Handgeschreven verzoekschrift (brief).
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift (brief). 30 augustus 1909. L. Schaap. Weled. Heer, [mi] A.dam 30/8 09
Daar ik vanaf Dinsdag l.l. in
Militairen dienst ben en ik zoo-
doende niet in staat ben om mijn
marktplaatsen zijnde Waterlooplein
en Uilenburgersstraat waar te nemen
ik U daarom beleefd verzoek
mij vanaf de tijd dat ik in dienst
ben het betalen van het markt-
geld te willen ontheffen en
tevens wilde ik vragen om in het
bezit te blijven van mijn voor-
keurskaart van de markt
Lindengracht. Hopende op een
gunstig antwoord teeken ik
Hoogachtend L Schaap De brief is geschreven door L. Schaap, een marktkoopman die werkzaam was op verschillende Amsterdamse markten. Hij meldt dat hij sinds "Dinsdag l.l." (laatstleden) in militaire dienst is getreden. Omdat hij hierdoor zijn handel niet kan voortzetten, verzoekt hij om twee gunsten:
1. Financiële ontheffing: Hij wil gedurende zijn diensttijd geen marktgeld (staangeld) hoeven te betalen voor zijn plekken op het Waterlooplein en de Uilenburgerstraat.
2. Rechtenbehoud: Hij vraagt of hij zijn voorkeurskaart voor de markt op de Lindengracht mag behouden. Een voorkeurskaart was essentieel voor marktkooplui omdat het hen recht gaf op een vaste of gunstige standplaats op basis van anciënniteit.
De brief is geschreven in een net, cursief handschrift en hanteert de voor die tijd gebruikelijke formele beleefdheidsvormen. Aan het begin van de 20e eeuw was de markt het economische hart van de Amsterdamse volksbuurten. De genoemde locaties — het Waterlooplein en de Uilenburgerstraat — lagen in de Joodse buurt, waar de markthandel een dominante rol speelde. Voor kleine zelfstandigen zoals Schaap was de militaire dienstplicht een zware last; het betekende immers een tijdelijke stopzetting van hun inkomen, terwijl de vaste lasten voor hun standplaatsen doorliepen.
Dergelijke verzoekschriften komen regelmatig voor in de archieven van de gemeente Amsterdam (Dienst van het Marktwezen). Ze tonen de kwetsbaarheid van marktkooplui en de noodzaak om officiële toestemming te krijgen voor afwezigheid, om te voorkomen dat hun felbegeerde standplaatsvergunningen zouden worden ingetrokken en aan anderen zouden worden vergeven.
Samenvatting
De brief is geschreven door L. Schaap, een marktkoopman die werkzaam was op verschillende Amsterdamse markten. Hij meldt dat hij sinds "Dinsdag l.l." (laatstleden) in militaire dienst is getreden. Omdat hij hierdoor zijn handel niet kan voortzetten, verzoekt hij om twee gunsten:
1. Financiële ontheffing: Hij wil gedurende zijn diensttijd geen marktgeld (staangeld) hoeven te betalen voor zijn plekken op het Waterlooplein en de Uilenburgerstraat.
2. Rechtenbehoud: Hij vraagt of hij zijn voorkeurskaart voor de markt op de Lindengracht mag behouden. Een voorkeurskaart was essentieel voor marktkooplui omdat het hen recht gaf op een vaste of gunstige standplaats op basis van anciënniteit.
De brief is geschreven in een net, cursief handschrift en hanteert de voor die tijd gebruikelijke formele beleefdheidsvormen.
Historische Context
Aan het begin van de 20e eeuw was de markt het economische hart van de Amsterdamse volksbuurten. De genoemde locaties — het Waterlooplein en de Uilenburgerstraat — lagen in de Joodse buurt, waar de markthandel een dominante rol speelde. Voor kleine zelfstandigen zoals Schaap was de militaire dienstplicht een zware last; het betekende immers een tijdelijke stopzetting van hun inkomen, terwijl de vaste lasten voor hun standplaatsen doorliepen.
Dergelijke verzoekschriften komen regelmatig voor in de archieven van de gemeente Amsterdam (Dienst van het Marktwezen). Ze tonen de kwetsbaarheid van marktkooplui en de noodzaak om officiële toestemming te krijgen voor afwezigheid, om te voorkomen dat hun felbegeerde standplaatsvergunningen zouden worden ingetrokken en aan anderen zouden worden vergeven.