Getypte ambtelijke brief/memorandum met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum met handgeschreven kanttekeningen. 16 november 1939 (verzonden op 17 november 1939). Onbekend (vermoedelijk een afdelingshoofd of directeur binnen de gemeente, gerelateerd aan het Marktwezen). [Rechtsboven, handgeschreven:]
M. Müller
H. v. Buren.
[Linksboven, getypt:]
VP/HG.
8A/63/2 M.
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 17/11-'39
[Rechtsboven, getypt:]
16 November 1939.
[Onderwerp:]
Positieverbetering van
eenige ambtenaren.
[Adresblok:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud:]
In mijn rapport d.d. 28 April jl. (No.8A/63/1 M.) heb ik voorgesteld met ingang van 1 Juli 1939 aan eenige ambtenaren van het Marktwezen een extra salarisverhooging te verleenen en de indeeling in salarisgroepen van de functies van twee ambte- naren te herzien. Dit voorstel is door U aangehouden, in ver- band met het onderzoek naar de personeelsbezetting, dat door den Bedrijfseconomischen Adviseur is ingesteld. Het desbetref- fende rapport van den Adviseur is ingediend en ik heb het be- handeld in mijn rapport d.d. 10 Augustus jl. (No.8A/78/3 M.) De taak van geen der ambtenaren, waarop mijn voorstel van 28 April jl. betrekking had, wordt door den Adviseur in zijn onder- zoek betrokken, weshalve ik mij veroorloof, het bedoelde voor- stel opnieuw bij U aan te bevelen. Ik zal het op prijs stellen, indien alsnog door Burgemeester en Wethouders dienovereenkomstig wordt besloten, zulks gerekend te zijn ingegaan 1 Juli 1939.
Voorts heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat met ingang van 1 Januari a.s. de indee- ling van de functie van marktopzichter wordt herzien. De huidige indeeling van deze functie in salarisgroep III komt, naar mijn meening, voor herziening in aanmerking op grond van de navolgen- de overwegingen. Krachtens Besluit van Burgemeester en Wethou- ders d.d. 21 October 1938 (No.5/31 ᶜ Arb.1938) is de lijst van
[Document breekt hier af] Dit document is een ambtelijk schrijven waarin wordt aangedrongen op de uitvoering van eerder gedane voorstellen tot salarisverhoging en functieherwaardering binnen de gemeentelijke dienst "Marktwezen". De kern van het betoog is dat een eerder uitstel — veroorzaakt door een algemeen onderzoek van een bedrijfseconomisch adviseur — niet langer van toepassing is op de specifieke gevallen waar het hier om gaat, aangezien deze ambtenaren niet in dat onderzoek zijn meegenomen.
De auteur verzoekt de Wethouder om het besluit met terugwerkende kracht (tot 1 juli 1939) goed te laten keuren door het College van Burgemeester en Wethouders. Daarnaast wordt een nieuwe procedure gestart voor de herindeling van de functie "marktopzichter", die momenteel in salarisgroep III is ingedeeld. De brief getuigt van een strikte bureaucratische hiërarchie en nauwkeurige verslaglegging (verwijzingen naar specifieke rapportnummers en data). Het document dateert van november 1939. Dit is een cruciale periode in de Nederlandse geschiedenis: de Tweede Wereldoorlog is in september uitgebroken en Nederland bevindt zich in de mobilisatiefase, hoewel het op dat moment nog neutraal is.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde in deze tijd een sleutelrol, aangezien de voedselvoorziening en de op handen zijnde distributie (rantsoenering) topprioriteiten waren voor het stadsbestuur. Dat er desondanks correspondentie plaatsvond over de salarisschalen van marktopzichters, laat zien dat het normale administratieve leven van de gemeente Amsterdam (waarnaar "Alhier" verwijst) in de eerste oorlogsmaanden nog grotendeels doorging volgens de bestaande regels en procedures. Het gebruik van een "Bedrijfseconomisch Adviseur" wijst op een proces van professionalisering en efficiëntieverhoging binnen de gemeentelijke organisatie in die jaren.