Archiefdocument
Origineel
14 december 1939. [Linksboven, in rood]: 59/5/8 M
[Rechtsboven]: A'dam 14 Dec 39
~~De Heer~~
Aan het College van gezamenlijke
Rechter Rottekade 81 Importeurs.
~~Mij komt ter oore, dat~~
Naar ik verneem, zal door de Regeering
binnenkort ~~door de~~ een regeling worden afgekondigd
inzake den invoer van
sinaasappelen. In verband
daarmede ~~verzoek ik U de~~
zou ik gaarne de aanstaande
week een bespreking met Uw
College voeren, ter vervolge
op onze bespreking van 8 dezer.
~~Gaarne~~ Ik verzoek U beleefd
mij te willen berichten, wanneer de
bedoelde bespreking kan plaats vinden.
14-12-39 [paraaf/initialen] Het document betreft een handgeschreven ontwerp voor een zakelijke brief. De vele doorhalingen en boven de regel toegevoegde correcties duiden op een proces van zorgvuldige formulering. De schrijver hanteert een formele, ambtelijke toon ("ter vervolge op", "8 dezer", "beleefd verzoeken").
De kern van de brief is het anticiperen op nieuwe overheidsmaatregelen met betrekking tot de import van sinaasappelen. De schrijver wil hierover op korte termijn (de "aanstaande week") in gesprek met het College van Gezamenlijke Importeurs, als vervolg op een eerder gesprek dat slechts zes dagen eerder plaatsvond. De adressering naar de Rechter Rottekade 81 in Rotterdam is historisch saillant; dit was het adres van diverse handelsorganisaties en het Centraal Bureau voor de In- en Uitvoer (C.B.I.U.). Deze brief is geschreven tijdens de mobilisatieperiode, enkele maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maar nog vóór de Duitse inval in Nederland. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de internationale handel al ernstig verstoord door zeeblokkades en schaarste.
De overheid greep in deze periode steeds actiever in de economie in om de voedselvoorziening te garanderen en deviezen te beheren. Sinaasappelen, die grotendeels uit het Middellandse Zeegebied (zoals Spanje en Palestina) kwamen, werden onderworpen aan importbeperkingen en contingenten. De brief illustreert de nauwe, soms gespannen afstemming tussen handelsorganisaties en de overheid (of haar adviseurs) in een tijd van toenemende oorlogsdreiging en economische onzekerheid.