Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 304
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Gedrukt verslag/adviesnota (waarschijnlijk onderdeel van een gemeentelijk witboek of bijlage bij de Handelingen van de Gemeenteraad).

Het document refereert aan rapporten uit 1913 en besluiten uit 1915 en 1922. De tekst zelf dateert vermoedelijk van circa 1923-1924.

Origineel

Gedrukt verslag/adviesnota (waarschijnlijk onderdeel van een gemeentelijk witboek of bijlage bij de Handelingen van de Gemeenteraad). Het document refereert aan rapporten uit 1913 en besluiten uit 1915 en 1922. De tekst zelf dateert vermoedelijk van circa 1923-1924. [Pagina 2]

7
Wat betreft de spoorwegaansluiting naar dit terrein is adressanten meegedeeld, dat de spoorwegautoriteiten toegezegd hebben in de aansluitingen naar het Aschbeltterrein naar behooren te zullen voorzien, doch is geen zekerheid verkregen kunnen worden op welke wijze dit geschieden zal. Aan hun verzoek om een concept-overeenkomst gereed te maken, waaruit zou kunnen blijken, dat doorzending van wagonladingen en ook van stukgoederen inderdaad op snelle wijze geschieden zal, is geen gevolg gegeven.

8
Adressanten vreezen zeer dat indien doorzending van de stations van aankomst naar het Aschbeltterrein zal moeten geschieden over het reeds overbelaste traject Amsterdam-Haarlem, dat dan de doorzending van ijlgoederen en van snel aan bederf onderhevig zijnde producten, niet spoedig genoeg zal geschieden en de goederen toch in ontvangst genomen zullen moeten worden op de stations van aankomst, zooals ook thans het geval is, hetgeen des te bezwaarlijker is indien te eeniger tijd uitvoering wordt gegeven aan de voorgenomen verplaatsing der goederenstations naar buiten de stad.

9
Bovengenoemde bezwaren, waarbij komt, dat het terrein binnen eenige jaren in een dicht bebouwde woonwijk zal zijn gelegen, met al de aankleve van dien, hebben hun aanvankelijk doen overwegen of de marktinrichtingen niet beter gesticht zouden kunnen worden op een terrein alwaar een aftakking van de ringspoorbaan mogelijk zou zijn.

10
Zij weten echter, dat voor den afvoer der producten, een terrein, dat dan veel verder uit het centrum van de stad zou zijn gelegen, wel bezwaren met zich brengt.

11
Voor den toevoer der producten zou een terrein, gelegen aan den Schinkel, nabij den Sloterstraatweg, echter wel te prefereeren zijn.

12
Waar het hun niet bekend is of een incidenteele beslissing over bedoeld terrein aan den Schinkel door Uw Raad gewenscht wordt geacht met het oog op de omstandigheid, dat nog geen beslissing is genomen betreffende de plannen „Groot Amsterdam” en zij wel erkennen, dat het moeilijk is een terrein aan te wijzen, waar niets op aan te merken zou zijn, wenschen zij, wat de terreinkeuze betreft zich te refereeren aan het beter oordeel van Uwen Raad.

13
Het wil hun echter voorkomen, dat indien het Aschbeltterrein aangewezen moet worden voor de nieuwe marktstichtingen, dat dan tevens besloten moet worden tot doorgraving van het verbindingskanaal, hetwelk de Kostverlorenvaart zal verbinden met de havens-West.

14
Van ernstiger aard evenwel zijn hun bedenkingen tegen de zoo hooge kapitaalsuitgaven, waarvan zij in het onderstaande willen schetsen, door welke oorzaken deze zoo hoog beraamd zijn moeten worden en op welke wijze hierin verandering zou zijn te brengen, waarvoor zij een kort resumé moeten geven van de voorbereiding van de onderwerpelijke marktplannen.

15
De plannen waren aanvankelijk geprojecteerd naar hetgeen de Commissie van 1913 blijkens haar Rapport aan Uwen Raad voor de voorziening van aardappelen, groente en fruit voor Amsterdam wenschelijk had geoordeeld. De conclusies van genoemde Commissie zijn gebaseerd op voorbeelden van buitenlandsche steden, alwaar deze groothandel in hallen geschiedt, terwijl deze takken van handel hier te lande op openbare markten wordt uitgeoefend.

16
De conclusies der Commissie zijn aanvaard en dientengevolge is aanvankelijk in het geheel geen rekening gehouden met de eischen, welke de handelaren bij verplaatsing van de markten voor hunne bedrijven moeten stellen, doch is men van het beginsel uitgegaan, dat de handel dan ook hier ter stede maar zóó uitgeoefend moest worden als in het buitenland geschiedt en de huidige groothandelsmarkten, als ook hier zoo’n hal was gesticht, zouden worden opgeheven.

17
Immers de Commissie schrijft op bladz. 214 in haar Rapport aan Uwen Raad, na uitvoerig verslag gedaan te hebben van haar bevindingen der bezoeken aan eenige Duitsche steden, alwaar zij groothandelshallen bezichtigd heeft: „De Commissie heeft

[Pagina 3]

zich afgevraagd, of ook hier tot de oprichting van een markthal voor den groothandel, in plaats van de bestaande groenten- en fruitmarkt, moet worden overgegaan. Deze vraag heeft zij zonder eenig voorbehoud bevestigend beantwoord.”

18
Op bladz. 226 van dit rapport schrijft de Commissie „Wordt de hal op deze plaats (Aschbeltterrein) gebouwd, dan zal dus, zoodra zij in gebruik wordt genomen, de bestaande groenten- en fruitmarkt worden opgeheven” en iets verder „Ook de aardappelmarkt zal, naar de mening der Commissie moeten vervallen”.

19
Naar deze denkbeelden van de Commissie van 1913, waarin geen vertegenwoordiger van een dezer takken van handel zitting heeft gehad, waren dan ook, ingevolge het besluit van den Gemeenteraad van 5 Mei 1915 de onderhavige plannen geprojecteerd.

20
In het jaar 1922 zijn B. en W. tot de overtuiging gekomen, dat, voor zoover dit toelaatbaar was besprekingen en overleg met de organisaties van de belanghebbenden dienden te worden gehouden.

21
Vóórdien waren de organisaties wel eens uitgenoodigd om aan den betrokken dienst hun wenschen kenbaar te maken, doch uitwerking hebben deze adviezen niet gehad.

22
In de besprekingen in het jaar 1922 gehouden, hebben alle belanghebbende organisaties, zoowel van de producenten-aanvoerders als van den groot- en detailhandel te kennen gegeven, dat, waar Amsterdam op geheel andere wijze van aardappelen, groenten en fruit wordt voorzien als steden in het buitenland, de wijze van verpakking der producten afleveringsgebruiken en verdere handelsusances hier anders zijn dan in het buitenland, het onmogelijk is, om hun handel op die wijze uit te oefenen als welke zou moeten volgen uit het geprojecteerde plan voor de markthal.

23
Alle deskundigen achten, waar de aard der producten vereischt, dat verkoop en levering één transactie is, den verkoop op monster en daarna levering, voor practische uitvoering ondoenlijk.

24
Om te doen zien, hoezeer men bij het ontwerpen van de plannen aanvankelijk geen rekening heeft gehouden met hetgeen zij wenschen, door wie de nieuwe stichtingen in gebruik moeten worden genomen en om te doen zien, hoe de producenten over den verkoop in groothandelshallen denken, citeeren adressanten hieronder eenige opmerkingen uit de destijds gehouden besprekingen, gemaakt door de vertegenwoordigers van den Land- en Tuinbouwbond en de R. K. Vereeniging „St. Bonifacius”:

„Bij nauwkeurige lezing van de voordracht valt het ons in het bijzonder op, hoe weinig er bij deze voordracht rekening is gehouden met de belangen van ons, tuinders te Amsterdam, en met de wenschen betreffende de inrichting van de nieuwe markt, door ons, bij de verschillende besprekingen met den Directeur van het Marktwezen in deze, zoo breedvoerig ter sprake gebracht.

Nadrukkelijk is door ons steeds vastgehouden aan het direct verkoopen aan de stallen, als zijnde het eenige practische middel om kwesties te voorkomen, daar ieder kooper zich onmiddellijk kan overtuigen, wat hij koopt.

Beschouwen wij nu, wat uit al die besprekingen gevolgd is:
Eene reusachtige inrichting, welke, wat betreft de tuinders, hen niets geeft dan de „steigertjes bij de aanlegplaatsen”! en voor het overige een voor hen onmogelijke toestand in het leven roept!

Van de „vrije Handel” geen spoor!
„HALLEN”, waar de tuinders een „monster” van de verschillende groenten, die zij aanvoeren, kunnen ten toon stellen om de koopers te laten oordeelen en koopen; na afloop van de markt kan de waar in ontvangst worden genomen aan de schuiten. — En wie, die met den handel in versche groenten bekend is, ziet daarin niet onmiddellijk een bron van eindelooze kwesties. — En deze kwesties zouden door arbiters geregeld moeten worden, maar er zal bijna geen koop * Kernproblematiek: De tekst beschrijft een diepgaand conflict tussen de gemeente Amsterdam (gebaseerd op een commissierapport uit 1913) en de feitelijke handelaren en producenten (tuinders). De gemeente wilde een gecentraliseerde markthal naar Duits voorbeeld, terwijl de sector vasthield aan traditionele verkoopmethoden.
* Locatie: Er is kritiek op het Aschbeltterrein (het huidige terrein van de Centrale Markthallen bij de Jan van Galenstraat). Men vreesde voor slechte spoorverbindingen en de oprukkende woonwijken. Als alternatief werd een terrein aan de Schinkel gesuggereerd.
* Handelswijze: Een cruciaal punt van kritiek is de overgang van directe verkoop (waarbij de koper de hele partij ziet) naar "verkoop op monster" (waarbij de koper een voorbeeld ziet en de rest later uit de boot/wagon haalt). De tuinders vreesden dat dit tot eindeloze juridische geschillen over de kwaliteit van de geleverde waar zou leiden.
* Bestuurlijk: De tekst legt bloot dat de plannen jarenlang zijn ontwikkeld zonder input van de sector zelf (paragraaf 19), wat pas in 1922 werd gecorrigeerd, maar toen waren de plannen al in een vergevorderd stadium. Dit document past in de geschiedenis van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West. Begin 20e eeuw groeide de stad explosief ("Groot Amsterdam") en werden de oude markten in de binnenstad (zoals de Appeltjesmarkt op de Marnixstraat) te klein en onhygiënisch.

De "Commissie van 1913" zocht naar moderne oplossingen en keek daarbij naar grote markthallen in steden als Berlijn en Leipzig. Echter, de Amsterdamse markt was uniek door de aanvoer over water (met schuiten). De tuinders en handelaren waren fel tegen de "ver-hallijking" van de handel, omdat zij geloofden in de directe controle van de waar op het moment van verkoop. Uiteindelijk zijn de Centrale Markthallen er gekomen (opening 1934), maar de discussies over de inrichting en de logistiek (spoor vs. water vs. weg) zoals in dit document beschreven, hebben de realisatie decennia vertraagd. De genoemde "St. Bonifacius" vereniging was een invloedrijke katholieke organisatie van tuinders die een grote stem had in deze sociaal-economische discussies.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De tekst beschrijft een diepgaand conflict tussen de gemeente Amsterdam (gebaseerd op een commissierapport uit 1913) en de feitelijke handelaren en producenten (tuinders). De gemeente wilde een gecentraliseerde markthal naar Duits voorbeeld, terwijl de sector vasthield aan traditionele verkoopmethoden.
  • Locatie: Er is kritiek op het Aschbeltterrein (het huidige terrein van de Centrale Markthallen bij de Jan van Galenstraat). Men vreesde voor slechte spoorverbindingen en de oprukkende woonwijken. Als alternatief werd een terrein aan de Schinkel gesuggereerd.
  • Handelswijze: Een cruciaal punt van kritiek is de overgang van directe verkoop (waarbij de koper de hele partij ziet) naar "verkoop op monster" (waarbij de koper een voorbeeld ziet en de rest later uit de boot/wagon haalt). De tuinders vreesden dat dit tot eindeloze juridische geschillen over de kwaliteit van de geleverde waar zou leiden.
  • Bestuurlijk: De tekst legt bloot dat de plannen jarenlang zijn ontwikkeld zonder input van de sector zelf (paragraaf 19), wat pas in 1922 werd gecorrigeerd, maar toen waren de plannen al in een vergevorderd stadium.

Historische Context

Dit document past in de geschiedenis van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West. Begin 20e eeuw groeide de stad explosief ("Groot Amsterdam") en werden de oude markten in de binnenstad (zoals de Appeltjesmarkt op de Marnixstraat) te klein en onhygiënisch.

De "Commissie van 1913" zocht naar moderne oplossingen en keek daarbij naar grote markthallen in steden als Berlijn en Leipzig. Echter, de Amsterdamse markt was uniek door de aanvoer over water (met schuiten). De tuinders en handelaren waren fel tegen de "ver-hallijking" van de handel, omdat zij geloofden in de directe controle van de waar op het moment van verkoop. Uiteindelijk zijn de Centrale Markthallen er gekomen (opening 1934), maar de discussies over de inrichting en de logistiek (spoor vs. water vs. weg) zoals in dit document beschreven, hebben de realisatie decennia vertraagd. De genoemde "St. Bonifacius" vereniging was een invloedrijke katholieke organisatie van tuinders die een grote stem had in deze sociaal-economische discussies.

Locaties

Er is kritiek op het *Aschbeltterrein* (het huidige terrein van de Centrale Markthallen bij de Jan van Galenstraat). Men vreesde voor slechte spoorverbindingen en de oprukkende woonwijken. Als alternatief werd een terrein aan de *Schinkel* gesuggereerd.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6