Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 23 september 1939. Onleesbare handtekening (mogelijk "W. Eijer" of "Reijer"). De Heer Dr. v. d. Laan, Directeur van 't Marktwezen. A'dam. 23 Sept. 39 [onleesbaar: nu mog.?]
Heer. Dr. v. d. Laan
Dir. v. 't Marktwezen.
Zeer geachte Heer.
Ondergetekende bericht u dat
hij sinds eenige maanden een
klant bij namen Luvel heeft
bedient in de Hazenbroekstr.
Deze persoon is eenige weken
weg geweest en maandag j.l
terug gekomen en heeft een stal
van M. de Vos Belamystr 32 ge-
huurd. Ik hoop dat u deze zaak
even in onderzoek wil geven bij
de betreffende Marktmeester want
ik kan mij niet vereenigen met de
handeling van M de Vos.
Hoogachtend.
[Handtekening] * Inhoud: De schrijver klaagt over een zakelijke transactie betreffende een "stal" (waarschijnlijk een marktkraam of opslagruimte). Een klant genaamd Luvel, die voorheen in de Hazenbroekstraat werd bediend, heeft na een afwezigheid van enkele weken een stal gehuurd van een zekere M. de Vos aan de Bellamystraat 32. De schrijver verzoekt de Directeur van het Marktwezen om een onderzoek door de marktmeester, omdat hij het niet eens is met de handelwijze van M. de Vos.
* Taalgebruik: Formeel Nederlands met vooroorlogse spelling (bijv. "eenige", "vereenigen"). De brief getuigt van een strikte hiërarchische structuur binnen de stedelijke marktregulering.
* Locaties: Genoemde locaties zijn de Hazenbroekstraat en de Bellamystraat, beide gelegen in Amsterdam (Oud-West), een gebied dat van oudsher nauw verbonden is met markthandel (zoals de nabijgelegen Ten Katemarkt). Dit document stamt uit september 1939, de maand waarin de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Hoewel de brief hier niet direct naar verwijst, laat het de dagelijkse beslommeringen en de sociale controle binnen de Amsterdamse marktgemeenschap zien. De Dienst van het Marktwezen was verantwoordelijk voor de orde en toewijzing van plekken op de openbare markten. Klachten over "ongeoorloofde" verhuur of concurrentie tussen handelaren werden direct bij de directie neergelegd. De brief illustreert hoe burgers en kleine ondernemers de overheid gebruikten als scheidsrechter bij onderlinge zakelijke geschillen. M. de Vos W. Eijer Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver klaagt over een zakelijke transactie betreffende een "stal" (waarschijnlijk een marktkraam of opslagruimte). Een klant genaamd Luvel, die voorheen in de Hazenbroekstraat werd bediend, heeft na een afwezigheid van enkele weken een stal gehuurd van een zekere M. de Vos aan de Bellamystraat 32. De schrijver verzoekt de Directeur van het Marktwezen om een onderzoek door de marktmeester, omdat hij het niet eens is met de handelwijze van M. de Vos.
- Taalgebruik: Formeel Nederlands met vooroorlogse spelling (bijv. "eenige", "vereenigen"). De brief getuigt van een strikte hiërarchische structuur binnen de stedelijke marktregulering.
- Locaties: Genoemde locaties zijn de Hazenbroekstraat en de Bellamystraat, beide gelegen in Amsterdam (Oud-West), een gebied dat van oudsher nauw verbonden is met markthandel (zoals de nabijgelegen Ten Katemarkt).
Historische Context
Dit document stamt uit september 1939, de maand waarin de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Hoewel de brief hier niet direct naar verwijst, laat het de dagelijkse beslommeringen en de sociale controle binnen de Amsterdamse marktgemeenschap zien. De Dienst van het Marktwezen was verantwoordelijk voor de orde en toewijzing van plekken op de openbare markten. Klachten over "ongeoorloofde" verhuur of concurrentie tussen handelaren werden direct bij de directie neergelegd. De brief illustreert hoe burgers en kleine ondernemers de overheid gebruikten als scheidsrechter bij onderlinge zakelijke geschillen.