Archiefdocument
Origineel
16 november (vermoedelijk 1938, gebaseerd op de tekstverwijzingen naar 1930 en 1937). Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke diensthoofd in Amsterdam). 1 16 November 9.
8A/63/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
indeeling van ambtenaren in salarisgroepen aangevuld met de
functie van contrőleur-marktopsichter in salarisgroep III,
waarna een zestal contrőleurs, die regelmatig op markten dienst-
doen, bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 9 December
1930 (No.29/45 L.M.1930) zijn bevorderd tot contrőleur-markt-
opsichter. Zij kwamen daardoor in de zelfde salarisgroep als de
marktopsichters, die evenwel, mijne inziens, in het algemeen
belangrijker werk verrichten, omdat zij speciaal de leiding
hebben op eenige grootere markten (Lindengracht-Westerstraat,
Ten Katestraat), terwijl de contrőleurs-marktopsichter veelal
als tweede marktopsichter optreden, bij voorbeeld op de markten
Albert Cuypstraat en Waterlooplein, naast de daar dienstdoende
chefs-marktopsichter (salarisgroep IV). Het verschil in indee-
ling tusschen laatstgenoemde ambtenaren in salarisgroep IV en de
marktopsichters in salarisgroep III wordt mijne inziens niet
door een verschil in werk gerechtvaardigd: de chefs-marktopsich-
ter hebben de leiding op eenige belangrijke markten, doch dit
geldt voor de marktopsichters evenzeer. Eigenlijk als chef over
ander personeel, wordt door de chefs-marktopsichter niet opge-
treden, zoodat hun titel feitelijk minder juist moet worden ge-
acht (Alleen de chef-marktopsichter, die dienstdoet op de Centrale
Markt heeft eenige leiding aan personeel te geven, zij het dat
hij veel minder zelfstandig is dan de andere chefs-marktopsichter,
omdat hij voortdurend onder leiding werkt van den bedrijfschef en
diens assistent).
Ik breng, in dit verband, in herinnering, dat ik in
mijn rapport d.d. 27 October 1937 (No.8A/112/1 N.) onder andere
heb voorgesteld den marktopsichter De Wolff, wien naar mijn
meening, op grond van zijn werk, indeeling in salarisgroep IV
toekwam tot chef-marktopsichter te bevorderen, doch dat voor-
stel is niet aanvaard, omdat de bedoelde ambtenaar niet in
eenigszins belangrijke mate als chef over ander personeel op-
treedt, weshalve de voor hem voorgestelde titulatuur onjuist
werd geacht. Ik stel daarom thans voor, in het vervolg geen
ambtenaren meer in de functie van chef-marktopsichter te be-
noemen; de bestaande chefs kunnen zonder meer hun titel behou-
den, doch in de toekomst worde de ambtenaar, die op de markt In dit document beklaagt een ambtenaar zich over de scheve verhoudingen in de rangen en salarissen van het marktpersoneel in Amsterdam. De kern van het betoog is dat de titel "chef-marktopsichter" (salarisgroep IV) vaak misleidend is, omdat deze functionarissen in de praktijk zelden daadwerkelijk leiding geven aan ander personeel. Hierdoor ontstaat een onrechtvaardig verschil met de "gewone" marktopsichters (salarisgroep III), die vaak hetzelfde verantwoordelijke werk verrichten op grote markten zoals de Lindengracht en de Ten Katestraat.
De schrijver refereert aan een eerdere casus (marktopsichter De Wolff), waarbij een promotie werd geweigerd op basis van de strikte definitie van het woord 'chef'. Om toekomstige scheefgroei en onduidelijkheid te voorkomen, stelt de schrijver voor om de functie van "chef-marktopsichter" voor nieuwe gevallen af te schaffen, waarbij zittende chefs hun titel mogen behouden. Het document geeft een inkijkje in de ambtelijke hiërarchie en de marktregulering in Amsterdam tijdens het interbellum (eind jaren '30). De genoemde markten – Albert Cuyp, Waterlooplein, Ten Katestraat en Lindengracht – waren destijds (en zijn nog steeds) cruciale economische en sociale knooppunten in de stad. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een belangrijke figuur, verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en de ordentelijke gang van zaken op de publieke markten. Het gebruik van "contrőleur" (met een dubbel accent of trema op de 'o') is een destijds vaker voorkomende ambtelijke spellingvariant.