Getypte brief (doorslag of archiefkopie) met handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of archiefkopie) met handgeschreven aantekeningen. 7 maart 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). 90/7/2 M
[Handgeschreven:] Verzonden 7/3
[Handgeschreven rechtsboven:] M. de Leur
[Getypt rechtsboven:] vP/G.
7 Maart 1939.
den Heer H.Acohen,
p/a Lootsteen,
Lepelstraat 91 I,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 10.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 24 Februari jl. bericht ik U, dat nota is genomen van Uw mededeeling, dat U niet langer van Uw plaats op het Mosplein gebruik wenscht te maken. Wegens wanbetaling van het terzake verschuldigde marktgeld is deze plaats ingetrokken; uit dien hoofde is U nog f 1,35 schuldig.
Wat Uw opmerking betreft, dat U geen antwoord ontving op Uw brief d.d. 28 December jl. diene, dat U naar aanleiding van dien brief twee keer is opgeroepen om tot het geven van nadere inlichtingen by den inspecteur van het Marktwezen te verschynen. Aan deze oproepingen gaf U geen gevolg. Uw plaats op de markt Waterlooplein is ingetrokken op grond van de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.
De Directeur, Deze brief is een zakelijke correspondentie van de Amsterdamse marktmeester of directeur van het marktwezen aan een marktkraamhouder, de heer H. Acohen. De toon is formeel en berispend. De kern van de brief is tweeledig:
1. Mosplein: De heer Acohen had zelf aangegeven te willen stoppen met zijn standplaats op het Mosplein (Amsterdam-Noord). De directeur merkt echter fijntjes op dat de plaats sowieso al was ingetrokken vanwege een betalingsachterstand van 1,35 gulden.
2. Waterlooplein: Acohen had geklaagd over een gebrek aan reactie op een eerdere brief. De directeur weerlegt dit door te stellen dat Acohen twee keer is opgeroepen voor overleg maar niet is verschenen. Als sanctie is zijn standplaats op de prestigieuze markt op het Waterlooplein ingetrokken op basis van het marktreglement. De brief dateert van maart 1939, een periode van grote economische en sociale spanning in Amsterdam, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De namen "Acohen" en "Lootsteen" wijzen op een Joodse achtergrond van de betrokkene(n). De Lepelstraat lag in de oude Joodse buurt van Amsterdam, vlakbij het Waterlooplein.
In die tijd was de handel op de markt voor velen een minimale bron van bestaan. De strikte handhaving van het "Reglement op de Markten" en de invordering van zelfs kleine bedragen (f 1,35) illustreren de bureaucratische controle op marktkooplieden. De intrekking van een standplaats op het Waterlooplein, destijds het hart van de Joodse handel in de stad, was voor een handelaar een zware economische sanctie. Acohen had (De heer) H. Acohen M. de Leur Marktwezen
Samenvatting
Deze brief is een zakelijke correspondentie van de Amsterdamse marktmeester of directeur van het marktwezen aan een marktkraamhouder, de heer H. Acohen. De toon is formeel en berispend. De kern van de brief is tweeledig:
1. Mosplein: De heer Acohen had zelf aangegeven te willen stoppen met zijn standplaats op het Mosplein (Amsterdam-Noord). De directeur merkt echter fijntjes op dat de plaats sowieso al was ingetrokken vanwege een betalingsachterstand van 1,35 gulden.
2. Waterlooplein: Acohen had geklaagd over een gebrek aan reactie op een eerdere brief. De directeur weerlegt dit door te stellen dat Acohen twee keer is opgeroepen voor overleg maar niet is verschenen. Als sanctie is zijn standplaats op de prestigieuze markt op het Waterlooplein ingetrokken op basis van het marktreglement.
Historische Context
De brief dateert van maart 1939, een periode van grote economische en sociale spanning in Amsterdam, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De namen "Acohen" en "Lootsteen" wijzen op een Joodse achtergrond van de betrokkene(n). De Lepelstraat lag in de oude Joodse buurt van Amsterdam, vlakbij het Waterlooplein.
In die tijd was de handel op de markt voor velen een minimale bron van bestaan. De strikte handhaving van het "Reglement op de Markten" en de invordering van zelfs kleine bedragen (f 1,35) illustreren de bureaucratische controle op marktkooplieden. De intrekking van een standplaats op het Waterlooplein, destijds het hart van de Joodse handel in de stad, was voor een handelaar een zware economische sanctie.