Ambtelijke brief / Voordracht voor besluitvorming.
Origineel
Ambtelijke brief / Voordracht voor besluitvorming. 17 mei 1940. De Directeur (van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (afgeleid uit de term 'Alhier' en de organisatiestructuur). [Linksboven in typoscript:]
vB/DV.
8A/25/7 M.
[Rechtsboven handgeschreven:]
Mr. Buren.
[Rechtsboven in typoscript:]
17 Mei 1940.
[Onderwerp links:]
Bevordering van ambtenaren
bij het Marktwezen.
[Geadresseerde rechts:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
[In de linkermarge handgeschreven:]
besluit is genomen
[Hoofdtekst:]
In mijn rapporten d.d. 28 April en 16 November 1939 (nos. 8A/63/1 en 2 M.1939) heb ik onder meer voorgesteld, de functies van kassier (salarisgroep IV) en van assistent-halopzichter-afslager (salarisgroep III) respectievelijk in te deelen in de salarisgroepen IV of V en III of IV. Nu in gevolge Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 26 April jl. (no. 29/10 L.M. 1939) overeenkomstig mijn voorstel is besloten, zulks gerekend te zijn ingegaan op 1 April jl. heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van Burgemeester en Wethouders gerekend te zijn ingegaan 1 April jl. wordt besloten:
I. H.Kerklingh (no.24) aan te stellen als kassier in salarisgroep V, onder toekenning van een periodieke verhooging ad ƒ 150,- (Kerklingh voornoemd ontvangt sedert 1 Maart 1936 het maximum-salaris van salarisgroep IV) en zijn jaarwedde derhalve nader vast te stellen op ƒ 2352,- (ƒ 2425,- - 3% ongehuwdenaftrek) met een pensioensgrondslag van ƒ 2352,- (geniet geen oververdiensten);
II. B.F.Peyra (no.79) aan te stellen als assistent-halopzichter-afslager in salarisgroep IV. Het salaris van Peyra voornoemd is sedert 1 Juni 1939 vastgesteld op ƒ 2000,-, met een pensioensgrondslag van ƒ 2000,- zoodat hij eerst op 1 Juni 1941 voor een periodieke salarisverhooging in aanmerking komt.
De Directeur, * Administratieve procedure: Het document is een formele voordracht van de Directeur van het Marktwezen aan de verantwoordelijke wethouder. Het is een uitvloeisel van een eerder principebesluit van Burgemeester en Wethouders (B&W) van 26 april 1940 om bepaalde functies hoger in te schalen.
* Personeel en Functies:
* H. Kerklingh: Wordt bevorderd naar salarisgroep V. Interessant is de vermelding van de "3% ongehuwdenaftrek", een destijds gebruikelijke korting op het loon van vrijgezellen.
* B.F. Peyra: Wordt bevorderd naar salarisgroep IV in de specifieke functie van "assistent-halopzichter-afslager", een rol die direct verbonden is aan de dagelijkse gang van zaken op de centrale markthallen (het veilen en toezicht houden).
* Handgeschreven annotaties: De aantekening "besluit is genomen" in de marge duidt op de administratieve afhandeling en goedkeuring van dit schrijven. De naam "Mr. Buren" bovenaan verwijst waarschijnlijk naar een referendaris of hoge ambtenaar ter secretarie (mogelijk de latere burgemeester d'Ailly, die indertijd mr. A.J. d'Ailly was, of een andere functionaris genaamd Van Buren). * Historisch tijdsbeeld: De datum van het document, 17 mei 1940, is hoogst opmerkelijk. Dit is slechts twee dagen na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940) en één week na het begin van de Duitse inval.
* Continuïteit van bestuur: Ondanks de enorme politieke en militaire schok van de invasie, laat dit document zien dat de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam (het 'Marktwezen') vrijwel direct de dagelijkse werkzaamheden en personele zaken hervatte. De ambtelijke molen bleef draaien, zelfs terwijl de bezettingsmacht zich in de stad installeerde.
* Voedselvoorziening: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale post in oorlogstijd. Het Marktwezen was verantwoordelijk voor de distributie en verkoop van voedsel via de centrale hallen, wat onder de dreigende schaarste van de bezettingsjaren alleen maar belangrijker zou worden.