Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 288
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt verslag of interne nota (doorslag of stencil) met handgeschreven correcties en onderstrepingen.

Origineel

Getypt verslag of interne nota (doorslag of stencil) met handgeschreven correcties en onderstrepingen. 2.

Punt II. Verbod van veilen voor zender-handelaar ( dus ook voor goederen van Importeurs, grossiers ), dus uitsluitend veilen voor aangesloten zender-kweekers.

Als uitvloeisel om de belangen der Amsterdamsche grossiers te ontzien, tracht men te komen tot een verbod voor het veilen van producten, die elders op veilingen in Nederland zijn gekocht, respectievelijk afkomstig zijn van voorraden uit ons koelhuis, en waarvoor naar uit de praktijk overduidelijk is gebleken, goeden afzet op onze veiling bestaat. Dergelijke producten en zendingen niet meer via onze kleinhandelsveiling te doen verkoopen, zou voor de veiling een e r n s t i g v e r l i e s aan inkomsten beteekenen, daar aan de hand van onze gegevens het percentage dat aan den totalen omzet bijdraagt veilig gesteld mag worden op plm. 20% voor groenten en fruit en op 30% voor den aanvoer van aardappelen, waaronder begrepen de z.g.n. telers met "halfteelt". Deze cijfers hebben alleen betrekking op direct aanwijsbare handelaren, nog ongeacht de zeer belangrijke groep van pachters van ongeoogst fruit, die toch ook tot den "HANDEL" moeten worden gerekend. Als wij alleen maar letten op het financieele belang, dat de veiling bij de inkomsten door haar veilingspercentage uit deze groepen "Handelaren" heeft, dan moet op grond daarvan al reeds onvoorwaardelijk een passend HALT voor het aan ons op te dringen verbod worden geroepen. Maar van even groot gewicht is deze aanvulling van producten uit centra, die niet of niet voldoende door onze veilingtuinders worden gekweekt, voor de kleinhandel zelf en niet minder voor de veilende tuinders. Juist het feit, dat aan dergelijke artikelen op de veiling groote behoefte bestaat en daardoor op de veiling een geschakeerde aanvoer van allerhande producten aanwezig is, beteekent voor den op de veiling koopende kleinhandelaar en voor den aan de veiling verbonden kweeker, een groot financieel belang. Deze producten vormen veelal het bindende element tusschen den aanvoer van rondom Amsterdam geteelde producten en de veilingkooplieden. De aantrekkelijkheid van de veiling zou bij het verdwijnen van dien aanvoer onherroepelijk verloren gaan. Natuurlijk wordt er zooveel mogelijk naar gestreefd deze handelsproducten te vervangen door aanvoer rechtstreeks van tuindersproducten, maar gezien de vrijwel onoverwinnelijke belemmeringen van Regeeringswege zal dat voorhands vrijwel onmogelijk blijken te kunnen worden verwezenlijkt.

Punt III. Verbod van koopen en verkoopen in de veiling door personeel en beïnvloeding van de prijszetting door dat personeel, zoodat personeel als zoodanig noch direct noch indirect belang heeft bij de veilingomzetten en de veilingprijzen.

Deze aangelegenheid is feitelijk te scheiden in twee groepen, en wel

A. de groenten- en fruithandel en aardappelen.

B. de bloemen en plantenveiling.

A. Groentenveiling.
Het betreft hier in hoofdzaak de inzending van diverse producten als kool, wortelen, uien, andijvie, tomaten etc.) door den veilingmeester Van Itterzon, welke producten niet in die mate, noch in die kwaliteiten worden aangevoerd door kweekers of zender-handelaren.
De vorige exploitanten hebben regelmatig hun veilingdebiet op peil gehouden door stelselmatig producten aan te koopen, die niet of niet voldoende op de veiling worden aangebracht. Sinds de exploitatie door onze Vennootschap wordt gevoerd, is met dit systeem van eigen handel gebroken en dit overgelaten aan de vrije inzenders. Al spoedig bleek dit niet tot de gewenschte resultaten te leiden, reden waarom toch op de een of andere wijze voor aanvulling van prima producten moest worden gezorgd. Ten slotte is toen de meest voor de hand liggende weg ingeslagen, door dat de veilingmeester, die uit den aard der zaak met de juiste marktpositie op de hoogte is, voor eigen rekening en risisco dergelijke producten aan te voeren en via de veiling te doen verkoopen. Matig geschat hebben deze manipulaties onze veiling een bron van duizend gulden per jaar aan veilingprocenten opgeleverd, een bedrag, dat zeker in onze exploitatie niet gemist mag worden.

Al

--- * Kernbetoog: Het document verdedigt de huidige bedrijfsvoering van een veilinghuis tegen voorgestelde beperkingen. De directie (de "Vennootschap") voert twee hoofdargumenten aan om de status quo te handhaven:
1. Economische noodzaak van handelaren (Punt II): Men verzet zich tegen een verbod op "zender-handelaren" (tussenhandelaren). Deze groep is verantwoordelijk voor 20-30% van de omzet. Bovendien zorgen zij voor een breed assortiment dat lokale telers niet kunnen bieden, wat essentieel is om kopers (kleinhandelaren) aan de veiling te binden.
2. Eigen handel door personeel (Punt III): Men rechtvaardigt waarom veilingmeester Van Itterzon zelf producten inbrengt. Hoewel dit een vorm van belangenverstrengeling lijkt, voert de directie aan dat dit noodzakelijk is om het volume en de kwaliteit van het aanbod op peil te houden, nadat een eerdere poging om dit volledig aan "vrije inzenders" over te laten mislukte.
* Toon: Defensief en zakelijk. Er wordt sterk de nadruk gelegd op het financiële risico ("ernstig verlies") en het belang van een "geschakeerde aanvoer".
* Opvallende details:
* Er is sprake van "belemmeringen van Regeeringswege", wat kan duiden op distributieregels of prijsbeheersing uit de crisisjaren of de vroege naoorlogse periode.
* De handgeschreven correctie "pachters" (was "pachers") getuigt van een nauwkeurige redactie.
* De expliciete vermelding van de veilingmeester "Van Itterzon" maakt het document historisch specifiek.

--- Dit document biedt een inkijkje in de complexe dynamiek van de Nederlandse veilingwereld in een transitieperiode. In de traditionele veilingstructuur was er vaak frictie tussen de belangen van de lokale producenten (kwekers), de groothandel (grossiers) en de veilinginstelling zelf.

De tekst illustreert de strijd om de "veilingplicht" en de rol van de tussenhandel. Terwijl de Amsterdamse grossiers bescherming zochten, koos de veilingdirectie voor pragmatisme: om te overleven moest de veiling een compleet aanbod bieden, ook als dat betekende dat er producten van buiten de regio of via handelaren werden binnengehaald. De vermelding van "onze Vennootschap" suggereert dat de veiling recentelijk was geprivatiseerd of overgenomen door een nieuwe beheersvorm, die nu haar beleid moet verantwoorden tegenover kritische belanghebbenden of toezichthouders.

Samenvatting

  • Kernbetoog: Het document verdedigt de huidige bedrijfsvoering van een veilinghuis tegen voorgestelde beperkingen. De directie (de "Vennootschap") voert twee hoofdargumenten aan om de status quo te handhaven:
    1. Economische noodzaak van handelaren (Punt II): Men verzet zich tegen een verbod op "zender-handelaren" (tussenhandelaren). Deze groep is verantwoordelijk voor 20-30% van de omzet. Bovendien zorgen zij voor een breed assortiment dat lokale telers niet kunnen bieden, wat essentieel is om kopers (kleinhandelaren) aan de veiling te binden.
    2. Eigen handel door personeel (Punt III): Men rechtvaardigt waarom veilingmeester Van Itterzon zelf producten inbrengt. Hoewel dit een vorm van belangenverstrengeling lijkt, voert de directie aan dat dit noodzakelijk is om het volume en de kwaliteit van het aanbod op peil te houden, nadat een eerdere poging om dit volledig aan "vrije inzenders" over te laten mislukte.
  • Toon: Defensief en zakelijk. Er wordt sterk de nadruk gelegd op het financiële risico ("ernstig verlies") en het belang van een "geschakeerde aanvoer".
  • Opvallende details:
    • Er is sprake van "belemmeringen van Regeeringswege", wat kan duiden op distributieregels of prijsbeheersing uit de crisisjaren of de vroege naoorlogse periode.
    • De handgeschreven correctie "pachters" (was "pachers") getuigt van een nauwkeurige redactie.
    • De expliciete vermelding van de veilingmeester "Van Itterzon" maakt het document historisch specifiek.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de complexe dynamiek van de Nederlandse veilingwereld in een transitieperiode. In de traditionele veilingstructuur was er vaak frictie tussen de belangen van de lokale producenten (kwekers), de groothandel (grossiers) en de veilinginstelling zelf.

De tekst illustreert de strijd om de "veilingplicht" en de rol van de tussenhandel. Terwijl de Amsterdamse grossiers bescherming zochten, koos de veilingdirectie voor pragmatisme: om te overleven moest de veiling een compleet aanbod bieden, ook als dat betekende dat er producten van buiten de regio of via handelaren werden binnengehaald. De vermelding van "onze Vennootschap" suggereert dat de veiling recentelijk was geprivatiseerd of overgenomen door een nieuwe beheersvorm, die nu haar beleid moet verantwoorden tegenover kritische belanghebbenden of toezichthouders.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6