Afschrift van een officiële brief.
Origineel
Afschrift van een officiële brief. 7 maart 1939. L.
Afschrift No 333 Arb. 1939.
UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM
AMSTERDAM, 7 Maart 1939.
Aan het College van
Burgemeester en Wethouders
van Amsterdam.
De Faculteit der Economische Wetenschappen veroorlooft zich
hiermede voor het navolgende de aandacht van Uw College te vragen.
In de zeventien jaren, die er verstreken zyn sedert aan de
Universiteit van Amsterdam de Faculteit der Economische Wetenschap-
pen werd opgericht, hebben ongeveer twee honderd studeerenden het
doctoraal examen in de Economische Wetenschappen aan deze Universi-
teit afgelegd. Eerst moge er by de practyk eenige weerstand tegen
de academisch gevormde economen hebben bestaan, allengs is deze vry-
wel geheel verdwenen. De "Amsterdamsche economen" hebben het bewys
geleverd voor tal van posities zeer geschikte krachten te zyn, zoo-
dat een groot aantal onzer afgestudeerden by de meest verschillende
bedryven plaatsing vond, waarvan vele steeds opnieuw by het plaat-
singsbureau der faculteit naar geschikte krachten vragen.
Een groot aantal onzer economische doctorandi vond voorts
een werkkring in den dienst der Overheid. De departementen van Ny-
verheid en Handel en vooral het departement van Economische Zaken
namen een belangryk aantal onzer afgestudeerden in den dienst en
wenden zich, op grond van de door hen opgedane ervaringen, steeds
opnieuw tot ons ten einde hun namen te noemen van hen, die voor ver-
vulling van voorkomende vacatures in aanmerking kunnen komen.
De groote vraag naar onze afgestudeerden by verschillende
overheidslichamen hangt uiteraard samen met de toenemende bemoeiin-
gen der Overheid op economisch gebied, die een groeiend aantal
ambtenaren met een economische opleiding noodzakelyk maken.
Niettegenstaande ook de gemeente Amsterdam, met name de
verschillende bedryven en diensten der gemeente, en verschillende
afdeelingen ter secretarie steeds meer voor de oplossing van econo-
mische problemen zyn gesteld, heeft hier in den loop der jaren
slechts een zeer gering aantal Amsterdamsche economen plaatsing ge-
vonden. Het mag worden verwacht, dat de gemeente, die een Universi-
teit bezit, waar de economische opleiding zulk een belangryke plaats
inneemt, van de diensten der universitaire economen zeker niet min-
der dan de overheidslichamen elders gebruik zal maken. Mitsdien
wenden wy ons tot Uw College met verzoek Uwe aandacht aan dit feit
wel te willen wyden. Het plaatsingsbureau der Faculteit staat steeds
gereed om de bedryven en diensten der gemeente en de verschillende
afdeelingen ter secretarie te adviseeren omtrent de vervulling van
vacatures waarvoor economen met universitaire opleiding in aanmer-
king komen.
Namens de Faculteit der Economische
Wetenschappen,
(get.) N.W.Posthumus Voorzitter.
(get.) H.Fryda Secretaris. In dit schrijven beklaagt de Faculteit der Economische Wetenschappen van de UvA zich over het feit dat de gemeente Amsterdam nauwelijks gebruikmaakt van de diensten van haar eigen afgestudeerden. Terwijl de private sector en de Rijksoverheid (met name de departementen van Economische Zaken en Nijverheid & Handel) steeds vaker universitaire economen inhuren voor complexe vraagstukken, blijft de gemeente Amsterdam hierin achter. De faculteit wijst op de paradox dat een stad met een eigen vooraanstaande economische opleiding deze talenten negeert, en biedt nadrukkelijk de hulp aan van haar eigen plaatsingsbureau om geschikte kandidaten voor gemeentelijke vacatures aan te dragen. De brief is gedateerd op 7 maart 1939, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en aan het einde van een decennium dat getekend werd door de Grote Depressie. In deze periode nam de overheidsbemoeienis met de economie ("de geleide economie" of "ordening") sterk toe, wat de noodzaak voor academisch geschoolde experts vergrootte.
De ondertekenaar, N.W. Posthumus, was een zeer invloedrijk figuur; hij was niet alleen hoogleraar en voorzitter van de faculteit, maar ook de oprichter van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). De faculteit zelf was op dat moment nog relatief jong (opgericht in 1922). De spelling in het document (zoals "zyn" en "bedryven") is typerend voor de formele correspondentie uit die tijd, waarbij de 'ij' vaak als een 'y' werd getypt op schrijfmachines. H. Fryda N.W. Posthumus Gemeente Amsterdam