Handgeschreven ambtelijke notitie/briefkaart.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/briefkaart. 15 augustus 1940. Onbekend (mogelijk een marktmeester of administratief medewerker), getekend met initialen (lijkt op "J. Alle"). Den heer Inspecteur
v/h Marktwezen. alhier.
Br. 31/36/1. M. '40
Van een verzoek van den heer Gokkes
om van plaats te veranderen is mij niets
bekend. Mocht dit wel het geval zijn,
was er nog geen gelegenheid, om Gokkes
pl: 215 te geven, daar de heer Schreuder
pl: 215 reeds eenige jaren voor vast heeft.
De heer Gokkes kan, indien voor hem
een geschikte plaats open komt, hiervoor
bij mij schriftelijk aanvragen.
Amsterdam 15 Aug. 40
[Handtekening, mogelijk J. Alle] Het document is een interne ambtelijke mededeling binnen de administratie van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van de zaak is een (vermeend) verzoek van een marktkoopman, de heer Gokkes, om een andere staanplaats te krijgen.
De schrijver van de notitie geeft aan dat er bij hem geen officieel verzoek bekend is. Daarnaast wordt een specifiek nummer genoemd: plaats 215. Deze plek kan niet aan de heer Gokkes worden toegewezen, omdat deze al jarenlang als vaste staanplaats in gebruik is door een andere koopman, de heer Schreuder. De heer Gokkes wordt geadviseerd om een formeel schriftelijk verzoek in te dienen zodra er een geschikte plek vrijkomt.
De toon is zakelijk en procedureel. Het gebruik van "alhier" duidt op een correspondentie binnen dezelfde gemeente (Amsterdam). De afkorting "pl:" staat voor "plaats". De datum van het document, 15 augustus 1940, is historisch relevant. Nederland was op dat moment drie maanden bezet door nazi-Duitsland. De naam "Gokkes" is een veelvoorkomende Joodse familienaam in Amsterdam, en veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de markthandel (met name op de Waterloopleinmarkt of de markt in de Jodenbreestraat).
Hoewel deze specifieke notitie een routineuze administratieve kwestie over een staanplaats lijkt, vond dit plaats in een periode waarin de vrijheden van Joodse burgers stap voor stap werden ingeperkt. Vanaf september 1940 en in de loop van 1941 werden Joodse kooplieden steeds vaker geweerd van reguliere markten of naar specifieke "Jodenmarkten" gedreven. Dit document kan een klein radertje zijn in de complexe administratie van het Amsterdamse marktwezen aan het begin van de bezetting.