over de aanwezigheid van zenders-handelaren (personen die zowel produceren/inzenden als verhandelen). De auteur acht het weren van deze groep economisch onhaalbaar voor de veiling.
* Juridisch/Zakelijk aspect: De auteur waarschuwt dat het contractueel vastleggen van beperkingen op deze praktijken zal leiden tot een lagere "pachtprys" die de exploitant van de veiling aan de gemeente bereid is te betalen.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke spelling (bijv. prys, noodzakelyk, zy, financieele). De toon is zakelijk en ambtelijk-adviserend. Dit document stamt uit een periode (waarschijnlijk tijdens of kort na de Eerste Wereldoorlog) waarin de gemeente Amsterdam, via de Wethouder voor de Levensmiddelen (een post die beroemd werd onder Floor Wibaut), een actieve rol speelde in de voedselvoorziening en marktregulering. In die tijd was er constante spanning tussen de belangen van verschillende groepen: de kwekers (zenders), de groothandelaren (grossiers), de kleine detailhandel (winkeliers en venters) en de consument die baat had bij lage prijzen. Het document toont de complexiteit van marktmeesterschap aan, waarbij de gemeente moest laveren tussen ethische bedrijfsvoering en de financiële opbrengsten uit de verpachting van de veiling.

Samenvatting

  • Inhoud: De tekst bespreekt interne strubbelingen en ethische kwesties bij de Amsterdamse veilingen. De auteur adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen over drie hoofdpunten:
    1. Handel door personeel: Het feit dat veilingpersoneel zelf koopt en verkoopt. De auteur vindt dit niet per se "onbehoorlyk" omdat het openlijk gebeurt.
    2. Prijsvorming: De veiling grijpt actief in om een "behoorlyk pryspeil" te garanderen, wat gunstig is voor de zenders (kwekers).
    3. Zenders-handelaren: Grossiers klagen over de aanwezigheid van zenders-handelaren (personen die zowel produceren/inzenden als verhandelen). De auteur acht het weren van deze groep economisch onhaalbaar voor de veiling.
  • Juridisch/Zakelijk aspect: De auteur waarschuwt dat het contractueel vastleggen van beperkingen op deze praktijken zal leiden tot een lagere "pachtprys" die de exploitant van de veiling aan de gemeente bereid is te betalen.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke spelling (bijv. prys, noodzakelyk, zy, financieele). De toon is zakelijk en ambtelijk-adviserend.

Historische Context

Dit document stamt uit een periode (waarschijnlijk tijdens of kort na de Eerste Wereldoorlog) waarin de gemeente Amsterdam, via de Wethouder voor de Levensmiddelen (een post die beroemd werd onder Floor Wibaut), een actieve rol speelde in de voedselvoorziening en marktregulering. In die tijd was er constante spanning tussen de belangen van verschillende groepen: de kwekers (zenders), de groothandelaren (grossiers), de kleine detailhandel (winkeliers en venters) en de consument die baat had bij lage prijzen. Het document toont de complexiteit van marktmeesterschap aan, waarbij de gemeente moest laveren tussen ethische bedrijfsvoering en de financiële opbrengsten uit de verpachting van de veiling.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6