Gedrukt verslag/betoog (waarschijnlijk een onderdeel van een officieel adres of bezwaarschrift aan de Gemeenteraad).
Origineel
Gedrukt verslag/betoog (waarschijnlijk een onderdeel van een officieel adres of bezwaarschrift aan de Gemeenteraad). [Pagina 6]
producten, zooveel tijd te geven als het koopen op een veiling vereischt. Het veilen toch van zoo kleine kavelingen als voor den detailhandel moet geschieden, vereischt te veel tijd.
-
Nergens in Nederland, alhoewel in meerdere steden veilingen gehouden worden waar de detailhandel haar inkoopen doet, worden in de ochtenduren veilingen gehouden. Overal geschiedt dit in de middaguren, hetgeen hier ter stede niet in te voeren is.
-
Evenals het gestichte gemeentelijke Veilinggebouw niet aan de verwachtingen heeft beantwoord, zullen ook de nieuwe te stichten veilingen weinig opgang maken.
-
Het bedrag van Fl. 60.000 per jaar, door B. en W. als opbrengst beraamd van de te houden veilingen in deze markthal, steekt wel vreemd af bij het bedrag van Fl. 5.500.— per jaar, hetwelk de tegenwoordige exploitanten aan huur moeten betalen voor dit gebouw, waarin naast veilingruimte ook nog veel pakhuisruimte is.
-
Over post 4, koel- vries- en verwarmde ruimte, door B. en W. beraamd op Fl. 220.000 huuropbrengst per jaar, deelen zij ter beoordeeling van dit bedrag aan Uwen Raad mede dat door den groente- en fruithandelaren op dit oogenblik slechts uitgegeven wordt een bedrag van, hoog geraamd, op f 10.000.— per jaar, voor het in koelruimte bewaren van fruit, hetwelk slechts in 4 maanden van het jaar geschiedt. Van vries- en verwarmde ruimte maken zij geen gebruik.
-
Aan kantoorruimte wordt op dit oogenblik door de gebruikers van de markten een bedrag van Fl. 1250.— per jaar aan huur uitgegeven en verder wordt en kan volstaan worden met dagruimte in magazijnen en pakhuizen of met kleine houten kantoortjes, waarvan de bedragen aan huur zeer laag zijn en opgenomen zijn in de post Marktgelden, welke post hieronder in een staat opgenomen zal worden.
-
Twijfel mag dan ook wel gekoesterd worden of er van het geraamde bedrag van f 57.600.— ook maar een klein deel ontvangen zal worden.
-
Aan reclame, beraamd op f 5.400.— per jaar, wordt op de tegenwoordige markten niets uitgegeven.
-
De dan nog resteerende posten: verhuur gewone ruimte in de hal, beraamd op f 30.000.— per jaar en dan nog eens in post 11 verhuur plaatsen in de hal, eveneens beraamd op f 30.000.—, zullen ook niet ontvangen worden, waar toch eerst zou moeten vaststaan, dat de handel in deze markthal uitgeoefend zou worden, hetgeen niet het geval zal zijn, zooals boven reeds is aangetoond.
-
Post 17, verhuur van de hal voor het houden van groote meetings, beraamd op f 10.000.— per jaar, laten zij onbesproken, waar dit bedrag niet van beteekenis is.
-
Op grond van bovenstaande beschouwing zijn adressanten van meening, dat ernstig ontraden moet worden om te besluiten tot het bouwen van de markthal.
-
Voorzoover Uw Raad mocht oordeelen, dat de mogelijkheid geacht mag worden aanwezig te zijn, dat andere branches van handel van deze stichtingen gebruik zullen maken, en met name de zuidvruchtenimporteurs, de eier- en zuivelhandel, of de handel in wild en gevogelte, de exploitatie rendabel zullen maken, zij Uwen Raad medegedeeld, dat alles, wat hierover met groote woorden wordt opgemerkt in de voordracht, toekomstverwachtingen zijn, welke niet in vervulling zullen gaan.
-
De groothandel in zuidvruchten concentreert zich meer en meer te Rotterdam, hetwelk door zijn natuurlijke ligging een voorsprong heeft op Amsterdam, waarin door het scheppen van grootsche marktinrichtingen geen verandering kan worden gebracht. De Gemeente Rotterdam heeft niets gesticht om dezen handel tot zich te trekken en toch is het nog slechts een kwestie van één of twee jaren, dat de veilingen van zuidvruchten en dan ook van malta-aardappelen, uitsluitend in Rotterdam gehouden zullen worden.
-
De „Algemeene Vruchten Import Maatschappij" verlaat binnen korten tijd Amsterdam om haar zaken uitsluitend in Rotterdam te doen. Men mag dit in hooge mate voor Amsterdam betreuren, doch dit wordt niet veroorzaakt, omdat Amsterdam in
[Pagina 7]
gebreke is geweest om hier die inrichtingen te scheppen, welke deze takken van handel hier hadden doen blijven.
-
In Rotterdam worden exportveilingen gehouden van groente en fruit en de export van zuidvruchten naar Rijnland en Westfalen geschiedt veelal in samenladingen daarmede, hetgeen te Amsterdam niet kan geschieden, waar de teelt van exportproducten in deze omgeving niet van beteekenis is. Te dien opzichte kunnen de nieuwe stichtingen geen groote verandering brengen. Wat den eierhandel betreft is door het Bestuur van den „Beurs voor den Eierhandel" in de besprekingen over de marktplannen in het jaar 1922 mondeling en schriftelijk verklaard: „dat zij voor den eierhandel in het ontwerp der markthallen geen groot nut kunnen zien". Uit nadere informaties is gebleken, dat deze meening niet gewijzigd is. Naar adressanten is verzekerd, kan hetzelfde gezegd worden van den zuivelhandel. De handel in wild en gevogelte is hier niet van beteekenis.
-
Het is opmerkelijk op hoe losse gronden in de voordracht maar steeds weer gesproken wordt over de vestiging van andere takken van handel in deze stichtingen. Zoo wordt ook opgemerkt, dat de conservenfabrieken hun depots natuurlijk verplaatsen zullen naar de nieuwe markt. Dit wordt als vaststaand aangenomen, doch als men deze zaken kent, dan weet men, dat dit niet het geval zal zijn.
-
Reeds zijn de retributies, de marktgelden, welke thans geheven worden, een beletsel hiervoor, waar deze bedrijven, in de stad, deze kosten niet hebben. Ook de importeurs van bananen, welke hooge marktgelden te betalen zouden hebben, zullen blijven waar zij thans zijn.
-
Hoezeer de nieuwe dienst van voorlichting en publiciteit nu ook haar best zal doen om het zenden van producten uit binnen- en buitenland te bevorderen, kan ook dit toch wel niet van groote importantie worden, waar toch aangenomen mag worden, dat de handel niet zoo achterlijk is, dat zij uit eigenbelang al deze mogelijkheden niet heeft onderzocht en voorzover met goed succes uitvoerbaar, dit reeds tot zich getrokken heeft.
-
Dat in de toekomst als gevolg van den aanwas der bevolking de markten van aardappelen, groenten en fruit van grootere beteekenis zullen worden, is vanzelfsprekend, betere verkeerswegen en gemakkelijker transport zullen hiertoe bijdragen, maar anderzijds is het ook zoo, dat de uitbreiding van den tuinbouw in de laatste jaren de omliggende plaatsen minder afhankelijk heeft doen worden van Amsterdam.
-
Het toenemend autovervoer vergemakkelijkt het ook om handel te kunnen drijven buiten de markten om.
-
Adressanten achten zich derhalve verplicht om een waarschuwende stem te laten hooren tegen het optimisme, waardoor deze voordracht zich kenmerkt en welke haar zoo aannemelijk doet maken voor hen, die moeilijk beoordeelen kunnen of al die verwachtingen in vervulling zullen gaan.
-
Verder zijn ernstige bedenkingen te uiten tegen de voorgenomen bouw van het geprojecteerde gebouw B., waar slechts toekomstverwachtingen dit gebouw wenschelijk hebben doen maken.
-
Niet aan te geven is, welke categori handelaren dit pakhuis ook maar voor een deel rendabel zullen maken, terwijl in de raming van de baten de huuropbrengst van dit pakhuis op niet minder is beraamd dan f 70.500.— per jaar.
-
De handel in groente en fruit zal op de nieuwe markt gedreven worden, zooals uit het geciteerde schrijven van B. en W. blijken kan, in gebouw E. en de aardappelhandel zal geschieden op de geprojecteerde havens B en C en het kanaal A.
-
In antwoord op hunne schriftelijke vragen aan B. en W. om precies te mogen vernemen voor welke categori handelaren dit gebouw zal worden bestemd, hebben adressanten het volgende antwoord ontvangen: „Bij den opzet van het pakhuis B is gedacht aan het maken van gelijkvloersche inrichtingen niet alleen voor den opslag
--- Het document is een scherp geformuleerd kritisch betoog tegen de financiële ramingen en de noodzaak van de nieuwe Centrale Markthallen in Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Onrealistische Inkomsten: De auteur(s) (adressanten) wijzen erop dat de geraamde huuropbrengsten voor veilingen, koelruimten en kantoren vele malen hoger liggen dan wat de handel op dat moment daadwerkelijk uitgeeft. Bijvoorbeeld: een raming van Fl. 220.000 voor koelruimte tegenover een huidige besteding van slechts Fl. 10.000.
- Concurrentie van Rotterdam: Er wordt gesteld dat de groothandel in zuidvruchten onherroepelijk naar Rotterdam trekt vanwege de betere logistieke ligging en de combinatie met exportveilingen. Het bouwen van grote hallen in Amsterdam zal dit proces niet keren.
- Onwil van de Handel: Diverse branches, zoals de eierhandel, zuivelhandel en conservenfabrieken, hebben aangegeven geen nut te zien in de nieuwe markthallen of willen de extra kosten (marktgelden) niet dragen.
- Veranderende Markt: Door de opkomst van de vrachtauto (autovervoer) en de groei van tuinbouw buiten de stad, is de handel minder afhankelijk geworden van gecentraliseerde markten in de stad.
- Waarschuwing tegen "Optimisme": De adressanten waarschuwen de Gemeenteraad dat de plannen van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) gebaseerd zijn op ongefundeerd optimisme en "toekomstverwachtingen" die niet stroken met de praktijk van de handelaren.
--- Dit document bevindt zich midden in de politieke en economische strijd rondom de oprichting van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam (geopend in 1934).
In het begin van de jaren '20 was de Amsterdamse marktsituatie versnipperd en onhygiënisch. De gemeente wilde centraliseren om de voedseldistributie te verbeteren. De gevestigde handel echter, die vaak op traditionele plekken in de binnenstad (zoals de polderweg of de Prinsengracht) opereerde, vreesde voor enorme kostenstijgingen en verlies van flexibiliteit.
De verwijzing naar de "Algemeene Vruchten Import Maatschappij" die naar Rotterdam vertrekt, is tekenend voor de angst van Amsterdam om haar positie als handelsstad te verliezen aan de opkomende wereldhaven van Rotterdam, die op dat moment een enorme groei doormaakte in de overslag van exotische producten. Het document weerspiegelt de spanning tussen stedelijke vernieuwingsdrang en de conservatieve, op kosten gerichte visie van de handelaren uit die tijd.