Archiefdocument
Origineel
-3-
nog ongeacht de zeer belangrijke groep van pachters van ongeoogst
fruit, die toch ook tot den "HANDEL" moeten worden gerekend.
Als wij alleen maar letten op het financieele belang, dat de veiling
bij de inkomsten door haar veilingspercentage uit deze groepen "Hande-
laren" heeft, dan moet op grond daarvan al reeds onvoorwaardelijk een
passend HALT voor het aan ons op te dringen verbod worden geroepen.
Maar van even groot gewicht is deze aanvulling van producten uit cen-
tra, die niet of niet voldoende door onze veilingtuinders worden ge-
kweekt, voor den kleinhandel zelf en niet minder voor de veilende tuin-
ders. Juist het feit, dat aan dergelijke artikelen op de veiling
groote behoefte bestaat en daardoor op de veiling een geschakeerde
aanvoer van allerhande producten aanwezig is, beteekent voor den op
de veiling koopenden kleinhandelaar en voor den aan de veiling ver-
bonden kweeker, een groot financieel belang. Deze producten vormen
veelal het bindende element tusschen den aanvoer van rondom Amsterdam
geteelde producten en de veilingkooplieden. De aantrekkelijkheid van
de veiling zou bij het verdwijnen van dien aanvoer onherroepelijk ver-
loren gaan.
Natuurlijk wordt er zooveel mogelijk naar gestreefd deze handelspro-
ducten te vervangen door aanvoer rechtstreeks van tuindersproducten,
maar gezien de vrijwel onoverwinnelijke belemmeringen van Regeerings-
wege zal dat voorshands vrijwel onmogelijk blijken te kunnen worden
verwezenlijkt.
Punt III. Verbod van koopen en verkoopen in de veiling door personeel
en beïnvloeding van de prijszetting door dat personeel, zoodat perso-
neel als zoodanig noch direct noch indirect belang heeft bij de
veilingomzetten en de veilingprijzen.
Deze aangelegenheid is feitelijk te scheiden in twee groepen, en wel
A. de groenten- en fruithandel en aardappelen.
B. de bloemen en plantenveiling.
A.GROENTENVEILING.
Het betreft hier in hoofdzaak de inzending van diverse producten als
kool, wortelen, uien, andijvie, tomaten etc. door den veilingmeester
Van Itterzon, welke producten niet in die mate, noch in die kwalitei-
ten worden aangevoerd door kweekers of zender-handelaren.
De vorige exploitanten hebben regelmatig hun veilingdebiet op peil
gehouden door stelselmatig producten aan te koopen, die niet of niet
voldoende op de veiling worden aangebracht.
Sinds de exploitatie door onze Vennootschap wordt gevoerd, is met dit
systeem van eigen handel gebroken en dit overgelaten aan de vrije
inzenders. * Argumentatie voor handelsaanvoer: De auteur verdedigt de aanwezigheid van handelaren die producten van buiten de eigen regio aanvoeren. Dit is noodzakelijk voor de financiële gezondheid (commissie-inkomsten) en de aantrekkelijkheid van de veiling voor kopers (breed assortiment).
* Integriteit en neutraliteit: "Punt III" markeert een belangrijke ethische grens. Personeel mag geen eigen handelsbelangen hebben om de schijn van prijsbeïnvloeding of partijdigheid te voorkomen.
* Verandering in beleid: Er wordt expliciet verwezen naar een stijlbreuk met het verleden. Waar voorheen de veilingmeester (Van Itterzon) zelf producten kocht om de omzet te stutten, heeft de huidige "Vennootschap" dit systeem afgeschaft ten gunste van een vrije markt met externe inzenders.
* Overheidsinvloed: De tekst hint op "onoverwinnelijke belemmeringen van Regeeringswege", wat kan wijzen op distributiewetten of landbouwrestricties uit de jaren '30 of de vroege bezettingsjaren. Dit document lijkt deel uit te maken van een intern verslag of een verweerschrift van een veilingbestuur (mogelijk de Centrale Markt in Amsterdam of een omliggende tuinbouwveiling). Het weerspiegelt de overgangsfase in de Nederlandse veilingwereld van kleine, vaak door individuen gedomineerde exploitaties naar meer zakelijke en transparante vennootschapsvormen. De discussie over de "zuiverheid" van de veiling (geen eigen handel door personeel) was een centraal thema in de professionalisering van de sector in het midden van de 20e eeuw. De genoemde naam "Van Itterzon" is waarschijnlijk die van een historisch bekende veilingmeester of directeur uit die periode.