Getypte ambtelijke brief of rapportage.
Origineel
Getypte ambtelijke brief of rapportage. 21 januari (jaartal niet zichtbaar, waarschijnlijk vroege 20e eeuw, ca. 1918-1925). 1 21 Januari 9
59/2/3 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
sorteering aan de koopers op de veiling kan worden geboden:
de kweekers, die op de veiling inzenden, verbouwen niet alle
benoodigde producten;
III. het verbieden van koopen en verkoopen in de
veiling door veilingpersoneel en het verbieden van andere
manipulaties, die de pryszetting in de veiling beïnvloeden:
overwogen zal worden, of en in hoeverre het koopen en ver-
koopen door veilingpersoneel kan worden tegengegaan; het
wordt echter niet onbehoorlyk geacht, omdat het openlyk p
plaatsvindt; men blyft het noodzakelyk achten, dat de vei-
ling actief meewerkt aan de bevordering van een behoorlyk
pryspeil; het belang der zenders vordert dit en het gebeurt
ook elders.
Ik ben van meening, dat dient te worden afgewacht,
of de veilingsdirectie een keurmeester zal aanstellen en of
het koopen en verkoopen door eigen personeel zal worden be-
perkt. Voor de goede orde wys ik erop, dat deze beide onder-
werpen, belangen van de koopers op de veiling (winkeliers en
venters) betreffen, terwyl het geheele onderzoek naar het
veilingsvraagstuk is ingesteld op aandringen der grossiers,
die door de veiling worden geschaad. Zy hebben alleen belang
by het sub II behandelde onderwerp: het weren van den zender-
handelaar. Ik ben met de veilingsdirectie van meening, dat
dit voor de veiling uit een zakelyk oogpunt onmogelyk is.
Zou men by een nieuwe overeenkomst het laatstbe-
doelde punt -- en eventueel ook de beide andere -- contractu-
eel willen regelen, dan is dit in principe uiteraard moge-
lyk. Het zal dan echter de vraag zyn, of de huidige exploi-
tante, op die condities het contract zal willen verlengen en,
indien zy dat al wil, zal zy ongetwyfeld, op grond van het
groote financieele nadeel dat zy zou lyden door het verbod
van zenders-handelaren -- en wellicht ook door het verbod
van actief meewerken aan de prysvorming -- een aanmerkelyk
lageren pachtprys willen betalen. (Zelfs de binnenlandsche
appelen en druiven, die door handelaren - vooral door de im- * Taalgebruik: Het document hanteert de oude spelling (bijv. pryszetting, onbehoorlyk, koopers) en is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl.
* Kernproblematiek: De tekst beschrijft een belangenconflict op de Amsterdamse markt/veiling. Er zijn drie hoofdpunten van discussie:
1. De handel door veilingpersoneel zelf (wat men blijkbaar niet direct als onbehoorlijk ziet omdat het "openlijk" gebeurt).
2. De aanstelling van een keurmeester.
3. De aanwezigheid van 'zender-handelaren' (tussenpersonen).
* Belangengroepen: Er is sprake van een spanningsveld tussen de grossiers (groothandelaren), die de zender-handelaren willen weren omdat zij hen als concurrentie zien, en de winkeliers en venters (de kleine kopers).
* Financieel aspect: De auteur waarschuwt dat het beperken van bepaalde handelspraktijken de inkomsten van de "exploitante" (de private partij die de veiling beheert) zal drukken, wat zal leiden tot een lagere pachtsom voor de gemeente Amsterdam. Dit document stamt waarschijnlijk uit de periode rond of kort na de Eerste Wereldoorlog. In Amsterdam was de "Wethouder voor de Levensmiddelen" in die tijd een cruciale functie vanwege de schaarste en de noodzaak tot centrale distributie van voedsel. De discussie over de "zender-handelaar" (iemand die producten opkoopt bij kwekers om ze vervolgens op de centrale veiling weer aan te bieden) was een heet hangijzer in de marktordening van Amsterdam. Het document geeft een inkijkje in hoe de gemeente balanceerde tussen marktregulering (tegen prijsopdrijving) en de eigen inkomsten uit pacht van de marktterreinen.