Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 21 februari 1940. Een anonieme marktkoopman (vreemdeling). Amsterdam 21 - 2 - 40
Mijnheer de Directeur,
Daar ik sedert 1926 hier
in Holland gevestigd ben, zoodus 14 jaar,
en 8 jaar naar de markt ga als koopman
over 't IJ. Mosplein en 2 jaar
geweest ben 's Zondags Uilenburg
doe ik een beroep op Uwe goedheid
Mijnheer de Directeur, dezelfde
rechten te verkrijgen, als de andere
vreemdelingen die op markt als
koopman staan, en eene vaste
plaats hebben.
[Stempel:] № 31/15/I M. 1940 22/2
[Handgeschreven:] 31/30 De schrijver van deze brief is een buitenlandse koopman die al veertien jaar in Nederland woont. Hij verzoekt de directeur van de betreffende dienst om een "vaste plaats" op de markt, waarbij hij zich beroept op het feit dat andere vreemdelingen deze rechten blijkbaar wel al hebben. Hij voert zijn arbeidsverleden aan als bewijs van zijn integratie en standvastigheid: acht jaar op het Mosplein (Amsterdam-Noord) en twee jaar op de zondagse markt in de Uilenburg. De toon is uiterst beleefd en nederig ("doe ik een beroep op Uwe goedheid"). De brief is representatief voor de administratieve weg die immigranten in die tijd moesten bewandelen om een legaal bestaan als zelfstandige op te bouwen. De brief is geschreven in februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locaties die worden genoemd zijn historisch significant: het Mosplein was een belangrijk handelsknooppunt in Amsterdam-Noord, en de Uilenburg was het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam, waar vanouds veel (vaak arme) marktkooplieden en migranten woonden en werkten. Gezien de datum en de term "vreemdelingen" is het aannemelijk dat de schrijver mogelijk een vluchteling was (bijvoorbeeld uit Duitsland of Oost-Europa) die probeerde zijn rechtspositie te consolideren voordat de oorlogsdreiging werkelijkheid werd. Het stempel "M. 1940" duidt op de registratie bij het Marktwezen op 22 februari 1940. Marktwezen
Samenvatting
De schrijver van deze brief is een buitenlandse koopman die al veertien jaar in Nederland woont. Hij verzoekt de directeur van de betreffende dienst om een "vaste plaats" op de markt, waarbij hij zich beroept op het feit dat andere vreemdelingen deze rechten blijkbaar wel al hebben. Hij voert zijn arbeidsverleden aan als bewijs van zijn integratie en standvastigheid: acht jaar op het Mosplein (Amsterdam-Noord) en twee jaar op de zondagse markt in de Uilenburg. De toon is uiterst beleefd en nederig ("doe ik een beroep op Uwe goedheid"). De brief is representatief voor de administratieve weg die immigranten in die tijd moesten bewandelen om een legaal bestaan als zelfstandige op te bouwen.
Historische Context
De brief is geschreven in februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locaties die worden genoemd zijn historisch significant: het Mosplein was een belangrijk handelsknooppunt in Amsterdam-Noord, en de Uilenburg was het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam, waar vanouds veel (vaak arme) marktkooplieden en migranten woonden en werkten. Gezien de datum en de term "vreemdelingen" is het aannemelijk dat de schrijver mogelijk een vluchteling was (bijvoorbeeld uit Duitsland of Oost-Europa) die probeerde zijn rechtspositie te consolideren voordat de oorlogsdreiging werkelijkheid werd. Het stempel "M. 1940" duidt op de registratie bij het Marktwezen op 22 februari 1940.