Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W).
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W). 24 februari 1939. [Stempel/Typewerk linksboven:]
No 8A/41/M. 1939 4/3
No. 92/9 P.B.
[Tekst rechtsboven:]
Voorschriften in zake de uitbetaling van wachtgeld aan in vasten en langdurigen tijdelijken dienst herplaatste wachtgelders.
[Handschrift rechtsboven:]
Archief
dupl. 43/6/1/1 '39
in map berl. voorsch.
[Centrum:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag 24 Februari 1939.
Op voorstel van den Wethouder voor de Pensioenen neemt de Vergadering het volgende besluit:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het accountantsrapport van 30 Januari 1939, No. 113/428 Fin. 1939;
Overwegende, dat er aanleiding bestaat de in bedoeld rapport voorgestelde vereenvoudigde werkwijze in zake de uitbetaling van salaris en wachtgeld aan de daar bedoelde groepen van herplaatste op wachtgeld gestelde ambtenaren in te voeren;
B e s l u i t e n :
te bepalen:
1o. dat het (aanvullend) wachtgeld van de in vasten en langdurigen tijdelijken dienst herplaatste op wachtgeld gestelde ambtenaren aan dezen niet meer zal worden uitbetaald door het bedrijf, bij hetwelk zij laatstelijk vóór hun opwachtgeldstelling werkzaam waren, noch door den Gemeenteontvanger, indien het wachtgelders betreft, die bij een gemeentelijke instelling, niet bedrijf zijnde, op wachtgeld werden gesteld, doch dat aan hen door de administratie van den tak van gemeentedienst, bij welken zij zijn herplaatst, op den dag der weddebetaling, behalve het hun toekomend salaris, tevens het bedrag van het (aanvullend) wachtgeld, waarop zij aanspraak hebben, zal worden uitgekeerd;
2o. dat door de takken van gemeentedienst, welke betalingen wegens (aanvullend) wachtgeld als onder 1o. bedoeld, hebben gedaan, aan het einde van ieder kalenderjaar ten name van de diensttakken, van welke de herplaatste wachtgelders afkomstig zijn, gespecificeerde declaraties van de uitbetaalde wachtgeldbedragen zullen worden opgemaakt; deze declaraties zullen in tweevoud aan het Gemeentelijk Pensioenbureau dienen te worden toegezonden, welk Bureau dan, na accoordbevinding, één van elk tweetal declaraties ter verdere afwikkeling doorzendt naar het bedrijf, van hetwelk de herplaatste wachtgelders afkomstig zijn, terwijl genoemd Bureau, indien het wachtgelders betreft, die laatstelijk vóór hun opwachtgeldstelling bij een gemeentelijke instelling, niet bedrijf zijnde, werkzaam waren, voor overmaking door bemiddeling van den Gemeenteontvanger zorg draagt;
3o. dat het Gemeentelijk Pensioenbureau aan de takken van gemeentedienst, alwaar herplaatste wachtgelders als bedoeld onder 1o. werkzaam zijn, de gegevens zal verstrekken, welke voor de juiste betaling van wachtgeld door die takken van dienst noodig zijn, terwijl genoemd Bureau er verder zorg voor zal dragen, dat bij wijziging van het (aanvullend) wachtgeld hiervan kennis wordt gegeven aan den tak van dienst, die de wachtgeldbetaling heeft te doen;
4o. dat de onder 1o. bedoelde herplaatste wachtgelders niet de maandelijksche verklaring omtrent uit arbeid, beroep of bedrijf genoten inkomsten, als bedoeld in het eerste lid van art. 6 der Gemeentelijke Wachtgeldverordening en omtrent eventueel genoten inkomsten en meerdere inkomsten in den zin van het vijfde lid van art. 6 der genoemde verordening zullen behoeven af te leggen; deze bepaling geldt echter uitsluitend voor de wachtgelders, die herplaatst zijn in een betrekking van gelijken omvang als de betrekking, uit welke zij op wachtgeld werden gesteld;
5o. dat het hiervoren bepaalde in werking zal treden op 1 Maart 1939.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan alle afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan den Gemeenteontvanger en het Pensioenbureau (50 stuks met stukken).
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
[Paraaf: 8A] Het document betreft een administratieve herziening van de uitbetalingsprocedure voor herplaatste ambtenaren in Amsterdam. De kern van het besluit is de centralisatie van de uitbetaling: ambtenaren die na een periode van wachtgeld (een vroege vorm van werkloosheidsuitkering voor ambtenaren) weer aan de slag zijn gegaan in een andere gemeentelijke functie, krijgen voortaan hun salaris én hun aanvullende wachtgeld uitbetaald door hun huidige werkplek ('tak van dienst').
Voorheen gebeurde dit blijkbaar gefragmenteerd via de oude werkgever of de gemeenteontvanger. Het besluit regelt ook de achterliggende boekhouding (jaarlijkse declaraties via het Pensioenbureau) en ontslaat deze specifieke groep van de plicht om maandelijks inkomstenverklaringen in te vullen, mits de omvang van hun nieuwe baan gelijk is aan de oude. Het doel is duidelijk "vereenvoudiging" van de werkwijze, ingegeven door een accountantsrapport. Dit besluit uit februari 1939 valt in de laatste jaren van de vooroorlogse crisisperiode. De gemeente Amsterdam kampte, net als veel andere overheden, met grote werkloosheid en financiële tekorten. Veel ambtenaren werden "op wachtgeld" gesteld wegens bezuinigingen of reorganisaties. Het herplaatsen van deze mensen in andere functies, waarbij hun loon werd aangevuld tot hun oude niveau (het aanvullend wachtgeld), was een veelgebruikte methode.
De noodzaak tot "vereenvoudigde werkwijze" wijst op een poging om de bureaucratische druk van de loonadministratie te verlichten in een tijd waarin het aantal wachtgelders aanzienlijk was. Het document geeft een inkijkje in de complexe gemeentelijke bureaucreatie van het interbellum en de nauwe betrokkenheid van het Gemeentelijk Pensioenbureau bij de uitvoering van sociale regelingen voor personeel.