Archief 745
Inventaris 745-302
Pagina 233
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/kopie)

1 mei 1939 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen, Gemeente Amsterdam) Aan: Den Heer R. Brander

Origineel

Getypte brief (doorslag/kopie) 1 mei 1939 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen, Gemeente Amsterdam) Den Heer R. Brander [Handgeschreven, bovenaan gecentreerd:]
extra

[Links boven:]
HG.

90/23/2 M.

[Rechts boven:]
1 Mei 1939.

[Adressering, rechts uitgelijnd:]
den Heer R.Brander,
Zwanenburgwal 66 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.

[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 April jl. verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming om zich op Uw plaats op de markt Mosplein te mogen laten bijstaan - niet vervangen - door Uw zoon H. Brander.

[Ondertekening:]
De Directeur, * Onderwerp: De brief betreft een officiële vergunning voor assistentie op een marktplaats. De heer R. Brander krijgt toestemming om geholpen te worden door zijn zoon, H. Brander.
* Voorwaarden: De toestemming is "tot wederopzegging", wat betekent dat de gemeente het recht behoudt om deze beslissing op elk moment in te trekken. Er wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen bijstaan (assisteren terwijl de vergunninghouder aanwezig is) en vervangen (de plaats innemen bij afwezigheid). Dit laatste is expliciet niet toegestaan.
* Locatie: De markt in kwestie bevindt zich op het Mosplein, een bekend marktplein in Amsterdam-Noord. De ontvanger woonde aan de Zwanenburgwal in het centrum van de stad.
* Administratieve context: De brief is een typisch voorbeeld van de strakke regulering van de Amsterdamse markten in het interbellum. Elk aspect van de bedrijfsvoering op de markt, inclusief wie er achter de kraam mocht staan, vereiste schriftelijke toestemming van de autoriteiten. Dit document stamt uit mei 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en een jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de bureaucratie rondom marktvergunningen in Amsterdam zeer gedetailleerd.

De Zwanenburgwal, waar de heer Brander woonde, lag in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Veel marktkooplieden uit deze buurt werkten op markten door de hele stad, waaronder het Mosplein in Noord. Na de bezetting in 1940 werden dit soort administratieve gegevens door de bezetter gebruikt om de Joodse bevolking en hun economische activiteiten nauwgezet in kaart te brengen en uiteindelijk te beperken via anti-Joodse maatregelen (zoals het verbod op marktkramen voor Joden in 1941). Of de familie Brander in dit document een Joodse achtergrond heeft, is op basis van alleen deze brief niet met zekerheid te zeggen, maar de geografische en historische context maakt dit wel aannemelijk voor onderzoek in oorlogsarchieven.

Samenvatting

  • Onderwerp: De brief betreft een officiële vergunning voor assistentie op een marktplaats. De heer R. Brander krijgt toestemming om geholpen te worden door zijn zoon, H. Brander.
  • Voorwaarden: De toestemming is "tot wederopzegging", wat betekent dat de gemeente het recht behoudt om deze beslissing op elk moment in te trekken. Er wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen bijstaan (assisteren terwijl de vergunninghouder aanwezig is) en vervangen (de plaats innemen bij afwezigheid). Dit laatste is expliciet niet toegestaan.
  • Locatie: De markt in kwestie bevindt zich op het Mosplein, een bekend marktplein in Amsterdam-Noord. De ontvanger woonde aan de Zwanenburgwal in het centrum van de stad.
  • Administratieve context: De brief is een typisch voorbeeld van de strakke regulering van de Amsterdamse markten in het interbellum. Elk aspect van de bedrijfsvoering op de markt, inclusief wie er achter de kraam mocht staan, vereiste schriftelijke toestemming van de autoriteiten.

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en een jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de bureaucratie rondom marktvergunningen in Amsterdam zeer gedetailleerd.

De Zwanenburgwal, waar de heer Brander woonde, lag in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Veel marktkooplieden uit deze buurt werkten op markten door de hele stad, waaronder het Mosplein in Noord. Na de bezetting in 1940 werden dit soort administratieve gegevens door de bezetter gebruikt om de Joodse bevolking en hun economische activiteiten nauwgezet in kaart te brengen en uiteindelijk te beperken via anti-Joodse maatregelen (zoals het verbod op marktkramen voor Joden in 1941). Of de familie Brander in dit document een Joodse achtergrond heeft, is op basis van alleen deze brief niet met zekerheid te zeggen, maar de geografische en historische context maakt dit wel aannemelijk voor onderzoek in oorlogsarchieven.

Locaties

Amsterdam (Zwanenburgwal 66 hs Wijk 3)

Kooplieden in dit dossier 100

A. Hoelen Uilenburg 29 Augs 39
A.J.J. Piël Waterlooplein 29 Augs 39
A.J. Meeuwissen Waterlooplein idem
A. Lopes Dias Waterlooplein "
A. Stoller Uilenburg 29.8.1939 27/8
A. Stoller Waterlooplein
A.v.Kleef Waterlooplein
A.v.Kleef Waterlooplein
A.v.Kleef Waterlooplein
A.v.Kleef Waterlooplein
A.W.M. Letschert Uilenburg idem
S. Speyer Waterlooplein
S. Speyer Waterlooplein
S. Speyer Waterlooplein
S. Speyer Waterlooplein
B. Stad Waterlooplein 25.8.1939 20/8-39
Chr.H.Schipper *$X // $* Waterlooplein 29-8-’39
J. Touw Waterlooplein 25-8-’39
C.P. Droogendijk meerdere 11-4-’39
C.Rozeboom Zwanenburgwal
B. de Beer Waterlooplein
B. de Beer Waterlooplein
B. de Beer Waterlooplein
B. de Beer Waterlooplein
D. Bruin Waterlooplein
D. Bruin Waterlooplein
D. Bruin Waterlooplein
D. Bruin Waterlooplein
D.M. de Groot Waterlooplein
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6