Concept-brief (met diverse doorstalingen en toevoegingen).
Origineel
Concept-brief (met diverse doorstalingen en toevoegingen). 20 januari 1939. Waarschijnlijk een ambtenaar of wethouder (geparafeerd met W.C.M. of W.O.M.). Noot: Tekst tussen [ ] duidt op onzekere lezing of redactionele toevoeging. Doorgestreepte tekst is schuingedrukt weergegeven.
Concept 59/2/3
MNV.
Kleinhandelbreedrij op de [Markt?] 21/1-’39
C.M.
A’dam 20 januari 1939.
W.C.M.
Ter vervolge op mijn brief d.d. 11 dezer (no. 59/2/1, M) heb ik de eer U te berichten, dat ik de daarin genoemde drie onderwerpen met den directeur en met commissarissen van de N.V. Ned. Veiling van Land- en Tuinbouwproducten “Amsterdam” heb besproken. De directeur stelde, na een eerste onderhoud, dat ik terzake met hem had, een rapport op, waarin hij zijn zienswijze heeft vervat. Van dat rapport, waarmede de commissarissen zich, nadat het in een terzake met mij belegde vergadering was behandeld, in hoofdtrekken hebben vereenigd, leg ik in bijlage dezes een afschrift over.
Vooropstellende, dat de Gemeente contractueel de bevoegdheid niet heeft, om de veilingsexploitante te deze voorschriften te geven, kan ik het standpunt dier exploitante als volgt samenvatten:
I Het aanstellen van een specialen keurmeester bij de veiling zal worden overwogen; indien de daaraan verbonden kosten en zakelijk verantwoord blijken te zijn, — hetgeen wordt vermoed, doch nog nader zal worden onderzocht — zal deze aanstelling plaatsvinden;
II. Het weigeren van goederen van zenders-handelaren; dit is voor de veiling zakelijk onmogelijk; dat een handelaar zijn goederen op een veiling verkoopt is niet onbehoorlijk, het komt ook elders voor; de veiling kan deze zenders niet missen, niet alleen omdat zij het omzetcijfer vergrooten, maar ook omdat voldoende dankt [afgebroken tekst aan onderzijde]. In deze concept-brief brengt de schrijver verslag uit van een overleg met de directie en commissarissen van de Amsterdamse Land- en Tuinbouwveiling. De kern van het document is de beperkte macht van de gemeente: contractueel kan de gemeente de veiling geen directe voorschriften opleggen.
Er worden twee specifieke punten uit een eerder rapport besproken:
1. Kwaliteitscontrole: Het aanstellen van een eigen keurmeester wordt overwogen, mits dit financieel en zakelijk haalbaar is.
2. Toelating van handelaren: Er is discussie over het feit dat niet alleen tuinders (producenten), maar ook handelaren goederen aanbieden op de veiling. De veilingdirectie stelt dat dit noodzakelijk is voor de omzet en dat het een gangbare praktijk is.
Het document toont de spanning tussen het gemeentelijk toezicht en de zakelijke autonomie van de veiling-N.V. kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Eind jaren '30 was er in Nederland veel discussie over de ordening van de markt en de rol van tussenpersonen (handelaren) versus producenten. De veilingen waren van oorsprong bedoeld voor directe afzet van de boer/tuinder naar de kopers, maar handelaren maakten steeds vaker gebruik van het systeem om partijen "door te draaien" of te herveilen. De gemeente Amsterdam probeerde hier via overleg enige regulering in aan te brengen (de "Kleinhandelsregeling"), maar stuitte op de private contracten die de veilingexploitant een grote mate van vrijheid boden. De genoemde datum (januari 1939) plaatst dit in een periode van economische crisisbeheersing en toenemende overheidsbemoeienis met de voedselvoorziening. N.V. Ned W.C.M. Gemeente Amsterdam