Getypte brief (fragment, waarschijnlijk een slotblad).
Origineel
Getypte brief (fragment, waarschijnlijk een slotblad). 30 januari (jaar niet volledig gespecificeerd, mogelijk midden 20e eeuw). De Directeur (naam niet vermeld). 1 30 Januari 9.
59/4/2 den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, alhier.
verleenen tegen betaling in eens van ƒ 1250,-.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging den
heer Gemeente-Advocaat in vorenstaanden zin te doen berichten
en het voorstel der tegenpartij dus alleen te aanvaarden, wan-
neer het tot ƒ 1250,- wordt verhoogd.
De Directeur, De tekst is een ambtelijk advies betreffende een financiële afwikkeling of schikking met een externe partij ("tegenpartij"). De afzender, een gemeentelijk directeur, adviseert de verantwoordelijke wethouder om vast te houden aan een bedrag van 1250 gulden (ƒ). Het advies luidt om de gemeenteadvocaat te instrueren het voorstel van de tegenpartij pas te accepteren als dit bedrag wordt gehaald. De taal is typisch voor de vroege tot midden 20e-eeuwse bureaucratie, met archaïsche termen zoals "mitsdien" en "vorenstaanden zin". De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op een tijdperk waarin de overheid een actieve rol speelde in de voedselvoorziening en -distributie, wat in Nederland met name relevant was tijdens en vlak na de oorlogsjaren (Eerste of Tweede Wereldoorlog). Het gebruik van de term "alhier" wijst op interne correspondentie binnen een gemeentelijk apparaat. Het bedrag van 1250 gulden was in die periode een substantieel bedrag, wat de betrokkenheid van zowel een directeur, een wethouder als een gemeenteadvocaat verklaart.
Samenvatting
De tekst is een ambtelijk advies betreffende een financiële afwikkeling of schikking met een externe partij ("tegenpartij"). De afzender, een gemeentelijk directeur, adviseert de verantwoordelijke wethouder om vast te houden aan een bedrag van 1250 gulden (ƒ). Het advies luidt om de gemeenteadvocaat te instrueren het voorstel van de tegenpartij pas te accepteren als dit bedrag wordt gehaald. De taal is typisch voor de vroege tot midden 20e-eeuwse bureaucratie, met archaïsche termen zoals "mitsdien" en "vorenstaanden zin".
Historische Context
De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op een tijdperk waarin de overheid een actieve rol speelde in de voedselvoorziening en -distributie, wat in Nederland met name relevant was tijdens en vlak na de oorlogsjaren (Eerste of Tweede Wereldoorlog). Het gebruik van de term "alhier" wijst op interne correspondentie binnen een gemeentelijk apparaat. Het bedrag van 1250 gulden was in die periode een substantieel bedrag, wat de betrokkenheid van zowel een directeur, een wethouder als een gemeenteadvocaat verklaart.