Getypte notulen of verslag van een vergadering (waarschijnlijk een doorslag of stencil).
Origineel
Getypte notulen of verslag van een vergadering (waarschijnlijk een doorslag of stencil). - 14 -
De heer Polak zegt, dat de handel officieel den prijs van de veiling gevraagd heeft, maar dat steeds geweigerd is, die mede te deelen. Men weet thans niet op welke condities de Amsterdamsche veiling aan die millionnairs is verhuurd. De veiling heft bovendien nog 3% veilingskosten. Voor die 3% wil de grossiersstand gaarne handelen.
De heer Van Es merkt op, dat de grossiers dat bedrag dan ook maar moeten vragen.
De heer Polak is van oordeel, dat de veilingobjecten op heel wat betere condities verhuurd zijn dan de objecten, die de grossiers in huur hebben.
De heer Du Maine zegt, dat voor hem vast staat, dat de veiling èn door haar geaardheid èn door het niet verplichte lidmaatschap, de oorzaak is, dat men geen overzicht van den aanvoer heeft. Dat is toch een toestand, die voor den groothandel met 90% van den marktaanvoer niet te aanvaarden is. Het principe van prijsbeïnvloeden door inzen-ders is fout. Bij de veiling maakt de kooper den prijs. De grossiers zijn niet tegen een veiling op zichzelf, maar zij wenschen een andere veiling dan de huidige. De veiling in den bestaanden vorm is een rem voor de ontwikkeling van den handel. Kunstmatig is de veiling in het verleden in het leven gehouden en ook op het oogenblik geschiedt dit nog kunstmatig, hetzij door financieelen, hetzij door moreelen steun van de Overheid. Het moet den Wethouder toch wel iets zeggen, dat de groothandel, die toch het overgroote deel van den marktaanvoer in handen heeft, en die op de markt reeds zooveel misère doormaakte, met klem verzoekt, de veiling in haar huidigen vorm te veranderen. Spreker gelooft niet, zooals de heer Seegers, dat men bij opheffing van de veiling dadelijk een nieuwe aan den rand van de Stad krijgt, en wel doordat er gebrek aan koopers zoowel als aan aanvoerders is. De Markt in [tekst breekt af] Dit document verslaat een debat over de economische structuur van de Amsterdamse handel. De kern van het conflict ligt bij de onvrede van de private groothandel (grossiers) over de positie van de officiële veiling.
De belangrijkste grieven zijn:
1. Gebrek aan transparantie: De handel krijgt geen inzicht in de prijzen en de gunstige huurcondities die de veiling geniet.
2. Oneerlijke concurrentie: De grossiers claimen dat de veiling door de overheid kunstmatig op de been wordt gehouden door financiële of morele steun, terwijl de groothandel 90% van de aanvoer verzorgt maar zich benadeeld voelt.
3. Systeemkritiek: De heer Du Maine bekritiseert het gebrek aan overzicht op de aanvoer door de opzet van de veiling en stelt dat de huidige vorm de handelsontwikkeling remt.
4. Rol van de overheid: Er wordt direct een beroep gedaan op de Wethouder om het systeem te hervormen. De tekst verwijst naar de "Amsterdamsche veiling" en "de Stad", wat duidt op de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934). In deze periode was er een voortdurende spanning tussen de traditionele vrije groothandel en de opkomst van georganiseerde veilingen die vaak door de gemeente werden gefaciliteerd of beschermd. De grossiers vreesden voor hun marge en marktpositie. De genoemde namen (Polak, Van Es, Du Maine, Seegers) wijzen op vertegenwoordigers van handelsverenigingen of gemeenteraadsleden uit die tijd. De "misère" waarover gesproken wordt, zou kunnen verwijzen naar de economische nasleep van de crisisjaren of de oorlogsperiode.