Archief 745
Inventaris 745-270
Pagina 233
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/nota (doorslag).

16 november 1939 (gelet op de datering "16 November 9." bovenaan en de context van eerdere besluiten uit 1937 en 1938). Van: Waarschijnlijk een afdelingshoofd of directeur binnen de Gemeente Amsterdam (gezien de referentie naar een eigen rapport).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/nota (doorslag). 16 november 1939 (gelet op de datering "16 November 9." bovenaan en de context van eerdere besluiten uit 1937 en 1938). Waarschijnlijk een afdelingshoofd of directeur binnen de Gemeente Amsterdam (gezien de referentie naar een eigen rapport). 1                                    16 November          9.
8A/63/2                  den Heer Wethouder voor de
Amsterdam.             Levensmiddelen,

indeeling van ambtenaren in salarisgroepen aangevuld met de
functie van contrôleur-marktopzichter in salarisgroep III,
waarna een zestal contrôleurs, die regelmatig op markten dienst-
doen, bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 9 December
1938 (No.29/43 L.M.1938) zijn bevorderd tot contrôleur-markt-
opzichter. Zij kwamen daardoor in de zelfde salarisgroep als de
marktopzichters, die evenwel, mijns inziens, in het algemeen
belangrijker werk verrichten, omdat zij speciaal de leiding
hebben op eenige grootere markten (Lindengracht-Westerstraat,
Ten Katestraat), terwijl de contrôleurs-marktopzichter veelal
als tweede marktopzichter optreden, bijvoorbeeld op de markten
Albert Cuypstraat en Waterlooplein, naast de daar dienstdoende
chefs-marktopzichter (salarisgroep IV). Het verschil in indee-
ling tusschen laatstgenoemde ambtenaren in salarisgroep IV en de
marktopzichters in salarisgroep III wordt mijns inziens niet
door een verschil in werk gerechtvaardigd: de chefs-marktopzich-
ter hebben de leiding op eenige belangrijke markten, doch dit
geldt voor de marktopzichters evenzeer. Eigenlijk als chef over
ander personeel, wordt door de chefs-marktopzichter niet opge-
treden, zoodat hun titel feitelijk minder juist moet worden ge-
acht (Alleen de chef-marktopzichter, die dienstdoet op de Centrale
Markt heeft eenige leiding aan personeel te geven, zij het dat
hij veel minder zelfstandig is dan de andere chefs-marktopzichter,
omdat hij voortdurend onder leiding werkt van den bedrijfschef en
diens assistent).

          Ik breng, in dit verband, in herinnering, dat ik in
mijn rapport d.d. 27 October 1937 (No.8A/112/1 M.) onder andere
heb voorgesteld den marktopzichter De Wolff, wien naar mijn
meening, op grond van zijn werk, indeeling in salarisgroep IV
toekwam tot chef-marktopzichter te bevorderen, doch dat voor-
stel is niet aanvaard, omdat de bedoelde ambtenaar niet in
eenigszins belangrijke mate als chef over ander personeel op-
treedt, weshalve de voor hem voorgestelde titulatuur onjuist
werd geacht. Ik stel daarom thans voor, in het vervolg geen
ambtenaren meer in de functie van chef-marktopzichter te be-
noemen; de bestaande chefs kunnen zonder meer hun titel behou-
den, doch in de toekomst worde de ambtenaar, die op de markt * Kern van het betoog: De auteur kaart een scheefgroei aan in de hiërarchie en salariëring van het Amsterdamse marktpersoneel. Door een besluit uit 1938 zijn 'contrôleurs' bevorderd naar salarisgroep III, waardoor zij op hetzelfde niveau kwamen als de 'marktopzichters', terwijl die laatsten volgens de auteur zwaarder werk verrichten.
* Probleem met de titel 'Chef': De auteur stelt dat het onderscheid tussen 'marktopzichter' (groep III) en 'chef-marktopzichter' (groep IV) kunstmatig is. In de praktijk geven deze 'chefs' nauwelijks leiding aan ander personeel, behalve bij de Centrale Markt (waar de autonomie echter weer beperkt is door de aanwezigheid van een bedrijfschef).
* Beleidsvoorstel: De auteur adviseert om de functie van 'chef-marktopzichter' uit te faseren. Zittende chefs behouden hun titel, maar er worden geen nieuwe meer benoemd, om zo de functiestructuur te vereenvoudigen en beter aan te laten sluiten bij de realiteit van het werk.
* Genoemde locaties: Lindengracht, Westerstraat, Ten Katestraat, Albert Cuypstraat, Waterlooplein en de Centrale Markt. Dit document biedt een gedetailleerde blik op de ambtelijke organisatie van de Amsterdamse markten vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De markten waren (en zijn) een essentieel onderdeel van de voedselvoorziening en economie van de stad. De discussie over salarisgroepen (III vs. IV) illustreert de rigide ambtelijke structuren van die tijd en de strijd om erkenning van de zwaarte van specifieke functies. De genoemde markten behoren nog steeds tot de bekendste van Amsterdam, wat dit document een sterke lokale historische waarde geeft. Het genoemde rapport uit 1937 en de casus van de heer De Wolff tonen aan dat dit een langlopende discussie was binnen het gemeentelijk apparaat.

Samenvatting

  • Kern van het betoog: De auteur kaart een scheefgroei aan in de hiërarchie en salariëring van het Amsterdamse marktpersoneel. Door een besluit uit 1938 zijn 'contrôleurs' bevorderd naar salarisgroep III, waardoor zij op hetzelfde niveau kwamen als de 'marktopzichters', terwijl die laatsten volgens de auteur zwaarder werk verrichten.
  • Probleem met de titel 'Chef': De auteur stelt dat het onderscheid tussen 'marktopzichter' (groep III) en 'chef-marktopzichter' (groep IV) kunstmatig is. In de praktijk geven deze 'chefs' nauwelijks leiding aan ander personeel, behalve bij de Centrale Markt (waar de autonomie echter weer beperkt is door de aanwezigheid van een bedrijfschef).
  • Beleidsvoorstel: De auteur adviseert om de functie van 'chef-marktopzichter' uit te faseren. Zittende chefs behouden hun titel, maar er worden geen nieuwe meer benoemd, om zo de functiestructuur te vereenvoudigen en beter aan te laten sluiten bij de realiteit van het werk.
  • Genoemde locaties: Lindengracht, Westerstraat, Ten Katestraat, Albert Cuypstraat, Waterlooplein en de Centrale Markt.

Historische Context

Dit document biedt een gedetailleerde blik op de ambtelijke organisatie van de Amsterdamse markten vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De markten waren (en zijn) een essentieel onderdeel van de voedselvoorziening en economie van de stad. De discussie over salarisgroepen (III vs. IV) illustreert de rigide ambtelijke structuren van die tijd en de strijd om erkenning van de zwaarte van specifieke functies. De genoemde markten behoren nog steeds tot de bekendste van Amsterdam, wat dit document een sterke lokale historische waarde geeft. Het genoemde rapport uit 1937 en de casus van de heer De Wolff tonen aan dat dit een langlopende discussie was binnen het gemeentelijk apparaat.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 90

A.B. van As 1.6.'38 M.S.
A.B. van As 1.6.'38 M.S.
A. H. Drukkie Waterlooplein 29.22.
C.G. de Vries Waterlooplein -
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein *[handgeschreven:]* f 17.10 - + f 1. - p.d.
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C. L. Buerling Waterlooplein -
C. Veerman Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein -
C. Veerman Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
Alle 90 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6