Officieel schrijven/besluit (pagina 2 van een meerdelig document).
Origineel
Officieel schrijven/besluit (pagina 2 van een meerdelig document). 4 september 1940. R.A. Verwey, waarnemend Secretaris-Generaal (Ministerie van Sociale Zaken). 2
B. hoofden of bestuurders van ondernemingen er aan te herinneren, dat ingevolge artikel 31, eerste lid, der Arbeidswet 1919, bij het volgen van een normale werktijdregeling de na 4 1/2 uur arbeid te geven rusttijd niet meer dan 1/2 uur behoeft te bedragen en dat, indien krachtens deze vergunning langer dan 8 1/2 uur per dag wordt gewerkt, ingevolge het bepaalde in artikel 63, 1ste lid, van het Werktijdenbesluit voor fabrieken of werkplaatsen 1936, volstaan kan worden met het geven van 1/2 uur rust telkens na ten hoogste 5 uren arbeid.
's-Gravenhage, 4 September 1940.
De waarnemend Secretaris-Generaal voornoemd,
R.A.VERWEY Dit document is een ambtelijke mededeling of herinnering gericht aan bedrijfsleiders betreffende de wettelijke voorschriften voor rusttijden tijdens het werk. De kern van de boodschap is een verduidelijking van hoe bestaande wetgeving (de Arbeidswet van 1919 en het Werktijdenbesluit van 1936) moet worden toegepast:
* Bij een normale werkdag is een rustpauze van maximaal een half uur na 4,5 uur werken voldoende.
* Wanneer er (met vergunning) langer dan 8,5 uur per dag wordt gewerkt, volstaat een half uur rust na elke periode van maximaal 5 uur arbeid.
Het document getuigt van een strikte administratieve handhaving van arbeidstijden, waarbij de nadruk ligt op efficiëntie binnen de wettelijke kaders. De datum, 4 september 1940, plaatst dit document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland bezet was, bleef het Nederlandse overheidsapparaat grotendeels functioneren onder Duits toezicht.
Rijnhard Arend Verwey (1893-1967) was een hoge ambtenaar op het Ministerie van Sociale Zaken. In de zomer van 1940 werd hij door de bezetter aangesteld als waarnemend Secretaris-Generaal nadat de zittende Secretaris-Generaal (A.L. Scholtens) opzij was geschoven. Verwey speelde een cruciale rol in de arbeidsvoorziening en sociale zekerheid tijdens de bezettingsjaren. Dit specifieke document toont de continuïteit van de bureaucratie; bestaande Nederlandse wetten uit 1919 en 1936 werden nog steeds als leidraad gebruikt om de orde en productie in de fabrieken te waarborgen, wat in die periode direct bijdroeg aan de economische belangen van de bezettingsmacht. A.L. Scholtens R.A. Verwey
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke mededeling of herinnering gericht aan bedrijfsleiders betreffende de wettelijke voorschriften voor rusttijden tijdens het werk. De kern van de boodschap is een verduidelijking van hoe bestaande wetgeving (de Arbeidswet van 1919 en het Werktijdenbesluit van 1936) moet worden toegepast:
* Bij een normale werkdag is een rustpauze van maximaal een half uur na 4,5 uur werken voldoende.
* Wanneer er (met vergunning) langer dan 8,5 uur per dag wordt gewerkt, volstaat een half uur rust na elke periode van maximaal 5 uur arbeid.
Het document getuigt van een strikte administratieve handhaving van arbeidstijden, waarbij de nadruk ligt op efficiëntie binnen de wettelijke kaders.
Historische Context
De datum, 4 september 1940, plaatst dit document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Nederland bezet was, bleef het Nederlandse overheidsapparaat grotendeels functioneren onder Duits toezicht.
Rijnhard Arend Verwey (1893-1967) was een hoge ambtenaar op het Ministerie van Sociale Zaken. In de zomer van 1940 werd hij door de bezetter aangesteld als waarnemend Secretaris-Generaal nadat de zittende Secretaris-Generaal (A.L. Scholtens) opzij was geschoven. Verwey speelde een cruciale rol in de arbeidsvoorziening en sociale zekerheid tijdens de bezettingsjaren. Dit specifieke document toont de continuïteit van de bureaucratie; bestaande Nederlandse wetten uit 1919 en 1936 werden nog steeds als leidraad gebruikt om de orde en productie in de fabrieken te waarborgen, wat in die periode direct bijdroeg aan de economische belangen van de bezettingsmacht.