Getypte ambtelijke brief/memo met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memo met handgeschreven kanttekeningen. 19 oktober 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Dienst voor het Marktwezen of een economische controledienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven rechtsboven:] M. de Boer [?]
[Midden boven:] VP/HG.
[Handgeschreven midden:] Verzonden 11/10
SA/66/3 H.
n 2
19 October 1940.
Zondagsdienst van contrôleurs
en contrôleurs-marktopzichter.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 8 Mei jl. ter kennisneming ontvangen stukken no.365 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat ik overeenkomstig Uw opdracht nog eens deed nagaan, of het aantal van zeven Zondagen, welke voor contrôle op de naleving der Ventverordening zijn gereserveerd, kan worden verminderd. In dit verband stel ik voorop, dat het aantal van zeven een maximum is en dat het geenszins de bedoeling is, dat alle tien voor den Zondagsdienst beschikbare contrôleurs elk zeven Zondagen den bedoelden dienst verrichten. Normaal is, dat gedurende de zomermaanden, dus van Mei tot en met September, elke contrôleur ongeveer vier of vijf keer den bedoelden dienst verricht, terwijl gedurende de wintermaanden af en toe een of twee contrôleurs, ter uitvoering van bijzondere opdrachten, op Zondag moeten dienst doen.
Op grond van het vorenstaande zal er waarschijnlijk zelfs geen bezwaar tegen zijn, om het maximum aantal Zondagen voor dezen dienst op vijf te stellen, terwijl dan een eventueel grooter aantal als overwerk zal moeten worden uitbetaald. Aangezien betaling van overwerk thans evenwel niet plaatsvindt, heeft de onderhavige aangelegenheid, naar mijn meening, althans momenteel haar beteekenis verloren.
De Directeur, In deze brief rapporteert de directeur aan de wethouder voor de Levensmiddelen over een onderzoek naar de efficiëntie van de zondagsdiensten voor controleurs. De kern van de rapportage is of het aantal verplichte zondagen (gereserveerd voor toezicht op de "Ventverordening", oftewel straathandel) omlaag kan.
De directeur concludeert dat:
1. Het huidige aantal van zeven zondagen slechts een theoretisch maximum is.
2. In de praktijk controleurs in de zomer 4 tot 5 zondagen werken en in de winter nog minder.
3. Het formeel verlagen van het maximum naar vijf zondagen geen probleem is, maar dat dit financieel weinig uitmaakt.
De uitsmijter van de brief is opvallend: de directeur stelt dat de hele discussie over het verlagen van het maximum (om overwerkvergoedingen te voorkomen of te reguleren) momenteel irrelevant is, omdat er op dat moment simpelweg helemaal geen overwerk meer wordt uitbetaald. Het document is gedateerd op 19 oktober 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De context van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is cruciaal; door de oorlogsomstandigheden en de opkomende schaarste was de distributie en controle van voedsel en handel (de Ventverordening) een topprioriteit voor het lokale bestuur.
De opmerking dat "betaling van overwerk thans evenwel niet plaatsvindt" duidt op de verslechterende economische situatie en de bezuinigingsmaatregelen die direct na de inval werden ingevoerd. Ambtenaren moesten meer werk verrichten onder zwaardere omstandigheden (toezicht op distributie en zwarte handel), terwijl de budgetten werden bevroren of gekort. De brief toont de bureaucratische afhandeling van personeelszaken in een tijd waarin de maatschappelijke orde onder grote druk stond. M. de Boer Marktwezen