Briefkaart of handgeschreven briefje op bruin karton/papier.
Origineel
Briefkaart of handgeschreven briefje op bruin karton/papier. A. Blocken. [vrijdag?] Mynheer daar
Ik Bericht had dat
Ik bij u moet komen
Daar ik weer op
Reis ben en zoo
Doende niet kan
Ik ben van Januari
tot maart in de
Steun geweest
vraag u het maar
Aan het steun
mijn Steunnommer
was 36627 en
voorschot heb gehad
van 30 gulden voor
alle week een gulden
Hoogachtend A Blocken. * Inhoud: De brief is een reactie op een oproep om te verschijnen bij een instantie (waarschijnlijk een bureau voor sociale zaken of armenzorg). De schrijver, A. Blocken, legt uit dat hij niet kan komen omdat hij "op reis" is. Om zijn situatie te bewijzen, verwijst hij naar een eerdere periode (januari t/m maart) waarin hij een uitkering ("de steun") ontving. Hij vermeldt specifiek zijn steunnummer (36627) en een voorschot van 30 gulden dat hij kreeg, uitgekeerd tegen een tarief van één gulden per week.
* Schrifttype: Een vlot, hellend cursief handschrift met typische kenmerken van het onderwijs uit het begin van de 20e eeuw.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is eenvoudig en de spelling is deels fonetisch of verouderd (bijv. "mynheer", "steunnommer", "zoo doende"). Het woord "vrijdag" in de linkerbovenhoek lijkt later toegevoegd als aantekening. De term "in de steun" verwijst in de Nederlandse geschiedenis specifiek naar de werkloosheidsuitkeringen tijdens de economische crisis van de jaren 1930. Mensen die "in de steun liepen" moesten zich vaak dagelijks laten stempelen om te bewijzen dat ze niet zwartwerkten. De brief suggereert een administratieve afwikkeling waarbij de afzender aantoont recht te hebben op bepaalde voorzieningen of een verantwoording aflegt voor genoten voorschotten. Een uitkering van één gulden per week was in die tijd een minimaal bedrag, vaak bedoeld als aanvulling of noodhulp.
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een reactie op een oproep om te verschijnen bij een instantie (waarschijnlijk een bureau voor sociale zaken of armenzorg). De schrijver, A. Blocken, legt uit dat hij niet kan komen omdat hij "op reis" is. Om zijn situatie te bewijzen, verwijst hij naar een eerdere periode (januari t/m maart) waarin hij een uitkering ("de steun") ontving. Hij vermeldt specifiek zijn steunnummer (36627) en een voorschot van 30 gulden dat hij kreeg, uitgekeerd tegen een tarief van één gulden per week.
- Schrifttype: Een vlot, hellend cursief handschrift met typische kenmerken van het onderwijs uit het begin van de 20e eeuw.
- Taalgebruik: Het taalgebruik is eenvoudig en de spelling is deels fonetisch of verouderd (bijv. "mynheer", "steunnommer", "zoo doende"). Het woord "vrijdag" in de linkerbovenhoek lijkt later toegevoegd als aantekening.
Historische Context
De term "in de steun" verwijst in de Nederlandse geschiedenis specifiek naar de werkloosheidsuitkeringen tijdens de economische crisis van de jaren 1930. Mensen die "in de steun liepen" moesten zich vaak dagelijks laten stempelen om te bewijzen dat ze niet zwartwerkten. De brief suggereert een administratieve afwikkeling waarbij de afzender aantoont recht te hebben op bepaalde voorzieningen of een verantwoording aflegt voor genoten voorschotten. Een uitkering van één gulden per week was in die tijd een minimaal bedrag, vaak bedoeld als aanvulling of noodhulp.