Getypte brief (doorslag/carbonkopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/carbonkopie). 11 oktober 1939. Onbekende instantie (mogelijk de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam), met referentie "HG.", "85/98/1 M. 1 Lett.R.". Den Heer N. v. Gelder, Waterlooplein 53, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven, handgeschreven:]
lex. Br. Müller
[Midden-boven, getypt:]
HG.
[Linksboven, getypt:]
85/98/1 M.
1
Lett.R.
[Midden-boven, handgeschreven:]
Verzonden 11/10-'39
[Rechtsboven, getypt:]
11 October 1939.
[Rechts, getypt:]
den Heer N.v.Gelder,
Waterlooplein 53,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.
[Midden, getypt:]
waarschuwing betaling
kramengeld.
[Rechtsonder, getypt:]
Vrijdag
[Linksonder, getypt:]
13 October a.s. Het document is een formele, zakelijke mededeling aan een marktkoopman, de heer N. van Gelder. Het dient als een laatste waarschuwing voor het betalen van "kramengeld" – de vergoeding die betaald moet worden voor het huren of plaatsen van een marktkraam.
Opvallend is de zeer korte termijn: de brief is verzonden op woensdag 11 oktober en de betaling (of een gevolgtrekking) wordt verwacht op vrijdag 13 oktober. Het adres, Waterlooplein 53, is direct gelegen aan de bekende markt op het Waterlooplein. De toevoeging "Wijk 1" verwijst naar de administratieve indeling van de marktsectoren in Amsterdam. De handgeschreven notitie bovenin ("lex. Br. Müller") duidt waarschijnlijk op een dossier- of archiefverwijzing. Het document dateert van oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, hoewel Nederland op dat moment nog neutraal en onbezet was. Het Waterlooplein vormde het hart van de Joodse buurt in Amsterdam, en de markt was een centrale plek voor de Joodse gemeenschap. Veel handelaren daar hadden het economisch zwaar.
De achternaam "Van Gelder" kwam veelvuldig voor binnen de Joods-Amsterdamse gemeenschap van die tijd. Dergelijke administratieve documenten geven inzicht in de dagelijkse bureaucratie en de financiële verplichtingen van marktkooplui in een periode van toenemende politieke en economische spanning. Kort na deze datum, tijdens de bezetting, zouden de beperkingen voor Joodse marktkooplieden drastisch worden aangescherpt tot aan een volledig verbod en uiteindelijke deportatie. Dit document toont het "normale" leven en de geldende regels net voor die omslag.
Samenvatting
Het document is een formele, zakelijke mededeling aan een marktkoopman, de heer N. van Gelder. Het dient als een laatste waarschuwing voor het betalen van "kramengeld" – de vergoeding die betaald moet worden voor het huren of plaatsen van een marktkraam.
Opvallend is de zeer korte termijn: de brief is verzonden op woensdag 11 oktober en de betaling (of een gevolgtrekking) wordt verwacht op vrijdag 13 oktober. Het adres, Waterlooplein 53, is direct gelegen aan de bekende markt op het Waterlooplein. De toevoeging "Wijk 1" verwijst naar de administratieve indeling van de marktsectoren in Amsterdam. De handgeschreven notitie bovenin ("lex. Br. Müller") duidt waarschijnlijk op een dossier- of archiefverwijzing.
Historische Context
Het document dateert van oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, hoewel Nederland op dat moment nog neutraal en onbezet was. Het Waterlooplein vormde het hart van de Joodse buurt in Amsterdam, en de markt was een centrale plek voor de Joodse gemeenschap. Veel handelaren daar hadden het economisch zwaar.
De achternaam "Van Gelder" kwam veelvuldig voor binnen de Joods-Amsterdamse gemeenschap van die tijd. Dergelijke administratieve documenten geven inzicht in de dagelijkse bureaucratie en de financiële verplichtingen van marktkooplui in een periode van toenemende politieke en economische spanning. Kort na deze datum, tijdens de bezetting, zouden de beperkingen voor Joodse marktkooplieden drastisch worden aangescherpt tot aan een volledig verbod en uiteindelijke deportatie. Dit document toont het "normale" leven en de geldende regels net voor die omslag.