Administratieve notitie/memorandum op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratieve notitie/memorandum op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14). 1939 (stempel en handgeschreven data 5-3-39 en 7/3-39). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 90/7/1 1939
DOORGEZONDEN: 1/3
[Rechtsboven handgeschreven:]
791
[Hoofdtekst handgeschreven in lichtblauwe inkt:]
H. Acohen, pl. no. 96 Mar.plein
werd reeds 11 Feb j.l. wegens
wanbetaling met f 1,35 schuld
afgevoerd.
Acohen werd naar aanleiding
van zijn vorigen brief 2 x opgeroepen,
heeft echter aan oproepingen geen
gevolg gegeven. Zie no. 30/114/1 d/d 30/12 38
[Tekst in zwarte inkt:]
Aan Acohen kan m.i. worden
bericht dat zijn plaats op de markt
Waterlooplein is ingetrokken
[Rechtsonder:]
5-3-39
[Handtekening, mogelijk:] deHaas
[Linksonder:]
7/3-39 [Paraaf]
[Onderaan in rode inkt:]
2. 90/7/2
[Linksonder voorgedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft de administratieve afhandeling van een marktvergunning voor een zekere H. Acohen. Uit de tekst blijkt dat Acohen standplaats nummer 96 op de markt (Waterlooplein) bezette.
De kernpunten zijn:
1. Sanctie wegens wanbetaling: Acohen was op 11 februari 1939 al "afgevoerd" (zijn recht op de standplaats was beëindigd) vanwege een geringe schuld van 1,35 gulden.
2. Procedure: Na een brief van Acohen is hij tweemaal opgeroepen voor een gesprek of ver tekst, maar hij is niet verschenen.
3. Besluit: De ambtenaar adviseert ("m.i." - mijns inziens) om hem officieel te berichten dat zijn standplaats op het Waterlooplein definitief is ingetrokken.
De notities in verschillende kleuren inkt en de diverse data (februari en maart 1939) laten het procesverloop zien binnen de gemeentelijke bureaucratie. Het document dateert van maart 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. Het Waterlooplein in Amsterdam was destijds het centrum van de Joodse marktbuurt. De achternaam Acohen wijst op een Joodse achtergrond van de betrokkene.
Dergelijke documenten zijn waardevol voor sociaal-economisch historisch onderzoek naar het dagelijks leven van markthandelaren in vooroorlogs Amsterdam. Het laat de strikte handhaving zien van marktgelden; zelfs een schuld van f 1,35 leidde tot het verlies van een standplaats en daarmee het levensonderhoud. In de context van de naderende oorlog en de latere vervolging van de Joodse bevolking, waarbij Joodse handelaren uiteindelijk volledig van de markten werden geweerd, krijgt een dergelijk administratief document een extra beladen historische betekenis. H. Acohen M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
Dit document betreft de administratieve afhandeling van een marktvergunning voor een zekere H. Acohen. Uit de tekst blijkt dat Acohen standplaats nummer 96 op de markt (Waterlooplein) bezette.
De kernpunten zijn:
1. Sanctie wegens wanbetaling: Acohen was op 11 februari 1939 al "afgevoerd" (zijn recht op de standplaats was beëindigd) vanwege een geringe schuld van 1,35 gulden.
2. Procedure: Na een brief van Acohen is hij tweemaal opgeroepen voor een gesprek of ver tekst, maar hij is niet verschenen.
3. Besluit: De ambtenaar adviseert ("m.i." - mijns inziens) om hem officieel te berichten dat zijn standplaats op het Waterlooplein definitief is ingetrokken.
De notities in verschillende kleuren inkt en de diverse data (februari en maart 1939) laten het procesverloop zien binnen de gemeentelijke bureaucratie.
Historische Context
Het document dateert van maart 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. Het Waterlooplein in Amsterdam was destijds het centrum van de Joodse marktbuurt. De achternaam Acohen wijst op een Joodse achtergrond van de betrokkene.
Dergelijke documenten zijn waardevol voor sociaal-economisch historisch onderzoek naar het dagelijks leven van markthandelaren in vooroorlogs Amsterdam. Het laat de strikte handhaving zien van marktgelden; zelfs een schuld van f 1,35 leidde tot het verlies van een standplaats en daarmee het levensonderhoud. In de context van de naderende oorlog en de latere vervolging van de Joodse bevolking, waarbij Joodse handelaren uiteindelijk volledig van de markten werden geweerd, krijgt een dergelijk administratief document een extra beladen historische betekenis.