Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 287
Dossier 2C
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

№ 59/2/2 M. 1939 $^{20}/_{7}$

Onderzoek bestaansrecht der Kleinhandelsveiling op de
Centrale Markt te A m s t e r d a m.
-----------o0o0o0o0o-----------

Na al hetgeen hierover aan de Gemeentelijke instanties is gerapporteerd en uit de besprekingen, die hieruit zijn voortgevloeid met alle betrokken takken van handel en producenten is wel komen vast te staan, dat de vraag of een kleinhandelsveiling op haar plaats is onder de huidige omstandigheden in het verband van de Centrale Markt wel onomstootelijk bewezen.

Na dit te hebben vastgesteld, doemt de vraag op in hoeverre er verbetering in de positie en bestaansmogelijkheden der kleinhandelsveiling gebracht kan worden en wel zoodanig, dat eensdeels het belang van den Groothandel op de Centrale Markt niet in het gedrang komt en anderdeels de bestaande kleinhandelaarsgroep haar belangen bij den omzet der producten kan verbeteren.

Nauw samengeweven met deze belangen zijn die van de groep inzenders der veiling, alsook het directe belang, dat de ondernemers bij de exploitatie der kleinhandelsveiling in Amsterdam hebben.

Deze belangen, die zoozeer uiteenloopen, gevoegd bij het belang, dat de Gemeente Amsterdam bij de exploitatie van de Centrale Markt als geheel heeft, zoodanig te regelen, dat er een zeker evenwicht ontstaat, blijkt thans het onderwerp van onderzoek te zijn.

Te dien opzichte zijn ons een drietal punten gesteld, aan de hand waarvan ik wil trachten aan te toonen, hoe ingrijpend deze zijn op de verdere ontwikkeling en handhaving van onze bestaansmogelijkheid der kleinhandelsveiling.

Punt I. Aanstelling van een vasten keurmeester in dienst der veiling,
als objectief beoordeelaar van aangevoerde kwaliteiten en gewichten.

Op zichzelf is deze vraag direct bevestigend te beantwoorden, ofschoon aan den anderen kant moet worden gezegd, dat deze functie al naar de omstandigheden dit eischen, reeds facultatief wordt voorzien.
De gang van zaken is thans zoo, dat voor den aanvang der veiling, de veilingmeesters, voorzoover de tijd tusschen aanvoer en aanvang veiling het toelaat, regelmatig de aangevoerde producten keuren en bij vliegende controle de gewichten der zendingen controleeren.
Tijdsgebrek en de samenstelling van de huidige personeelsbezetting hebben er tot op heden niet toe kunnen leiden, dat voortdurend een keurmeester bij de hand is, reden waarom ook zelfs de directie der veiling, al naar omstandigheden als keurmeester optreedt. Als gevolg van de wijze, waarop de exploitatie der veiling zoo zuinig mogelijk moet worden geleid, is het aanstellen van een extra kracht achterwege gebleven, alhoewel zulks wel aanbeveling zou verdienen om o.a. ook de directie van deze tijdroovende werkzaamheden te ontlasten. Dusdoende kunnen dan ook de veilingmeesters van een deel hunner taak als het administreeren en verzorgen van doorgedraaide producten ontheven worden en een van hen tijdiger beschikbaar komen voor de regeling van den aanvoer ter veiling van bloemen en planten, die vrij spoedig, nadat de groenten en fruitveilingen zijn afgeloopen, op de veiling aankomen. Deze interne taakverdeeling heeft ondergetekende steeds in het belang van de geheele regeling op de veilingen geacht, maar is tot nog toe steeds afgestuit op de financieele consequenties.

Nu de resultaten van de laatste jaren bevredigender zijn geloopen dan voorheen, zou het wel aanbeveling verdienen tot dezen stap over te gaan doch dient deze uitgave wel bezien te worden in het raam van andere aanspraken op verlagingen van onze veilinginkomsten, o.a. door de groep tuinders.

Misschien zou deze verhoogde kostenuitgaven uit tactische overwegingen wel te verdedigen zijn als een rem op de ons steeds door de kooplieden geoefenden drang tot verlaging, resp. afschaffing der 3 opcenten op den aankoopprijs. Dit document is een ambtelijk of directieverslag over de modernisering van de Kleinhandelsveiling op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van dit specifieke deel van het verslag (Punt I) is de wens om een vaste keurmeester aan te stellen.

De argumentatie is drieledig:
1. Professionalisering: De huidige keuring gebeurt "tussendoor" door veilingmeesters of zelfs de directie, wat door tijdgebrek niet grondig genoeg kan.
2. Efficiëntie: Een aparte keurmeester ontlast de veilingmeesters, waardoor zij zich beter kunnen richten op de administratie en de opvolgende veiling van bloemen en planten.
3. Strategisch/Financieel: Hoewel het extra geld kost, kan het dienen als argument ("rem") tegen de eis van handelaren om de 3% toeslag (opcenten) op de aankoopprijs af te schaffen. Het biedt de kopers namelijk een extra dienst: een objectieve waarborg voor kwaliteit en gewicht. Het document dateert uit 1939, een periode waarin de Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 in Amsterdam-West) een cruciale rol speelde in de voedseldistributie van de stad. De markt was een ontmoetingspunt voor groothandelaren, kleinhandelaren (winkeliers en marktkramers) en producenten (tuinders).

De tekst illustreert de spanningsvelden binnen dit ecosysteem: de noodzaak voor een zuinige exploitatie enerzijds en de roep om betere kwaliteitscontrole en lagere marges anderzijds. De "3 opcenten" waarover gesproken wordt, was een heffing die vaak onderwerp van discussie was tussen de marktorganisatie en de kopers. De vermelding van de verbeterde resultaten suggereert dat de markt na de economische crisis van de jaren '30 weer in rustiger vaarwater was gekomen, vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk of directieverslag over de modernisering van de Kleinhandelsveiling op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van dit specifieke deel van het verslag (Punt I) is de wens om een vaste keurmeester aan te stellen.

De argumentatie is drieledig:
1. Professionalisering: De huidige keuring gebeurt "tussendoor" door veilingmeesters of zelfs de directie, wat door tijdgebrek niet grondig genoeg kan.
2. Efficiëntie: Een aparte keurmeester ontlast de veilingmeesters, waardoor zij zich beter kunnen richten op de administratie en de opvolgende veiling van bloemen en planten.
3. Strategisch/Financieel: Hoewel het extra geld kost, kan het dienen als argument ("rem") tegen de eis van handelaren om de 3% toeslag (opcenten) op de aankoopprijs af te schaffen. Het biedt de kopers namelijk een extra dienst: een objectieve waarborg voor kwaliteit en gewicht.

Historische Context

Het document dateert uit 1939, een periode waarin de Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 in Amsterdam-West) een cruciale rol speelde in de voedseldistributie van de stad. De markt was een ontmoetingspunt voor groothandelaren, kleinhandelaren (winkeliers en marktkramers) en producenten (tuinders).

De tekst illustreert de spanningsvelden binnen dit ecosysteem: de noodzaak voor een zuinige exploitatie enerzijds en de roep om betere kwaliteitscontrole en lagere marges anderzijds. De "3 opcenten" waarover gesproken wordt, was een heffing die vaak onderwerp van discussie was tussen de marktorganisatie en de kopers. De vermelding van de verbeterde resultaten suggereert dat de markt na de economische crisis van de jaren '30 weer in rustiger vaarwater was gekomen, vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6