Ambtelijke brief/memorandum (doorslag op doorslagpapier).
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum (doorslag op doorslagpapier). 12 december 1940. Waarschijnlijk een functionaris van de Dienst van het Marktwezen (ondertekend met een onduidelijke signatuur, mogelijk "m. Rüfler" of "Küfler"). [Rechtsboven handgeschreven:] m. Rüfler [?]
vD/HC.
30/69/2 M.
n diverse
12 December 1940.
Lompenmarkt en kantoor
Marktwezen Waterlooplein.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 29 November jl. om spoedig advies ontvangen stukken no. 1079 L.M. 1940 heb ik de eer U het volgende te berichten.
Het plan, vermeld op bladzijde 5 van den zich onder de onderhavige stukken bevindenden brief van mijn Ambtgenoot voor de Publieke Werken d.d. 23 September jl. No. 8590/Doss. 23938 S.O., geeft ten aanzien van de lompenmarkt op het Waterlooplein een oplossing, welke, voor zoover ik kan nagaan, dezelfde is, als die, waarmede ik mij in mijn brief d.d. 11 Maart 1938 No. 30/14/2 M. vereenigde (vide hieromtrent ook Uw brief aan Uw Ambtgenoot voor de Publieke Werken d.d. 9 Maart 1938 No. 9/14 L.M. 1935).
Op den eventueelen bouw van een marktmeesterskantoortje heeft betrekking het rapport van den bedrijfseconomischen Adviseur d.d. 25 Augustus 1939 No. 932/820 Fin. 1939/579 L.M. 1939, met welk rapport ik mij met mijn brief d.d. 20 September 1939 No. 30/28/8 M. vereenigde. Momenteel wordt door mijn dienst overleg gepleegd met den Woningdienst, (welke dienst ten behoeve van de Burgerlijke Instelling voor Maatschappelijken Steun met de verhuring is belast) over het huren van een tweetal lokaaltjes, gelegen in de Nieuwe Amstelstraat op de hoek van het Waterlooplein, welke het eigendom zijn van genoemde instelling.
Deze gebouwtjes zijn echter in hun huidigen vorm geheel ongeschikt om als marktmeesterskantoortje te worden gebruikt. Vooraf dient daartoe een algeheele inwendige verbouwing plaats te vinden. De Burgerlijke Instelling voor Maatschappelijken Steun kan deze verbouwing niet voor haar rekening doen uitvoeren, omdat haar daartoe de noodige fondsen ontbreken. Waar deze gebouwtjes bovendien zijn geplaatst op de Monumentenlijst, moet voor een verbouwing de goedkeuring worden gevraagd van de Commissie voor Monumentenzorg; hiermede zal geruimen tijd gemoeid zijn. * Inhoud: De brief bespreekt de herinrichting van de lompenmarkt op het Waterlooplein in Amsterdam en de huisvesting van de marktmeester. Er wordt verwezen naar eerdere plannen uit 1938 en 1939.
* Huisvestingsproblematiek: De beoogde locatie voor het kantoor (hoek Nieuwe Amstelstraat/Waterlooplein) is in eigendom van de "Burgerlijke Instelling voor Maatschappelijken Steun". De panden zijn echter ongeschikt en de eigenaar heeft geen geld voor een verbouwing.
* Bureaucratische hindernis: Omdat de panden op de Monumentenlijst staan, is goedkeuring van Monumentenzorg vereist, wat voor verdere vertraging zorgt.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "den", "lokaaltjes", "hieromtrent"). * Historische periode: De brief dateert van december 1940, zeven maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie gaat de reguliere gemeentelijke administratie ("business as usual") vooralsnog door.
* Locatie: Het Waterlooplein was het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De lompenmarkt was een essentieel onderdeel van de lokale economie. Kort na deze brief, in 1941, zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de markt en het leven op het plein drastisch en tragisch veranderen.
* Instanties: De brief toont de samenwerking (en de stroperigheid) tussen diverse gemeentelijke diensten zoals het Marktwezen, Publieke Werken, de Woningdienst en de Commissie voor Monumentenzorg. De "Burgerlijke Instelling voor Maatschappelijken Steun" was de voorloper van de latere sociale dienst.