Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 394
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/adviesnota.

30 januari 1939. Van: Waarschijnlijk een juridisch adviseur of ambtenaar van de gemeente (gezien de referentie naar de "heer Gemeente-Advocaat"). Bovenaan staat een handgeschreven paraaf, mogelijk "M. Müller". Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Leiden).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/adviesnota. 30 januari 1939. Waarschijnlijk een juridisch adviseur of ambtenaar van de gemeente (gezien de referentie naar de "heer Gemeente-Advocaat"). Bovenaan staat een handgeschreven paraaf, mogelijk "M. Müller". Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Leiden). VP/HG.

59/4/2 M.

30 Januari 1939.

Vordering op borgen van
H.J.Houtkooper.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 26 Januar jl. om advies ontvangen stukken no.1178 L.M.1934 heb ik de eer U te berichten, dat, blijkens de missive van Burgemeester en Wethouders aan M.C.Rijnsburger-de Wilde en A.Rijnsburger d.d. 10 April 1937 (No.1178 L.M.1934) dezen, als borgen van H.J.Houtkooper werd toegestaan om ƒ 1250,- in plaats van ieder de helft van ƒ 4451,89 te betalen, mits zij zorgdragen, dat deze betaling in vijf termijnen, zooals in de bedoelde missive omschreven, plaats vond. Gaven zij daaraan geen gevolg, dan zou de geheele schuld weder terstond opeischbaar zijn. De bedoelde regeling was op verzoek van de borgen getroffen, die nochtans zelfs niet één termijn hebben betaald; zij hebben sindsdien zonder meer geweigerd, om aan hun verplichtingen te voldoen. Vandaar dat deze zaak in handen van den heer Gemeente-Advocaat werd gesteld.

Er bestaat, naar mijn meening, geen aanleiding om thans een nog verder gaande moderatie te betrachten, dan reeds was in achtgenomen bij een, door de wederpartij niet nagekomen, maar door haar volkomen aanvaarde minnelijke regeling. Hoewel A.Rijnsburger, evenals mevr.M.C.Rijnsburger-de Wilde ieder rechtens ruim ƒ 2200,- schuldig zijn, bestaat mijns inziens geen bezwaar hun, ook thans nog, finale kwijting te * Inhoud: De brief betreft een juridisch advies over een schuldvordering. Twee personen (M.C. Rijnsburger-de Wilde en A. Rijnsburger) stonden borg voor ene H.J. Houtkooper voor een bedrag van ruim 4450 gulden. In 1937 was hen een zeer gunstige regeling aangeboden om slechts 1250 gulden te betalen in vijf termijnen. Omdat zij echter geen enkele termijn hebben betaald en weigeren mee te werken, is de volledige schuld weer opeisbaar.
* Juridische toon: De toon is formeel en strikt. De schrijver adviseert de wethouder om niet opnieuw akkoord te gaan met een verlaging van het bedrag ("moderatie"), aangezien de borgen een eerdere coulante regeling volledig hebben genegeerd.
* Status: De zaak is op het moment van schrijven reeds overgedragen aan de Gemeente-Advocaat voor verdere incasso. De tekst onderaan breekt af midden in een zin (waarschijnlijk vervolgend met een voorwaarde voor kwijting). Dit document stamt uit de late crisisjaren van de jaren '30 in Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode vaak belast met zaken rondom de distributie van goederen of steunverlening. De genoemde bedragen waren voor die tijd aanzienlijk (een bedrag van ƒ 4450,- zou nu een koopkrachtwaarde van tienduizenden euro's vertegenwoordigen). Het document illustreert hoe de overheid enerzijds probeerde via minnelijke schikkingen schulden te innen, maar anderzijds genoodzaakt was juridische stappen te ondernemen wanneer afspraken stelselmatig werden geschonden.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief betreft een juridisch advies over een schuldvordering. Twee personen (M.C. Rijnsburger-de Wilde en A. Rijnsburger) stonden borg voor ene H.J. Houtkooper voor een bedrag van ruim 4450 gulden. In 1937 was hen een zeer gunstige regeling aangeboden om slechts 1250 gulden te betalen in vijf termijnen. Omdat zij echter geen enkele termijn hebben betaald en weigeren mee te werken, is de volledige schuld weer opeisbaar.
  • Juridische toon: De toon is formeel en strikt. De schrijver adviseert de wethouder om niet opnieuw akkoord te gaan met een verlaging van het bedrag ("moderatie"), aangezien de borgen een eerdere coulante regeling volledig hebben genegeerd.
  • Status: De zaak is op het moment van schrijven reeds overgedragen aan de Gemeente-Advocaat voor verdere incasso. De tekst onderaan breekt af midden in een zin (waarschijnlijk vervolgend met een voorwaarde voor kwijting).

Historische Context

Dit document stamt uit de late crisisjaren van de jaren '30 in Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode vaak belast met zaken rondom de distributie van goederen of steunverlening. De genoemde bedragen waren voor die tijd aanzienlijk (een bedrag van ƒ 4450,- zou nu een koopkrachtwaarde van tienduizenden euro's vertegenwoordigen). Het document illustreert hoe de overheid enerzijds probeerde via minnelijke schikkingen schulden te innen, maar anderzijds genoodzaakt was juridische stappen te ondernemen wanneer afspraken stelselmatig werden geschonden.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6