Officieel rondschrijven (circulaire) van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel rondschrijven (circulaire) van de Gemeente Amsterdam. 12 oktober 1940. De Wethouder voor de Arbeidszaken (L. Kopman). [Briefhoofd:]
G E M E E N T E A M S T E R D A M
No 1302 g Arb. 1940.
1 bylage
AMSTERDAM, 12 October 1940.
[Stempel over tekst:] № 8 A/107/s M. 1940 4/10
[Handgeschreven rechtsboven:]
Hr. Bolle
Hr. Vleeschhouwer (?)
Ten vervolge op het rondschryven van Burgemeester en Wethouders van 24 September 1940, No 1302 b Arb., en myn rondschryven van 5 October 1940, No 1302 e Arb., deel ik U mede, dat het waarnemend Hoofd van het Departement van Sociale Zaken zyn besluit van 4 September 1940, No 3287, afd. Arbeid, waarnaar verwezen wordt in punt VII van den U toegezonden leidraad, heeft ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit, hetwelk in afschrift hierby gaat.
Ik moge er nog Uw aandacht op vestigen, dat het nieuwe besluit geen wyziging brengt in het standpunt van Burgemeester en Wethouders (punt VI van den leidraad), dat tot het werken op Zaterdag gedurende een grooter aantal uren dan in normale tyden, alleen in de uiterste noodzakelykheid, en met toestemming van Burgemeester en Wethouders, mag worden overgegaan.
In verband met de besprekingen in de vergadering der Centrale Commissie voor de Werkliedenzaken op 10 October j.l. wys ik er nog op, dat, in verband met punt VII van den leidraad in zake het werken op Zaterdag nà 1 uur, zoowel voor het personeel, dat wel en dat niet onder de Arbeidswet valt, rekening is te houden met de bepalingen dier wet en die van het bovenbedoelde besluit van het waarnemend Hoofd van het Departement van Sociale Zaken. Uiteraard heeft deze opmerking alleen betrekking op den werktyd van het personeel, werkzaam in den dagdienst en dat den zgn. vryen Zaterdagmiddag heeft.
In de opgemelde vergadering van de Centrale Commissie is door de organisatievertegenwoordigers geklaagd, dat door de hoofden van sommige diensttakken roosterwyzigingen zyn tot stand gebracht zonder overleg in de dienstcommissie of in een subcommissie uit die commissie; punt IX van den leidraad zou niet in acht zyn genomen. Indien en voor zooveel deze klacht juist is, acht ik my verplicht U er met nadruk op te wyzen, dat Burgemeester en Wethouders wenschen, dat vóórdat tot wyziging van den werktyd wordt overgegaan, de leden der dienstcommissie worden geraadpleegd. Is dit beslist onmogelyk, dan dient het overleg in ieder geval te worden gepleegd onmiddellyk na de wyziging van den werktyd.
Ten slotte moge ik den hoofden van de diensttakken, by welke geen dienstcommissie is ingesteld, verzoeken, de ontwerp-wyzigingen van den werktyd in triplo te zenden aan den voorzitter van de voorvergadering der Centrale Commissie (M.C.Bolle, Stadhouderskade 126, voor de werklieden; C.Marinus, Sarphatistraat 92, voor de ambtenaren), met de uitnoodiging omtrent de wyziging van die werkroosters zyn gevoelen te doen kennen.
De Wethouder voor de Arbeidszaken,
[Signatuur: Kopman]
Aan Heeren Hoofden van Diensten,
Bedryven en Administratiën. Dit document is een ambtelijke instructie betreffende de arbeidstijden binnen de gemeente Amsterdam. De kern van het schrijven is tweeledig:
1. Regulering van overwerk: Het bevestigt dat extra werk op zaterdagmiddag strikt beperkt moet blijven tot gevallen van "uiterste noodzakelijkheid" en altijd voorafgaande toestemming behoeft van het college van B&W.
2. Bescherming van medezeggenschap: De wethouder tikt diensthoofden op de vingers die roosterwijzigingen hebben doorgevoerd zonder de relevante commissies (medezeggenschapsorganen) te consulteren. Hij stelt expliciet dat overleg vooraf de norm is.
De taal is formeel en juridisch-administratief van aard, typerend voor de vroege 20e-eeuwse Nederlandse bureaucratie (gebruik van de 'y' in plaats van 'ij', genitiefvormen zoals "der dienstcommissie"). Het document dateert van 12 oktober 1940, precies vijf maanden na de Nederlandse capitulatie. Hoewel de Duitse bezetting een feit was, functioneerde het Nederlandse overheidsapparaat op dat moment nog grotendeels volgens de bestaande democratische en ambtelijke structuren, zij het onder toezicht van de bezetter.
Opvallende details:
* De ondertekenaar: Louis Kopman was een sociaaldemocratisch wethouder (SDAP). Het feit dat hij hier nog steeds de belangen van de werklieden en de inspraakprocedures verdedigt, toont aan dat de gelijkschakeling van het bestuur nog niet volledig was voltooid.
* M.C. Bolle: In de tekst wordt verwezen naar Meyer C. Bolle als voorzitter van de Centrale Commissie. Bolle was een bekende Joodse vakbondsbestuurder en socialist. Dat hij op dit moment nog in deze functie werd genoemd, is wrang in het licht van de kort daarna volgende uitsluiting van Joden uit de openbare dienst (de Ariërverklaring volgde in november 1940).
* Arbeidswetgeving: De referentie naar het "waarnemend Hoofd van het Departement van Sociale Zaken" duidt op de verschuivingen in de nationale top-administratie onder druk van de bezettingsautoriteiten, die grip probeerden te krijgen op de arbeidsmarkt en de productiecapaciteit.