Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 337
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt verslag (pagina 4 van een rapport of vergaderverslag).

Origineel

Getypt verslag (pagina 4 van een rapport of vergaderverslag). - 4 -

artikelen van de veiling beter verpakt zijn dan bij de grossiers. Dat was de absolute meening, zelfs van tegenstanders van de veiling. Toen het rapport klaar was, heeft spreker daarover nog met enkele prominente figuren uit zijn Bond gesproken en ook die keurden het goed. Het is mogelijk, dat op het oogenblik de toestanden ter zake veranderd zijn, doch op het tijdstip, dat het rapport werd uitgebracht, was dit de algemeene klacht.

De heer Van Es zegt, dat wanneer de kleinhandelsveiling, die met 10% van den aanvoer ter markt komt, van zoo weinig beteekenis zou zijn, het toch ook niet is aan te nemen, dat de veiling de markt verstoort. De meeste aanvoerders zijn producenten. Wat het ophouden der prijzen betreft, merkt spreker op, dat wanneer op een gegeven moment roode kool bijvoorbeeld niet den door den venter gevraagden prijs opbrengt, deze een dag blijft liggen. Dat gebeurt ook bij aardappelen. Oppronken heeft bij elke veiling plaats, doch in het belang van de bona fide tuinders, tracht men dit te voorkomen. Op de veiling zijn elken morgen twee Rijkscontroleurs aanwezig in verband met de Regeeringseischen gesteld aan de kwaliteit. De veiling monstert de artikelen neutraal. Wanneer er afwijkingen blijken te bestaan, dan schroomt de veiling niet een korting te geven. De vraag waarom het gaat is, of de veiling op de markt al of niet een noodzakelijk object en een economische schakel is. Spreker is natuurlijk eenerzijds belanghebbende, doch anderzijds beziet hij de zaak zooveel mogelijk objectief en dan moet hij toch zeggen, dat de tuinder het recht heeft zijn producten zoo vlug mogelijk bij de consumenten te brengen. Dat kan door de kleinhandelsveiling. Wanneer er alleen een groothandelsveiling bestaat, is de consequentie, dat alle tuinders verdwijnen en dat de handel geheel via de grossiers gaat. * Kernbetoog: De heer Van Es verdedigt het bestaan van de kleinhandelsveiling. Hij stelt dat deze veiling de markt niet verstoort (omdat het slechts 10% van het volume betreft) en dat het essentieel is voor de kwaliteit en de positie van de tuinder.
* Kwaliteitscontrole: Er wordt expliciet melding gemaakt van "Rijkscontroleurs" die toezien op "Regeeringseischen". Dit duidt op een sterk gereguleerde markt waarin de overheid toeziet op de kwaliteit van tuinbouwproducten.
* Terminologie:
* Grossiers: Groothandelaren.
* Oppronken: Het mooier maken van de waar (bovenop de beste producten leggen), wat als een probleem wordt gezien dat bestreden moet worden.
* Venter: Een straathandelaar die direct aan de consument verkocht.
* Economische visie: Het document weerspiegelt de spanning tussen de directe afzet van tuinders aan kleine handelaren (via de veiling) en de macht van de grote tussenhandel (grossiers). Van Es vreest dat zonder de kleinhandelsveiling de zelfstandige positie van de tuinder in gevaar komt. Dit document maakt waarschijnlijk deel uit van de archieven van een tuinbouworganisatie of een overlegorgaan (zoals de Centrale Bond van Tuinbouwveilingen). In de periode van het interbellum en de wederopbouw was er veel discussie over de "veilingplicht" en de structuur van de Nederlandse tuinbouw. De overheid greep steeds vaker in om de kwaliteit te waarborgen en de exportpositie van Nederland te versterken. Het document illustreert de belangenstrijd tussen verschillende schakels in de voedselketen: de producent (tuinder), de veiling, de kleine tussenhandelaar (venter) en de groothandel (grossier).

Samenvatting

  • Kernbetoog: De heer Van Es verdedigt het bestaan van de kleinhandelsveiling. Hij stelt dat deze veiling de markt niet verstoort (omdat het slechts 10% van het volume betreft) en dat het essentieel is voor de kwaliteit en de positie van de tuinder.
  • Kwaliteitscontrole: Er wordt expliciet melding gemaakt van "Rijkscontroleurs" die toezien op "Regeeringseischen". Dit duidt op een sterk gereguleerde markt waarin de overheid toeziet op de kwaliteit van tuinbouwproducten.
  • Terminologie:
    • Grossiers: Groothandelaren.
    • Oppronken: Het mooier maken van de waar (bovenop de beste producten leggen), wat als een probleem wordt gezien dat bestreden moet worden.
    • Venter: Een straathandelaar die direct aan de consument verkocht.
  • Economische visie: Het document weerspiegelt de spanning tussen de directe afzet van tuinders aan kleine handelaren (via de veiling) en de macht van de grote tussenhandel (grossiers). Van Es vreest dat zonder de kleinhandelsveiling de zelfstandige positie van de tuinder in gevaar komt.

Historische Context

Dit document maakt waarschijnlijk deel uit van de archieven van een tuinbouworganisatie of een overlegorgaan (zoals de Centrale Bond van Tuinbouwveilingen). In de periode van het interbellum en de wederopbouw was er veel discussie over de "veilingplicht" en de structuur van de Nederlandse tuinbouw. De overheid greep steeds vaker in om de kwaliteit te waarborgen en de exportpositie van Nederland te versterken. Het document illustreert de belangenstrijd tussen verschillende schakels in de voedselketen: de producent (tuinder), de veiling, de kleine tussenhandelaar (venter) en de groothandel (grossier).

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6