Archief 745
Inventaris 745-310
Pagina 187
Dossier 21
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële ambtelijke brief / geleidebrief.

6 maart 1940. Van: De Directeur (dienst onbekend, mogelijk de Distributiedienst of een gelieerde gemeentelijke instelling). Kenmerk: VB/DV. Dossier/referentienummer: 8A/49/1 M. n 2.

Origineel

Officiële ambtelijke brief / geleidebrief. 6 maart 1940. De Directeur (dienst onbekend, mogelijk de Distributiedienst of een gelieerde gemeentelijke instelling). Kenmerk: VB/DV. Dossier/referentienummer: 8A/49/1 M. n 2. [Handgeschreven rechtsboven: onleesbaar, mogelijk M. ... Beus / ]

VB/DV.

8A/49/1 M.
n 2
6 Maart 1940.

Periodieke salaris-
verhoogingen

                    den Heer Wethouder voor de
                    Levensmiddelen,
                    A l h i e r.

            In bijlage dezes heb ik de eer U een staat (in du-

plo) te doen geworden, houdende de namen van drie ambtenaren
van mijn dienst, die in het tweede kwartaal van 1940 voor een
periodieke salarisverhooging in aanmerking komen.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorde-
ren, dat door Burgemeester en Wethouders ten aanzien van elk
dezer ambtenaren wordt besloten, zooals op vorenbedoelden staat
onder "Nieuwe toestand" wordt voorgesteld.

                                    De Directeur, De kern van deze brief is een routineus verzoek van een directeur aan de verantwoordelijke wethouder. Er wordt gevraagd om de goedkeuring van het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) voor de periodieke salarisverhogingen van drie specifieke ambtenaren voor het komende kwartaal (april-juni 1940).

De brief is zeer formeel en beleefd opgesteld, wat gebruikelijk was voor ambtelijke correspondentie in die tijd ("heb ik de eer U een staat te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken"). De genoemde "staat in duplo" (een lijst in tweevoud) met de details van de "Nieuwe toestand" (het nieuwe salarisniveau) ontbreekt bij deze scan, maar was als bijlage bijgevoegd. De datum van de brief, 6 maart 1940, is historisch saillant. Nederland bevond zich op dat moment in de periode van de 'Schemeroorlog'; de mobilisatie was in volle gang en de dreiging van een Duitse inval nam toe, maar het dagelijks bestuur en de bureaucratie functioneerden nog volgens de normale vredesstructuren.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een functie die in deze periode aan belang won door de op handen zijnde schaarste en het beginnende distributiestelsel. Dat de normale salarisadministratieve handelingen voor ambtenaren in maart 1940 nog gewoon doorgingen, toont aan dat men, ondanks de oorlogsdreiging, trachtte de reguliere gang van zaken in het lands- en gemeentebestuur zo lang mogelijk te handhaven. Slechts twee maanden na het schrijven van deze brief zou Nederland bezet worden.

Samenvatting

De kern van deze brief is een routineus verzoek van een directeur aan de verantwoordelijke wethouder. Er wordt gevraagd om de goedkeuring van het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) voor de periodieke salarisverhogingen van drie specifieke ambtenaren voor het komende kwartaal (april-juni 1940).

De brief is zeer formeel en beleefd opgesteld, wat gebruikelijk was voor ambtelijke correspondentie in die tijd ("heb ik de eer U een staat te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken"). De genoemde "staat in duplo" (een lijst in tweevoud) met de details van de "Nieuwe toestand" (het nieuwe salarisniveau) ontbreekt bij deze scan, maar was als bijlage bijgevoegd.

Historische Context

De datum van de brief, 6 maart 1940, is historisch saillant. Nederland bevond zich op dat moment in de periode van de 'Schemeroorlog'; de mobilisatie was in volle gang en de dreiging van een Duitse inval nam toe, maar het dagelijks bestuur en de bureaucratie functioneerden nog volgens de normale vredesstructuren.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een functie die in deze periode aan belang won door de op handen zijnde schaarste en het beginnende distributiestelsel. Dat de normale salarisadministratieve handelingen voor ambtenaren in maart 1940 nog gewoon doorgingen, toont aan dat men, ondanks de oorlogsdreiging, trachtte de reguliere gang van zaken in het lands- en gemeentebestuur zo lang mogelijk te handhaven. Slechts twee maanden na het schrijven van deze brief zou Nederland bezet worden.

Kooplieden in dit dossier 100

A.W. Rijvordt Waterlooplein
A.W. Rijvordt Waterlooplein
Besparing te stellen op Waterlooplein
Besparing te stellen op Waterlooplein
B.F. Peyra Waterlooplein
B.F. Peyra Waterlooplein
C. Bakker 1 Jan. 1940
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.F. Sixma Waterlooplein
C.F. Sixma Waterlooplein
C. Hoevers Waterlooplein
C.J. van Moerkerken Waterlooplein
C.J. van Moerkerken Waterlooplein
C.J.L. Lak Waterlooplein
C.J.L. Lak Waterlooplein
C.Müller Waterlooplein
C.Müller Waterlooplein
C. Paats Waterlooplein
C. Paats Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
D.H.V. Schiermeier Waterlooplein
D.H.V. Schiermeier Waterlooplein
Dr. A.v.d. Laan Waterlooplein
Dr. A.v.d. Laan Waterlooplein
E.J. Stegeman Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein
F. de Vries Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6