Getypte ambtelijke brief/memo.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memo. 26 september 1939 (gelet op de context van de genoemde besluiten en de historische situatie). De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. 5/4 1 26 September 9
59/22 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
Gemeenteraad d.d. 7 Juli 1937 (No.386), goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Noordholland bij hun Besluit d.d. 4 Augustus 1937 (no.155), de vereischte machtiging tot verhuring voor den tijd van 10 jaren - van 1 Januari 1938 tot 1 Januari 1948 - is verleend). Zouden de import-mogelijkheden langer onbekend blijven, dan kan de wederparty zich ermede vereenigen, dat de bestaande contracten voorloopig voor ten hoogste zes maanden worden verlengd, teneinde de verdere ontwikkeling van den buitenlandschen handel af te wachten.
Ik geef U beleefd in overweging goed te vinden, dat ik U, in elk geval vóór 1 December a.s. terzake nadere voorstellen doe.
De Directeur, Het document is een zakelijke correspondentie waarin wordt gesproken over de onzekerheid rondom "import-mogelijkheden" en de gevolgen daarvan voor langdurige huurcontracten. Hoewel er in 1937 reeds toestemming was gegeven door de Gemeenteraad en de Provincie voor een verhuring van tien jaar (1938-1948), stelt de directeur nu voor om contracten slechts voor een korte periode (maximaal zes maanden) te verlengen. De reden hiervoor is het afwachten van de ontwikkelingen in de internationale handel. De directeur verzoekt de wethouder om akkoord te gaan met dit voorstel en belooft voor december met verdere plannen te komen. De brief dateert van 26 september 1939. Dit is een cruciaal historisch moment: de Tweede Wereldoorlog was net uitgebroken met de Duitse inval in Polen op 1 september en de oorlogsverklaringen van Groot-Brittannië en Frankrijk op 3 september. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, leidde de oorlogssituatie direct tot grote onzekerheid in de internationale scheepvaart en handel. Voor een stad als Amsterdam was de voedselvoorziening ("Levensmiddelen") een kritieke taak. De onzekerheid over de import waarover in de brief wordt gesproken, is een direct gevolg van de beginnende wereldbrand, waardoor het onverantwoord werd geacht om langdurige contractuele verplichtingen aan te gaan.