Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 29 maart 1939 J.H. van Oostveen, Amsterdam $N^o$ 90/18/1 M. 1939 30/3 [stempel/kenmerk]
Amsterdam 29 Maart 1939
m. insp. [potloodnotitie]
Wel Edele Heer
Bij deze verzoek ik u beleefd mij door mijn
Zoon Peter van Oostveen te doen assisteren
daar ik onder Dokter behandeling ben.
Hapende [Hopende] u mij dit verzoek zult willen toestaan
Voorkeurskaart 418 Verblijf ik met de meest
Mosplein Hoog achting
J.H. van Oostveen
Westerstraat 122 h * Inhoud: De schrijver, J.H. van Oostveen, verzoekt de geadresseerde (waarschijnlijk een gemeentelijke instantie) om toestemming zodat zijn zoon, Peter van Oostveen, hem mag assisteren. De reden voor dit verzoek is dat de afzender onder medische behandeling staat.
* Taalgebruik: Formeel en beleefd Nederlands, kenmerkend voor zakelijke correspondentie uit de vooroorlogse periode. Let op de spelfout in "Hapende" (bedoeld is "Hopende") en de archaïsche afsluiting "Verblijf ik met de meest Hoog achting".
* Contextuele aanwijzingen: De vermelding van "Voorkeurskaart 418 Mosplein" duidt er sterk op dat dit verzoek betrekking heeft op een standplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord. Marktvergunningen waren strikt gebonden aan de persoon; bij ziekte moest officieel toestemming worden gevraagd voor vervanging of hulp door familieleden. Dit document stamt uit maart 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Westerstraat, waar de afzender woonde, ligt in de Jordaan, een buurt die destijds veel marktkooplieden huisvestte. Het Mosplein was (en is) een centrale marktlocatie in Amsterdam-Noord. De potloodnotitie "m. insp." staat waarschijnlijk voor "marktinspecteur", de functionaris die over dergelijke verzoeken adviseerde. Dergelijke brieven geven een uniek inkijkje in de administratieve lastendruk en de sociale omstandigheden van kleine zelfstandigen in het Amsterdam van de jaren '30. J.H. van Oostveen
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver, J.H. van Oostveen, verzoekt de geadresseerde (waarschijnlijk een gemeentelijke instantie) om toestemming zodat zijn zoon, Peter van Oostveen, hem mag assisteren. De reden voor dit verzoek is dat de afzender onder medische behandeling staat.
- Taalgebruik: Formeel en beleefd Nederlands, kenmerkend voor zakelijke correspondentie uit de vooroorlogse periode. Let op de spelfout in "Hapende" (bedoeld is "Hopende") en de archaïsche afsluiting "Verblijf ik met de meest Hoog achting".
- Contextuele aanwijzingen: De vermelding van "Voorkeurskaart 418 Mosplein" duidt er sterk op dat dit verzoek betrekking heeft op een standplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord. Marktvergunningen waren strikt gebonden aan de persoon; bij ziekte moest officieel toestemming worden gevraagd voor vervanging of hulp door familieleden.
Historische Context
Dit document stamt uit maart 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Westerstraat, waar de afzender woonde, ligt in de Jordaan, een buurt die destijds veel marktkooplieden huisvestte. Het Mosplein was (en is) een centrale marktlocatie in Amsterdam-Noord. De potloodnotitie "m. insp." staat waarschijnlijk voor "marktinspecteur", de functionaris die over dergelijke verzoeken adviseerde. Dergelijke brieven geven een uniek inkijkje in de administratieve lastendruk en de sociale omstandigheden van kleine zelfstandigen in het Amsterdam van de jaren '30.