Gedrukte petitie of adres aan een gemeenteraad.
Origineel
Gedrukte petitie of adres aan een gemeenteraad. [Pagina 8]
8
van zuidvruchten, geconserveerd fruit en andere massa - artikelen, die op sommige
tijdstippen in groote partijen worden opgeslagen, maar ook voor alle andere artikelen,
behalve groenten, aardappelen en fruit, waarvoor de markt zal worden aangewezen,
benevens voor die levensmiddelen, die in het algemeen niet ter markt komen, maar
waarvoor in verband met de accomodatie van het terrein, vraag voor opslagruimte
zou zijn".
61 Hierover is op te merken, dat zuidvruchten niet anders ingekocht worden als in
kleine kwantums voor directen verkoop, waar twee keeren per week zuidvruchtenveilingen
worden gehouden, de handel in geconserveerd fruit niet van beteekenis is en al
moge men nu de nieuwe markt aanwijzen voor andere artikelen, behalve aardappelen,
groenten en fruit, dat dan uit die aanwijzing alléén niet volgt, dat andere takken van
handel ook inderdaad van de nieuwe stichtingen gebruik zullen gaan maken.
62 In de voordracht van 22 December 1922, wordt over pakhuis B gezegd: „Dit
pakhuis is ontworpen met een vloer, liggende op straathoogte en daarboven drie
verdiepingen", terwijl in de voordracht No. 663 over dit gebouw te lezen is:
„Wij hebben voorts overwogen, of het pakhuis B wellicht in den opzet zou kunnen worden
gemist. Dit is echter niet mogelijk gebleken, aangezien het pakhuis B een intregeerend
deel van het plan uitmaakt. Immers noodzakelijk is een ruimte, waar verschillende
artikelen, die in kleine hoeveelheden van de hand gaan, worden bewaard en zoo noodig
verpakt; een ruimte, die geen kelderruimte mag zijn."
63 Nog vreemder dan de toelichting in de voordracht over de noodzakelijkheid van
pakhuis B, is deze toelichting over de bestemming van dit pakhuis.
64 Adressanten weten niet welke artikelen het kunnen zijn, „welke in kleine
hoeveelheden van de hand gaan, worden bewaard en zoo noodig verpakt."
65 B. en W. zullen niet met name kunnen noemen welke branches van handel van
dit pakhuis gebruik zullen maken.
66 Een huur van f 12.50 à f 15.— per M². per jaar voor opslagruimte, zooals
in de raming der baten voor pakhuis B is opgenomen, is zoo abnormaal hoog, dat
niemand er aan denken zal opslagruimte in pakhuis B te huren.
67 Waar aangenomen mag worden, dat dit pakhuis met drie verdiepingen eveneens
een groote kapitaalsuitgave zal vragen, zonder dat ook op practische gronden aannemelijk
gemaakt is, dat dit gebouw niet gemist kan worden, daar moeten adres-
santen ernstig ontraden om tot den bouw van dit pakhuis over te gaan.
68 Uw Raad dient te weten, dat de toezegging van B. en W., dat de handel in groente
en fruit op dezelfde wijze zal kunnen geschieden als op de huidige markten, grooter
uitgaven zal vorderen dan uit de voordracht blijkt, waar het ontworpen pakhuis E
te klein zal blijken te zijn. Aan adressanten is toegezegd, dat met hunne eventueele
wenschen hiervoor en over de projectie van kaden, havens, enz. zal rekening worden
gehouden. Waar B. en W. bereid gevonden zijn om aan belanghebbenden invloed toe te
kennen bij de tenuitvoerlegging van de plannen, daar kunnen adressanten zich onthouden
van nadere beschouwing over den technischen opzet der voordracht.
69 Adressanten moeten nog de aandacht van Uwen Raad vragen voor de raming
van de baten in de voordracht, voor zoover deze in het bovenstaande nog niet besproken
zijn, en doen ter beoordeeling van de raming van alle baten, hieronder een staat
opnemen van alle onkosten op de tegenwoordige markten, welke staat aan B. en W. is
ter hand gesteld.
[Pagina 9]
9
70 Opbrengst aan Huren en Marktgelden op de huidige markten.
Opbrengst der Marktgelden in het jaar 1924 voor:
Marktgelden voor aanvoer van aardappelen, groenten en fruit
huur voor staanplaatsen (meterruimte); huur voor plaat-
sing van kantoortjes op de aardappel-, groente- en fruit-
markt; liggeld voor lichterschepen ................. f 108.126.80
Verhuring van Gemeentepakhuizen ................. " 12.763.08
Stalling van paarden ................................ " 908.60
In eigendom of in huur 40 pakhuizen op de Groentemarkt
berekend à f 1000.— huur per jaar ................. " 40.000.—
In huur 10 pakhuizen buiten de markt gelegen à f 500.— " 5.000.—
3 kantoren op de aardappelmarkt, huur per jaar ...... " 1.250.—
Totaal f 168.048.48
Ten bewijze hoe hoog ook die ramingen in de voordracht zijn opgesteld, welke
hierboven nog niet besproken zijn, memoreeren zij hieronder eenige posten, welke deel
uitmaken van het bedrag van f 108.126.80, in de staat hierboven genoemd.
In de raming van de baten komen in de voordracht voor:
Post 6 Verhuur wateroppervlakte ................. f 36.000.— p. jaar
" 7 " kadelengte en lossingsrecht (marktgeld) " 175.000.— "
" 8 " losplaats bij aanvoer per kar .... " 20.000.— "
In totaal f 231.000.— p. jaar.
71 Ook aan de raming in de voordracht van deze 3 posten kan dan ook weinig waarde
worden toegekend, waar deze op meer dan het dubbele van thans zijn beraamd.
72 De raming van baten in de voordracht in totaal op f 792,960.— per
jaar, reeds in de eerste jaren van exploitatie, is zoo weinig in overeenstemming met
de hierboven afgedrukte staat van onkosten op de huidige markten, dat adressanten
zich onthouden kunnen om de raming van de voordracht nader te qualificeeren.
73 Adressanten vestigen er de aandacht van Uwen Raad voorts op, dat ook in
ander opzicht na de gehouden besprekingen over de concept-voordrachten, niet die
wijzigingen in de voordracht zijn aangebracht, welke hadden moeten volgen.
74 Aan adressanten toch is namens het College van B. en W. de zeer belangrijke
toezegging gegeven, dat de onkosten van den handel op de nieuwe markt in geen geval
hooger zullen worden dan thans het geval is.
75 Het heeft adressanten nu zeer bevreemd, dat deze verklaring niet opgenomen is
in de toelichting tot de voordracht, hoewel deze verklaring daarvoor toch belangrijk genoeg
te achten is.
76 Uit de opgenomen staat van onkosten op de huidige markten en uit de verklaring
door B. en we gegeven, dat de onkosten voor den handel niet hooger zullen
worden dan thans het geval is, moet dan ook volgen, dat, al merken B. en W. in de voor-
dracht op, dat niet reeds met zekerheid te voorspellen is hoe de financieele uitkomsten
van het marktbedrijf zullen zijn, wel met zekerheid te voorspellen is, dat deze uitkomsten
niet zullen zijn als in de voordracht wordt becijferd.
77 De klove tusschen nog geen 2 ton onkosten thans op de huidige markten en een
raming van de baten op bijna 8 ton per jaar op de nieuwe markt is absurd te noemen,
waarbij nog komt, dat er dan nog is het nadeelig verlies voor de Gemeente in de
voordracht beraamd op 2 ton per jaar.
78 Hoe groot het nadeelig verlies voor de gemeente inderdaad wel zal worden bij
een ongewijzigde uitvoering van de voordracht, kunnen adressanten wel niet met zeker- In dit document spreken belanghebbenden ("adressanten"), waarschijnlijk vertegenwoordigers van de handel in groenten, fruit en zuidvruchten, hun diepe scepsis uit over de gemeentelijke plannen voor een nieuwe markt.
De kernpunten van hun bezwaar zijn:
1. Gebrek aan noodzaak: De adressanten betwisten de noodzaak van "Pakhuis B". Ze stellen dat de aard van de handel (kleine kwantums, directe verkoop) geen behoefte heeft aan de voorgestelde grootschalige opslagruimte.
2. Onrealistische kosten: De geraamde huurprijs voor pakhuisruimte (f 12,50 - f 15 per m²) wordt als "abnormaal hoog" bestempeld.
3. Financiële discrepantie: Er wordt een scherp contrast geschetst tussen de huidige inkomsten (ca. f 168.000 in 1924) en de toekomstige ramingen in de gemeentelijke voordracht (bijna f 800.000). De adressanten noemen dit verschil "absurd".
4. Gebroken beloften: Ze wijzen op een toegezegde garantie van het College van B. en W. dat de handelskosten niet zouden stijgen, een toezegging die echter ontbreekt in de officiële schriftelijke documentatie. Dit document past in de geschiedenis van de stedelijke vernieuwing in Nederland tijdens het interbellum (ca. 1925). Grote steden zoals Rotterdam en Amsterdam kampten met verouderde marktvoorzieningen die niet langer voldeden aan de moderne eisen van hygiëne en logistiek. De verplaatsing en modernisering van deze markten leidde vaak tot felle debatten tussen het gemeentebestuur, dat inzette op efficiëntie en prestige, en de zittende handelaren, die vreesden voor een enorme stijging van de bedrijfskosten. De specifieke vermelding van "zuidvruchten" en "lichterschepen" duidt op een belangrijke havenstad als locatie.