Archief 745
Inventaris 745-310
Pagina 378
Dossier 75
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

4 september 1940.

Origineel

4 september 1940. Bijlage B behoorende bij schrijven van
Burgemeester en Wethouders van 24
September 1940, No 1302 b Arb. 1940

DEPARTEMENT VAN SOCIALE ZAKEN.

4 September 1940
No 3287
Afd. Arbeid.

De waarnemend Secretaris-Generaal, waarnemend Hoofd van het Departement van Sociale Zaken;
Gelet op het bepaalde in de artikelen 28, vijfde lid, en artikel 97, vierde lid, der Arbeidswet 1919;
Heeft goedgevonden:
A. aan hoofden of bestuurders van ondernemingen in alle gemeenten des Ryks, in wier fabrieken of werkplaatsen in verband met de bestaande verduisteringsvoorschriften moeilykheden worden ondervonden, toe te staan, dat in die fabrieken of werkplaatsen:
1o in het tydvak van Zaterdag 7 December 1940 tot en met Zaterdag 11 Januari 1941, in afwyking van het bepaalde in artikel 23 der Arbeidswet 1919 door arbeiders op Zaterdag arbeid mag worden verricht tusschen 1 uur des namiddags en zonsondergang;
2o in het tydvak van Zaterdag 2 November 1940 tot en met Zaterdag 30 November 1940 en in het tydvak van Zaterdag 18 Januari 1941 tot en met Zaterdag 22 Februari 1941, in afwyking van het bepaalde in artikel 23 der Arbeidswet 1919 door arbeiders op Zaterdag arbeid mag worden verricht tusschen zonsopgang en 5 1/2 uur na zonsopgang of, indien de arbeid op Zaterdag wordt onderbroken door een rusttyd van ten minste een half uur, tusschen zonsopgang en ten hoogste 6 uren na zonsopgang;
3o in het tydvak van Maandag 16 September 1940 tot en met Maandag 31 Maart 1941, in afwyking van het bepaalde in artikel 24 der Arbeidswet 1919, door arbeiders van 16 jaar of ouder, voor zoover door hen in dit tydvak ten gevolge van de verduisteringsvoorschriften een aantal weken minder dan 48 uren per week wordt gewerkt, in de overblyvende weken de op deze wijze verloren uren worden ingehaald, tot een maximum van ten hoogste 38 uren, waarbij de werktyd voor de mannen niet meer mag bedragen dan ten hoogste 11 uren per dag en 60 uren per week en de werktyd voor de jeugdige personen en vrouwen niet meer dan ten hoogste 10 uren per dag en 55 uren per week, een en ander onder herinnering aan het bepaalde in artikel 70, tweede lid, van het Werktydenbesluit voor fabrieken of werkplaatsen 1936, krachtens hetwelk, zoolang van de vergunning wordt gebruik gemaakt, naast de arbeidslyst of den rooster een door het hoofd of den bestuurder der onderneming of een door dezen daarmede belast persoon, als bedoeld in artikel 75 der Arbeidswet 1919, onderteekend geschrift is opgehangen, dat de op grond der vergunning te volgen werktydregeling aangeeft,
en voorts onder voorwaarde, dat ten minste een week vóór het tydstip, waarop van deze vergunning zal worden gebruik maakt, een door het hoofd of den bestuurder of een door dezen daarmede belast persoon, als bedoeld in artikel 75 der Arbeidswet-1919, gewaarmerkt afschrift van het in de vorige alinea bedoelde geschrift aan het bevoegde districtshoofd der Arbeidsinspectie wordt ingezonden; Dit document is een ambtelijk besluit dat versoepelingen toestaat op de destijds geldende Arbeidswet van 1919. De kern van het besluit is het faciliteren van industriële productie die bemoeilijkt wordt door de "verduisteringsvoorschriften".

Belangrijkste punten:
* Flexibilisering: Er wordt toestemming gegeven om op zaterdagen langer door te werken (tot zonsondergang) of op afwijkende tijden te beginnen, afhankelijk van de specifieke winterperiode in 1940-1941.
* Inhaaluren: Verloren uren door de verduistering mogen worden ingehaald, waarbij de maximale werkweek voor mannen tijdelijk wordt verhoogd naar 60 uur en voor vrouwen/jongeren naar 55 uur.
* Administratieve last: Bedrijven moeten een aangepast rooster zichtbaar ophangen en dit minimaal een week van tevoren melden bij de Arbeidsinspectie.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (bijv. 'tydvak', 'moeilykheden', 'Arbeidslyst'). Het document dateert van september 1940, enkele maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting.

De verduisteringsvoorschriften werden door de bezetter strikt gehandhaafd om geallieerde piloten de navigatie te bemoeilijken. Dit had enorme gevolgen voor fabrieken waar gewerkt werd met daglicht of waar de kunstverlichting niet afdoende kon worden afgeschermd. Om de economische productie (die nu mede in dienst stond van de Duitse oorlogsmachine) op peil te houden, moesten de strikte regels van de Arbeidswet 1919 worden opgerekt.

De ondertekenaar, de waarnemend Secretaris-Generaal van Sociale Zaken (destijds R.A. Verwey), was een van de topambtenaren die onder toezicht van de nazi-autoriteiten de Nederlandse administratie draaiende hielden. Het document illustreert de overgangsfase waarin Nederlandse wetgeving werd aangepast aan de nieuwe, door de oorlog dicteerde realiteit. R.A. Verwey

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk besluit dat versoepelingen toestaat op de destijds geldende Arbeidswet van 1919. De kern van het besluit is het faciliteren van industriële productie die bemoeilijkt wordt door de "verduisteringsvoorschriften".

Belangrijkste punten:
* Flexibilisering: Er wordt toestemming gegeven om op zaterdagen langer door te werken (tot zonsondergang) of op afwijkende tijden te beginnen, afhankelijk van de specifieke winterperiode in 1940-1941.
* Inhaaluren: Verloren uren door de verduistering mogen worden ingehaald, waarbij de maximale werkweek voor mannen tijdelijk wordt verhoogd naar 60 uur en voor vrouwen/jongeren naar 55 uur.
* Administratieve last: Bedrijven moeten een aangepast rooster zichtbaar ophangen en dit minimaal een week van tevoren melden bij de Arbeidsinspectie.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (bijv. 'tydvak', 'moeilykheden', 'Arbeidslyst').

Historische Context

Het document dateert van september 1940, enkele maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting.

De verduisteringsvoorschriften werden door de bezetter strikt gehandhaafd om geallieerde piloten de navigatie te bemoeilijken. Dit had enorme gevolgen voor fabrieken waar gewerkt werd met daglicht of waar de kunstverlichting niet afdoende kon worden afgeschermd. Om de economische productie (die nu mede in dienst stond van de Duitse oorlogsmachine) op peil te houden, moesten de strikte regels van de Arbeidswet 1919 worden opgerekt.

De ondertekenaar, de waarnemend Secretaris-Generaal van Sociale Zaken (destijds R.A. Verwey), was een van de topambtenaren die onder toezicht van de nazi-autoriteiten de Nederlandse administratie draaiende hielden. Het document illustreert de overgangsfase waarin Nederlandse wetgeving werd aangepast aan de nieuwe, door de oorlog dicteerde realiteit.

Genoemde Personen 1

Producten

Olie & Techniek: Machine Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

A.W. Rijvordt Waterlooplein
A.W. Rijvordt Waterlooplein
Besparing te stellen op Waterlooplein
Besparing te stellen op Waterlooplein
B.F. Peyra Waterlooplein
B.F. Peyra Waterlooplein
C. Bakker 1 Jan. 1940
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.F. Sixma Waterlooplein
C.F. Sixma Waterlooplein
C. Hoevers Waterlooplein
C.J. van Moerkerken Waterlooplein
C.J. van Moerkerken Waterlooplein
C.J.L. Lak Waterlooplein
C.J.L. Lak Waterlooplein
C.Müller Waterlooplein
C.Müller Waterlooplein
C. Paats Waterlooplein
C. Paats Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
D.H.V. Schiermeier Waterlooplein
D.H.V. Schiermeier Waterlooplein
Dr. A.v.d. Laan Waterlooplein
Dr. A.v.d. Laan Waterlooplein
E.J. Stegeman Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein
F. de Vries Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6