Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 263
Dossier 23
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt afschrift (doorslag of kopie) van een ambtelijk rapport/brief.

21 januari 1939. Van: Directeur van het Marktwezen (Amsterdam).

Origineel

Getypt afschrift (doorslag of kopie) van een ambtelijk rapport/brief. 21 januari 1939. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). No 59/2/2 M. 1939 AFSCHRIFT.


Behoort bij brief No.59/2/3 M. d.d. 21 Januari 1939 aan den Heer Wet-
houder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
========================================================================

Onderzoek bestaansrecht der Kleinhandelsveiling op de
Centrale Markt te A m s t e r d a m.
-------o0000000-------

Na al hetgeen hierover aan de Gemeentelijke instanties is gerappor-
teerd en uit de besprekingen, die hieruit zijn voortgevloeid met
alle betrokken takken van handel en producenten is wel komen vast
te staan, dat de vraag of een kleinhandelsveiling op haar plaats is
onder de huidige omstandigheden in het verband van de Centrale Markt
wel onomstootelijk bewezen.

Na dit te hebben vastgesteld, doemt de vraag op in hoeverre er ver-
betering in de positie en bestaansmogelijkheden der kleinhandels-
veiling gebracht kan worden en wel zoodanig, dat eensdeels het be-
lang van den Groothandel op de Centrale Markt niet in het gedrang
komt en anderdeels de bestaande kleinhandelaarsgroep haar belangen
bij den omzet der producten kan verbeteren.

Nauw samengeweven met deze belangen zijn die van de groep inzenders
der veiling, alsook het directe belang, dat de ondernemers bij de
exploitatie der kleinhandelsveiling in Amsterdam hebben.

Deze belangen, die zoozeer uiteenloopen, gevoegd bij het belang,
dat de Gemeente Amsterdam bij de exploitatie van de Centrale Markt
als geheel heeft, zoodanig te regelen, dat er een zeker evenwicht
ontstaat, blijkt thans het onderwerp van onderzoek te zijn.

Te dien opzichte zijn ons een drietal punten gesteld, aan de hand
waarvan ik wil trachten aan te toonen, hoe ingrijpend deze zijn op
de verdere ontwikkeling en handhaving van onze bestaansmogelijkheid
der kleinhandelsveiling.

Punt I. Aanstelling van een vasten keurmeester in dienst der veiling,
als objectief beoordeelaar van aangevoerde kwaliteiten en gewichten.


Op zichzelf is deze vraag direct bevestigend te beantwoorden, of-
schoon aan den anderen kant moet worden gezegd, dat in deze functie
al naar de omstandigheden dit eischen, reeds facultatief wordt voor-
zien.
De gang van zaken is thans zoo, dat voor den aanvang der veiling, de
veilingmeesters, voor zoover de tijd tusschen aanvoer en aanvang

--- * Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van voor de Tweede Wereldoorlog, inclusief de toen geldende spelling (bijv. "zoodanig", "den", "zoozeer", "inzenders").
* Kernproblematiek: Het document adresseert een spanningsveld op de Centrale Markt in Amsterdam. Er is een belangenconflict tussen de groothandel en de kleinhandelsveiling. De directeur van het Marktwezen probeert een balans te vinden tussen de belangen van producenten (inzenders), handelaren, de exploitanten van de veiling en het algemeen belang van de gemeente Amsterdam.
* Voorgestelde maatregel: Als eerste punt van verbetering wordt de aanstelling van een onafhankelijke keurmeester genoemd. Dit moet de transparantie en betrouwbaarheid met betrekking tot de kwaliteit en het gewicht van de aangevoerde goederen vergroten, wat cruciaal is voor het vertrouwen in het veilingsysteem.
* Status van het document: Het betreft een afschrift, bedoeld als bijlage bij een formele brief aan de wethouder, wat duidt op een proces van beleidsvorming of evaluatie van de marktstructuur.

--- Dit document stamt uit januari 1939, een periode waarin de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam (geopend in 1934) een centrale rol speelden in de voedselvoorziening van de groeiende hoofdstad. De markt was een complex ecosysteem waar verschillende commerciële belangen botsten met de regulerende drang van de overheid.

In de jaren dertig was er veel discussie over de efficiëntie van de distributieketen van levensmiddelen. Kleinhandelaren voelden zich vaak benadeeld door de macht van de groothandel. De "Kleinhandelsveiling" was een instrument om de directe toegang van de kleine winkelier tot de producten te waarborgen. Dit document toont aan dat de gemeente Amsterdam actief betrokken was bij het finetunen van dit systeem om sociale onrust te voorkomen en een eerlijke prijsvorming te garanderen vlak voor het uitbreken van de oorlog.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van voor de Tweede Wereldoorlog, inclusief de toen geldende spelling (bijv. "zoodanig", "den", "zoozeer", "inzenders").
  • Kernproblematiek: Het document adresseert een spanningsveld op de Centrale Markt in Amsterdam. Er is een belangenconflict tussen de groothandel en de kleinhandelsveiling. De directeur van het Marktwezen probeert een balans te vinden tussen de belangen van producenten (inzenders), handelaren, de exploitanten van de veiling en het algemeen belang van de gemeente Amsterdam.
  • Voorgestelde maatregel: Als eerste punt van verbetering wordt de aanstelling van een onafhankelijke keurmeester genoemd. Dit moet de transparantie en betrouwbaarheid met betrekking tot de kwaliteit en het gewicht van de aangevoerde goederen vergroten, wat cruciaal is voor het vertrouwen in het veilingsysteem.
  • Status van het document: Het betreft een afschrift, bedoeld als bijlage bij een formele brief aan de wethouder, wat duidt op een proces van beleidsvorming of evaluatie van de marktstructuur.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1939, een periode waarin de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam (geopend in 1934) een centrale rol speelden in de voedselvoorziening van de groeiende hoofdstad. De markt was een complex ecosysteem waar verschillende commerciële belangen botsten met de regulerende drang van de overheid.

In de jaren dertig was er veel discussie over de efficiëntie van de distributieketen van levensmiddelen. Kleinhandelaren voelden zich vaak benadeeld door de macht van de groothandel. De "Kleinhandelsveiling" was een instrument om de directe toegang van de kleine winkelier tot de producten te waarborgen. Dit document toont aan dat de gemeente Amsterdam actief betrokken was bij het finetunen van dit systeem om sociale onrust te voorkomen en een eerlijke prijsvorming te garanderen vlak voor het uitbreken van de oorlog.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6