Archiefdocument
Origineel
26 september 1929. [Linksboven]
Advies op brief
Nº 90/49/j.
[Midden boven]
Den Heer Inspecteur.
[Hoofdtekst]
In verband met de aanvraag van H. Winnik,
pl. Nº 114 Mosplein om assistent L. Tonhauser te laten
vervangen door H. Enders, geb: 4-3-86 is m.i. geen bezwaar.
Gaarne had ik, dat bij de toestemming van dat ver-
zoek hem er nogmaals op te wijzen, dat de bijstand
alleen mag uitpakken en niet verkoopen. De laatste
weken is Winnik laat op de markt en is de assis-
tent aan het verkoopen. Ik heb hem daarvoor al een waar-
schuwing gegeven en de bijstand een dagplaats laten
betalen!
A’dam 26/9 ’29 [Handtekening/Paraaf] Dit document betreft een intern advies binnen het Amsterdamse marktwezen. Marktkoopman H. Winnik (standplaats 114 op de markt aan het Mosplein) heeft verzocht zijn assistent L. Tonhauser te vervangen door de op dat moment 43-jarige H. Enders.
De adviseur (waarschijnlijk een marktmeester of opzichter) adviseert positief over de vervanging, maar uit zijn zorgen over het gedrag van Winnik. Er wordt expliciet verwezen naar een regelovertreding: assistenten ("bijstand") mochten destijds vaak alleen helpen bij logistieke taken zoals uitpakken, maar niet zelfstandig verkopen. Omdat Winnik de laatste tijd te laat verschijnt, neemt de assistent de verkoop over. De adviseur meldt dat hij reeds een waarschuwing heeft uitgedeeld en de assistent als sanctie een 'dagplaats' (een extra marktvergoeding voor die dag) heeft laten betalen. Hij verzoekt de inspecteur om Winnik bij de officiële goedkeuring nogmaals streng op de regels te wijzen. De markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord was in 1929 een vitale plek voor lokale handel. De strenge regels rondom assistenten waren bedoeld om te voorkomen dat standplaatshouders hun vergunning onterecht zouden overdragen aan derden zonder zelf op de markt aanwezig te zijn. De namen Winnik en Tonhauser komen veelvuldig voor in archieven van de Amsterdamse Joodse bevolking, die historisch gezien een groot aandeel had in de markthandel. Dit document illustreert de dagelijkse administratieve controle en tucht die nodig was om de marktordening in de vooroorlogse periode te handhaven. H. Enders H. Winnik L. Tonhauser Marktwezen
Samenvatting
Dit document betreft een intern advies binnen het Amsterdamse marktwezen. Marktkoopman H. Winnik (standplaats 114 op de markt aan het Mosplein) heeft verzocht zijn assistent L. Tonhauser te vervangen door de op dat moment 43-jarige H. Enders.
De adviseur (waarschijnlijk een marktmeester of opzichter) adviseert positief over de vervanging, maar uit zijn zorgen over het gedrag van Winnik. Er wordt expliciet verwezen naar een regelovertreding: assistenten ("bijstand") mochten destijds vaak alleen helpen bij logistieke taken zoals uitpakken, maar niet zelfstandig verkopen. Omdat Winnik de laatste tijd te laat verschijnt, neemt de assistent de verkoop over. De adviseur meldt dat hij reeds een waarschuwing heeft uitgedeeld en de assistent als sanctie een 'dagplaats' (een extra marktvergoeding voor die dag) heeft laten betalen. Hij verzoekt de inspecteur om Winnik bij de officiële goedkeuring nogmaals streng op de regels te wijzen.
Historische Context
De markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord was in 1929 een vitale plek voor lokale handel. De strenge regels rondom assistenten waren bedoeld om te voorkomen dat standplaatshouders hun vergunning onterecht zouden overdragen aan derden zonder zelf op de markt aanwezig te zijn. De namen Winnik en Tonhauser komen veelvuldig voor in archieven van de Amsterdamse Joodse bevolking, die historisch gezien een groot aandeel had in de markthandel. Dit document illustreert de dagelijkse administratieve controle en tucht die nodig was om de marktordening in de vooroorlogse periode te handhaven.