Getypte pagina (doorslag of origineel), genummerd "2".
Origineel
Getypte pagina (doorslag of origineel), genummerd "2". 2
- de werktyd mag voor mannen niet meer bedragen dan ten hoogste 11 uren per dag en 60 uren per week en voor de jeugdige personen van 16 jaar of ouder en vrouwen niet meer dan ten hoogste 10 uren per dag en 55 uren per week
- door arbeiders, ten aanzien van wie van deze vergunning wordt gebruik gemaakt, mag in het tydvak van heden tot en met 31 Maart 1941 geen arbeid worden verricht vóór zonsopgang en na zonsondergang
- op Zaterdag na 1 uur des namiddags of, indien Zaterdagmiddagarbeid krachtens het bepaalde in het Werktydenbesluit voor fabrieken of werkplaatsen 1936 is toegestaan, op den vervangenden vryen middag of Maandagmorgen, mag geen arbeid worden verricht
- in de weken, waarin korter dan 48 uren per week wordt gewerkt, moeten de voor den arbeid beschikbare uren, af te ronden naar beneden, op ten hoogste een half uur per dag na voor de toepassing van het bepaalde onder B. als werkuren worden berekend.
C. Indien van een ^der onder A. en B. genoemde regelingen wordt gebruik gemaakt, moet het hoofd of de bestuurder der onderneming of een door dezen daarmede belast persoon, als bedoeld in artikel 75 der Arbeidswet 1919, ten minste drie dagen van te voren een gewaarmerkt afschrift van de op grond van deze vergunning te volgen werktydregeling inzenden by het bevoegde districthoofd der Arbeidsinspectie, terwyl verder in gevolge het bepaalde by artikel 70, tweede lid, van het Werktydenbesluit voor fabrieken of werkplaatsen 1936, een geschrift, bevattende de te volgen werktydregeling, naast de arbeidslyst of den rooster moet zyn opgehangen.
D. Hoofden of bestuurders van ondernemingen worden verder er aan herinnerd, dat ingevolge artikel 31, eerste lid, der Arbeidswet 1919 by het volgen van een normale werktydregeling de na 4 1/2 uur arbeid te geven rusttyd niet meer dan 1/2 uur behoeft te bedragen en dat, indien krachtens deze vergunning langer dan 8 1/2 uur per dag wordt gewerkt, ingevolge het bepaalde in artikel 63, eerste lid, van het Werktydenbesluit voor fabrieken of werkplaatsen 1936 volstaan kan worden met het geven van een half uur rust telkens na ten hoogste 5 uren arbeid.
E. De by beschikking van 4 September 1940, No 3287, afdeeling Arbeid, verleende vergunning wordt hierby ingetrokken, behoudens ten aanzien van die ondernemingen, welke reeds een werktydregeling krachtens de vergunning van 4 September 1940 hebben ingezonden, tenzy het hoofd of de bestuurder van een zoodanige onderneming een nieuwe werktydregeling, gebaseerd op het in deze beschikking onder A. of B. bepaalde, inzendt by het bevoegde districthoofd der Arbeidsinspectie. In dit laatste geval worden de reeds volgens de beschikking van 4 September 1940 gemaakte overuren gerekend te zyn verricht voor het inhalen van de krachtens deze beschikking onder A. of B. in te halen uren.
--- * Juridische grondslag: Het document leunt zwaar op de Arbeidswet 1919 en het Werktijdenbesluit voor fabrieken of werkplaatsen 1936. Dit zijn de hoekstenen van de Nederlandse arbeidswetgeving van die tijd.
* Inhoud: De tekst specificeert de grenzen van een tijdelijke vergunning voor verlengde werktijden. Opvallend zijn de ruime marges (tot 60 uur per week voor mannen), wat duidt op een periode waarin maximale productie vereist was.
* Administratieve vereisten: Er wordt strikt toegezien op de meldingsplicht. Werkgevers moeten hun aangepaste roosters ("werktydregeling") vooraf indienen bij de Arbeidsinspectie en deze publiekelijk ophangen in het bedrijf.
* Correctie: In paragraaf C is handmatig het woord "der" tussengevoegd ("van een der onder A. en B."), wat duidt op een nauwgezette controle van de juridische formulering. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (gezien de data 1940-1941). Tijdens de bezetting werden de Nederlandse arbeidswetten herhaaldelijk aangepast of via vergunningen verruimd om de productiecapaciteit ten behoeve van de Duitse (oorlogs)economie te vergroten.
Hoewel de tekst gebruikmaakt van vooroorlogse wetgeving (1919, 1936), weerspiegelt de intrekking van de beschikking van september 1940 (punt E) de voortdurende aanpassing van de regels door het bezettingsbestuur of de gelijkgeschakelde departementen. De nadruk op het inhalen van uren en de uitbreiding van de werkweek naar 60 uur past in het beeld van de toenemende druk op de Nederlandse industrie.