Ambtelijke notitie / Concept-advies betreffende personeelszaken.
Origineel
Ambtelijke notitie / Concept-advies betreffende personeelszaken. [Linkerbovenhoek: II)]
zijn op de markten Alb. Cuypstraat en Waterloo-
plein, ~~naar~~ aldaar dienstdoende
chefs-marktopzichters (salaris groep IV).
Het verschil in indeeling tusschen laatstgenoem-
de ambtenaren in salarisgroep IV en de
marktopzichters in salarisgroep III wordt
m.i. niet door een verschil in werk gerecht-
vaardigd: de chefs-marktopzichters hebben
de leiding op eenige belangrijke markten, doch dit
geldt voor de marktopzichters evenzeer. Eigenlijk
~~optreden~~ als chef ~~en~~ over ander personeel,
wordt ~~niet~~ door de chefs-marktopzichter niet
optreden, zoodat hun titel feitelijk minder juist
moet worden geacht (alleen de chef-marktopzichter,
die dienstdoet op de CM heeft eenige leiding aan
personeel te geven, zij het dat hij veel minder
zelfstandig is dan de andere chefs-marktopzichter,
omdat hij voortdurend onder leiding werkt van
den bedrijfschef en diens assistent)
Ik breng, in dit verband, in herinnering,
dat ik in mijn rapport d.d. 27 October 1937
(No. 8 A / 112 / IM) o.a. heb voorgesteld den
marktopzichter de Wolff, wien naar mijn meening
op grond van zijn werk, indeeling in salarisgroep
IV toekwam, tot chef-marktopzichter te bevorderen,
doch dat voorstel is niet aanvaard, omdat de bedoelde
~~leiding~~ ~~is~~ ~~ambtenaar~~ [daarboven: ambtenaar] niet in eenigszins
belangrijke mate als chef over ander personeel optreedt,
weshalve de voor hem voorgestelde titulatuur
onjuist werd geacht. Ik stel daarom thans [daarboven: (met terugwerkende kracht)] voor
geen ~~ambtenaren meer in~~
de functie van chef-marktopzichter te benoemen;
de bestaande chefs kunnen zonder meer hun
titel behouden, doch in de toekomst worde
~~de marktopzichter~~ de ambtenaar, die op de
markt de leiding heeft steeds als "marktopzichter"
aangeduid en deze functie worde in salarisgroep IV
ingedeeld.
Indien U zich met dit voorstel kunt
vereenigen, ~~worden alle bestaande~~ [daarboven: overgaande de bestaande]
marktopzichters dus voor deze groepsverhooging in In dit document pleit de opsteller voor een administratieve vereenvoudiging en een rechtvaardiger loongebouw voor marktopzichters in Amsterdam. De kern van het betoog is dat de huidige titel "chef-marktopzichter" (salarisgroep IV) feitelijk onjuist is, omdat deze functionarissen nauwelijks daadwerkelijk leidinggevende taken hebben over ander personeel die hen onderscheiden van de gewone "marktopzichters" (salarisgroep III).
De schrijver stelt voor om:
1. De titel "chef-marktopzichter" voor de toekomst af te schaffen.
2. De functie van "marktopzichter" die de leiding heeft over een markt voortaan standaard in te schalen in salarisgroep IV.
3. Bestaande chefs hun titel te laten behouden, maar nieuwe benoemingen enkel nog onder de titel "marktopzichter" te doen plaatsvinden.
Het document toont de worsteling met functieomschrijvingen en titulatuur binnen de gemeentelijke hiërarchie. Een specifiek voorbeeld wordt aangehaald (de heer De Wolff), wiens promotie eerder werd afgewezen op basis van de te zware titel, terwijl het werkgehalte de hogere salarisgroep wel rechtvaardigde. Dit stuk weerspiegelt de ambtenarij van Amsterdam tijdens het interbellum (eind jaren '30). De referentie naar de "CM" verwijst naar de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat). De Albert Cuyp en het Waterlooplein waren toen al de belangrijkste markten van de stad. In deze periode was er sprake van een toenemende bureaucratisering en een behoefte aan strakkere functiewaardering binnen de gemeentelijke diensten (zoals de Marktwezen-dienst). Het document illustreert hoe titulatuur en salarisgroepen direct verbonden waren met de specifieke taken en de mate van zelfstandigheid op de werkvloer.