Formele brief/aanmaning.
Origineel
Formele brief/aanmaning. 27 oktober 1939 (verzonden op 28 oktober 1939). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Marktdienst of Belastingen). Den Heer S. Schelvis, Waterlooplein 56, Amsterdam-Centrum (Wijk 2). [Rechtsboven, handgeschreven:] ten. Fr. Müller
[Midden boven:] vP/HG.
[Linksboven:]
85/103/1 M.
1
[Midden, handgeschreven:] Verzonden 28/10-39
[Rechts:] 27 October 1939.
[Adresblok:]
den Heer S.Schelvis,
Waterlooplein 56,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
[Inhoud:]
Hiermede breng ik onder Uw aandacht, dat U ter voldoening van de door U verschuldigde belasting wegens het zetten van kramen op den openbaren weg desgewenscht een bedrag vooruit ten kantore van mijn dienst kunt storten. Dit bedrag moet evenwel voldoende zijn, om daaruit het verschuldigde te kunnen betalen. Zooals U uit bijgaande afrekening blijkt, is dat niet het geval, zoodat U thans met een schuld te boek staat. Ik verzoek U deze schuld onverwijld te willen aanzuiveren en er voor zorg te dragen, dat een dergelijk feit zich niet herhaalt.
De Directeur, Deze brief is een zakelijke aanmaning betreffende een belastingschuld. De toon is bureaucratisch en vermanend. De directeur wijst de ontvanger op de mogelijkheid om vooruit te betalen voor het recht om marktkramen te plaatsen, maar constateert dat het gestorte bedrag in dit geval ontoereikend was. De afsluitende zin ("...en er voor zorg te dragen, dat een dergelijk feit zich niet herhaalt") geeft aan dat de instantie strikt toeziet op de naleving van de financiële verplichtingen van marktkooplieden.
De spelling volgt de vooroorlogse normen (bijv. "den openbaren weg", "zooals", "October"). Het document dateert van oktober 1939, vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was. De locatie, Waterlooplein 56, is historisch zeer relevant. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en de locatie van een grote dagmarkt.
De geadresseerde, S. Schelvis, was hoogstwaarschijnlijk Salomon Schelvis, een Joodse marktkoopman. Archiefstukken uit die periode bevestigen dat de familie Schelvis op dit adres woonde en werkzaam was op de markt. In de context van de naderende bezetting krijgt deze alledaagse administratieve brief een wrange bijklank: het toont de nauwgezette bureaucratie waarmee de levens van (onder andere) Joodse Amsterdammers werden vastgelegd, kort voordat deze systemen door de bezetter zouden worden misbruikt voor vervolging en deportatie. Veel bewoners van het Waterlooplein, waaronder leden van de familie Schelvis, zijn tijdens de Holocaust omgebracht. S. Schelvis
Samenvatting
Deze brief is een zakelijke aanmaning betreffende een belastingschuld. De toon is bureaucratisch en vermanend. De directeur wijst de ontvanger op de mogelijkheid om vooruit te betalen voor het recht om marktkramen te plaatsen, maar constateert dat het gestorte bedrag in dit geval ontoereikend was. De afsluitende zin ("...en er voor zorg te dragen, dat een dergelijk feit zich niet herhaalt") geeft aan dat de instantie strikt toeziet op de naleving van de financiële verplichtingen van marktkooplieden.
De spelling volgt de vooroorlogse normen (bijv. "den openbaren weg", "zooals", "October").
Historische Context
Het document dateert van oktober 1939, vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was. De locatie, Waterlooplein 56, is historisch zeer relevant. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en de locatie van een grote dagmarkt.
De geadresseerde, S. Schelvis, was hoogstwaarschijnlijk Salomon Schelvis, een Joodse marktkoopman. Archiefstukken uit die periode bevestigen dat de familie Schelvis op dit adres woonde en werkzaam was op de markt. In de context van de naderende bezetting krijgt deze alledaagse administratieve brief een wrange bijklank: het toont de nauwgezette bureaucratie waarmee de levens van (onder andere) Joodse Amsterdammers werden vastgelegd, kort voordat deze systemen door de bezetter zouden worden misbruikt voor vervolging en deportatie. Veel bewoners van het Waterlooplein, waaronder leden van de familie Schelvis, zijn tijdens de Holocaust omgebracht.