Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 261
Dossier 4
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven concept/ontwerpverslag met redactionele wijzigingen.

Origineel

Handgeschreven concept/ontwerpverslag met redactionele wijzigingen. [4]

zij kunnen goede sortering aan de koopers op
de veiling kan worden geboden; de kweekers,
die op de veiling inzenden, verbouwen niet alle
benoodigde producten;

III het verbieden van [doorgehaald: koopen door verkoopers] koopen en verkoopen
in de veiling door veilingspersoneel en het verbieden
van andere manipulaties, die de prijszetting in de
veiling beïnvloeden : overwogen zal worden,
of en in hoeverre het koopen en verkoopen door
veilingspersoneel kan worden [doorgehaald: tegengegaan]; het wordt
echter niet onbehoorlijk geacht, omdat het openlijk
plaatsvindt; [doorgehaald: maar] blijft [doorgehaald: echter] het
noodzakelijk achten, dat de veiling actief meewerkt
aan de bevordering van een behoorlijk prijspeil; het
belang der zenders vordert dit [doorgehaald: in dit opzicht] en het gebeurt
ook elders, [doorgehaald: hoewel veelal in beperkter mate].

[De volgende passage is met een grote schuine streep doorgehaald:]
die bij gebrek plaatsvindt; [ingevoegd: (of met behulp van een zgn 'strooiman')] [doorgehaald: dit met door een 'strooiman']
kan worden aangekocht; bij verkoop bij afslag
kan alleen worden gekocht tegen hoogere prijs dan die
anderen willen geven; hetgeen op zich zelf niet
geschiedt openlijk en wordt daarom niet afkeurens-
waardig geacht.

[Nieuwe alinea:]
Ik ben van meening, [doorgehaald: dat in deze]
[doorgehaald: aangelegenheid geen verdere stappen behoeven te]
[doorgehaald: worden gedaan,] dat dient te worden afgewacht
of de veilingsdirectie een keurmeester zal aanstellen
en of het koopen en verkoopen door eigen personeel
zal worden beperkt. Voor de goede orde wijs ik erop, dat
deze beide onderwerpen, belangen van de koopers op de
veiling [ingevoegd: (winkeliers en venters)] betreffen, terwijl
het geheele onderzoek naar het veilingsvraagstuk is
ingesteld op aandringen der grossiers, die door de
veiling worden geschaad. Zij hebben alleen
belang bij het sub II behandelde [ingevoegd: onderwerp]: het weren van
den zender-handelaar; Ik ben met de veiling-
directie [ingevoegd: voor de veiling] van meening, dat dit punt [ingevoegd: uit] een zakelijk
oogpunt onmogelijk is, [doorgehaald: omdat de veiling daardoor]
[doorgehaald: ernstig zou worden benadeeld].

Zou men bij een nieuwe overeenkomst het
laatstbedoelde punt – en eventueel ook de beide De tekst beschrijft een intern conflict binnen het veilingwezen. Er zijn drie hoofdpunten te onderscheiden:
1. Handel door personeel: Er wordt gediscussieerd of personeel van de veiling zelf mag kopen en verkopen. Hoewel dit soms als ongewenst wordt gezien (vanwege mogelijke prijsbeïnvloeding), merkt de schrijver op dat het minder problematisch is als het "openlijk" gebeurt.
2. Belangenverstrengeling: Er is een duidelijke spanning tussen verschillende groepen: de grossiers (groothandelaren), die zich benadeeld voelen door de huidige gang van zaken, en de winkeliers/venters (kleinhandelaren), die andere belangen hebben bij de veilingregels.
3. De 'zender-handelaar': Dit betreft handelaren die zelf producten ter veiling aanbieden (inzenden). De grossiers willen hen weren, maar de veilingsdirectie ziet dit als economisch onmogelijk ("zakelijk oogpunt onmogelijk").

De doorgehaalde tekst over de "strooiman" en de "verkoop bij afslag" laat zien dat er zorgen waren over schijnconstructies waarbij de prijs kunstmatig hoog werd gehouden. In de eerste helft van de 20e eeuw professionaliseerde het Nederlandse veilingwezen (bijv. de groenteveilingen in het Westland of de kop van Noord-Holland) zich sterk. De "veilingplicht" en de regels rondom wie mocht bieden en wie mocht aanvoeren, waren constante punten van wrijving. Grossiers zagen de opkomst van handelende kweekers of direct verkopende veilingen als een bedreiging voor hun monopoliepositie. Dit document lijkt een advies of overweging te zijn in een proces om tot nieuwe reglementen of een nieuwe "overeenkomst" te komen.

Samenvatting

De tekst beschrijft een intern conflict binnen het veilingwezen. Er zijn drie hoofdpunten te onderscheiden:
1. Handel door personeel: Er wordt gediscussieerd of personeel van de veiling zelf mag kopen en verkopen. Hoewel dit soms als ongewenst wordt gezien (vanwege mogelijke prijsbeïnvloeding), merkt de schrijver op dat het minder problematisch is als het "openlijk" gebeurt.
2. Belangenverstrengeling: Er is een duidelijke spanning tussen verschillende groepen: de grossiers (groothandelaren), die zich benadeeld voelen door de huidige gang van zaken, en de winkeliers/venters (kleinhandelaren), die andere belangen hebben bij de veilingregels.
3. De 'zender-handelaar': Dit betreft handelaren die zelf producten ter veiling aanbieden (inzenden). De grossiers willen hen weren, maar de veilingsdirectie ziet dit als economisch onmogelijk ("zakelijk oogpunt onmogelijk").

De doorgehaalde tekst over de "strooiman" en de "verkoop bij afslag" laat zien dat er zorgen waren over schijnconstructies waarbij de prijs kunstmatig hoog werd gehouden.

Historische Context

In de eerste helft van de 20e eeuw professionaliseerde het Nederlandse veilingwezen (bijv. de groenteveilingen in het Westland of de kop van Noord-Holland) zich sterk. De "veilingplicht" en de regels rondom wie mocht bieden en wie mocht aanvoeren, waren constante punten van wrijving. Grossiers zagen de opkomst van handelende kweekers of direct verkopende veilingen als een bedreiging voor hun monopoliepositie. Dit document lijkt een advies of overweging te zijn in een proces om tot nieuwe reglementen of een nieuwe "overeenkomst" te komen.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6